Vendex: met V&D komt het weer helemaal in orde

ROOSENDAAL, 25 NOV. De leiding van Vendex is er heilig van overtuigd: met de warenhuisketen Vroom & Dreesmann komt het weer helemaal in orde. De 58 Nederlandse vestigingen moeten stuk voor stuk luxer, gezelliger en vooral klantvriendelijker worden, met de bedoeling “van kijkers kopers te maken en van kopers vaste klanten”. Omzetvergroting op zich is niet langer het hoogste doel, het gaat vanaf nu om het resultaat.

“We zijn er nog niet, maar we zijn wel op de goede weg”, zei drs. P.E. Hamming, voorzitter van de groepsdirectie van V&D Warenhuizen en lid van de hoofdirectie van moederconcern Vendex International, gisteren bij de opening van twee gerenoveerde V&D-vestigingen in Roosendaal en Tilburg. De warenhuisketen heeft volgens hem de kosten en de voorraden op dit moment goed onder controle, terwijl de grotere nadruk op service en kwaliteit in de winkels ook bij de klanten vruchten begint af te werpen.

De warenhuizen vormden destijds de bron voor de groei van Vendex, maar de afgelopen tien jaar vormden zij in toenemende mate een blok aan het been van het concern. Stagnerende omzetten en oplopende kosten hebben de winkels steeds verder in de rode cijfers gedrukt.

Winst zal de keten ook dit jaar niet maken, “maar als de omzet op peil blijft, kunnen we een aanmerkelijke verbetering laten zien”, stelt Hamming. De verslechterde economische omstandigheden zorgden voor een omzetdaling in de eerste zes maanden, die volgens Hamming bijna volledig is gecompenseerd door de lagere kosten. De dalende verkoop is geen leuke ontwikkeling, maar een probleem waarmee de hele detailhandel op dit moment heeft te kampen. “We opereren nu weer marktconform, iets wat lange tijd niet het geval is geweest”. Wat het resultaat dit jaar uiteindelijk zal zijn, is volgens Hamming nog niet te zeggen, omdat de laatste weken van het jaar traditioneel een groot deel van de totale omzet moeten opleveren.

De V&D-winkels, die de laatste tien jaar in de ogen van consumenten behoorlijk aan prestige hebben moeten inleveren, worden nu stuk voor stuk opgeknapt en aangepast aan de eisen van de huidige klanten. “Onze zaken werden door de consument ervaren als gewoon, onoverzichtelijk en onpersoonlijk”, aldus E.F.L.M Randag, die als directeur Warenhuizen van Vroom en Dreesmann vooral is belast met de commerciële aspecten van de bedrijfsvoering. Een winkelformule die in de jaren zestig en zeventig volgens Randag buitengewoon succesvol is geweest, maar die te lang is vastgehouden.

De V&D-leiding is van het idee afgestapt dat de warenhuizen klanten alles moeten kunnen bieden in een zo breed mogelijk assortiment. “We willen wel een convenience store zijn, met alles onder één dak, maar het moet geen ratjetoe worden”, zegt Randag. De winkels zullen volgens hem zowel in inrichting als assortiment steeds beter worden afgestemd op de omgeving waarin het warenhuis zich bevindt. Randag beseft dat het nog lang zal duren voordat de consumenten weer voor al hun aankopen naar de V&D-zaken gaan: op dit moment komen wekelijks 3 à 4 miljoen mensen in de winkels, waarvan bijna 50 procent één of twee artikelen koopt. Het gemiddelde aankoopbedrag ligt tussen de 12 en 13 gulden.

Veel van de problemen waarmee de winkelketen in de jaren tachtig te maken kreeg, waren het gevolg van de starre, hiërarchische en sterk interngerichte cultuur in de V&D-organisatie. In die situatie is - zo worden de V&D-bestuursleden niet moe om te beklemtonen - al veel verbetering gekomen. Verantwoordelijkheden worden bij de lokale winkels gelegd en er is veel meer overleg tussen verschillende disciplines, waardoor sneller ingespeeld kan worden op signalen uit de markt. Randag: “Het is eindelijk zover gekomen dat de inkoop praat met de verkoop.”