Uitverkoop op Defensie

Het was instructief een paar weken in Amerika te zijn en steeds bezorgde vragen te krijgen over de chaos in Europa, terwijl de meeste Westeuropese landen druk bezig waren hun "vredes-dividend' te incasseren. “Jullie verhogen zeker je paraatheid nu wij Amerikanen ons gaan terugtrekken uit Europa, Joegoslavië steeds maar escaleert, in allerlei ex-Sovjet-staten een halve oorlog woedt en in Duitsland extreem-rechts iedere dag afschuwelijker toeslaat?”

Nou nee, kon mijn enige antwoord zijn. Wij hebben wat problemen met het Verdrag van Maastricht, Engeland en Denemarken zien er tegenop. De Franse boeren, daar zitten we ook mee. Vertrouw er gerust op dat de democratie in Duitsland stevig genoeg is. We maken ons inderdaad zorgen over Joegoslavië, niets schijnt te helpen. Maar oorlog, nee dat is voorbij. Wij doen onze diensplichtlegers weg en bezuinigen miljarden op defensie.

Verraste blikken. Ook bij mensen die nauwkeurig bleken te weten hoe in de diverse verscheurde streken van Europa de vlag er bij hangt, en hoe dat historisch zo gekomen is. Dat wij royaal bezuinigen op defensie verwijten Amerikanen ons niet, zij doen het zelf ook. Zj zouden alleen geen oog dicht doen, als zij op ons soort minimale afstand tot al die brandhaarden in het oosten en zuidoosten van Europa zouden wonen.

Terug in de Nederland valt je dan iets sterker het gemak op waarmee de meest ingrijpende beslissingen over veiligheid en verdediging van het land worden genomen. In de krantekoppen van de afgelopen weken domineren meteorologische en eschatologische termen om aan te geven waarom de dienstplicht wordt afgeschaft: het "tij' is verlopen, het "klimaat' is snel veranderd, een klein beroepsleger is "onvermijdelijk' geworden.

Wat nu? Is de wereld de laatste maanden geruststellender en vreedzamer geworden? Toen de Commissie-Meijer, die een jaar studeerde op de militaire dienstplicht, in het voorjaar aan de minister van defensie vroeg of hij wilde dat zij doorging, was zijn antwoord volmondig Ja. De wereld zat nog vol risico's.

De commissie had wel reden dat te vragen. Eind maart had minister Ter Beek in een toespraak gezegd dat Nederland alleen nog maar militaire taken als vliegende keep elders in de wereld hoefde te vervullen. Een grootschalig militair conflict zat er niet meer in, dus een omvangrijke mobilisabele krijgsmacht was niet meer nodig.

Midden juni nam de minister ten overstaan van de Commissie-Meijer de kern van die woorden terug. Hij sloot een grootschalig conflict bij nader inzien niet uit, we moesten er toch maar rekening mee blijven houden. Een bijbehorende omvang in vredestijd van 40.000 man (ongeveer 100.000 in oorlogstijd) leek hem haalbaar. De commissie kon weer aan de gang.

De commissie-Meijer kwam eind september met een lijvig advies, dat uitging van Ter Beeks laatste veiligheids-analyse. Omdat de commissie een unaniem advies wilde uitbrengen, kwam zij met de zorgvuldige formulering dat zij “thans” afschaffing van de dienstplicht niet verantwoord achtte. Iets korter kon wel. Het aantal benodigde vrijwilligers voor de relatief grote beroeps-krijgsmacht, die paste bij het geldende risico-profiel van de wereld, was volgens de commissie in redelijkheid op de arbeidsmarkt niet te vinden. Een serieus extern onderzoeksbureau had dat vastgesteld. Defensie kon voorlopig niet op tegen het particuliere bedrijfsleven dat op de zelfde technisch geschoolde jongens aast, was de boodschap.

De meeste partijen in de Tweede Kamer veegden de vloer aan met het rapport-Meijer. De dienstplicht was dood. Dat had er in moeten staan. Enige tijd later volgde een uitgelekte notitie van de doctorandussen van defensie, waarin het rapport op de belangrijkste punten domweg werd tegengesproken.

En nu is bekend gemaakt dat het kabinet uit zuinigheid een beroepsleger wil, dat wil zeggen een leger dat aanzienlijk kleiner is dan wat de minister eerder noodzakelijk achtte. In de Prioriteiten-nota, waarin het beleid vóór kerstmis opnieuw wordt ontvouwd, zal een vredes-organisatie van 25.000 militairen voldoende worden geacht (50.000 in tijd van oorlog). Het kleinere aantal jonge vrijwilligers dat daarvoor op de arbeidsmarkt moet worden geworven, moet dan makkelijker te vinden zijn. De noodzaak kneedt de realiteit.

En een groot conflict? Ja, dat kan er nog steeds komen, maar wij hoeven daarin niet meer dan ons eerlijke aandeel te leveren. Als iedereen om ons heen snoeit en afschaft, dan wordt ons deel automatisch kleiner. Dus die bal loopt ook rond.

De minister is volgens doorgaans verstandige waarnemers binnen zijn departement onder druk van een aantal deels tegenstrijdige ontwikkelingen gaan schuiven. Hij kreeg tegenstrijdige veiligheidsanalyses, de zelfde wereld was volgens de één veel onveiliger dan volgens de ander - dan kan je kiezen wat je het beste uitkomt. De roep om afschaffing van de dienstplicht bleef klinken. Wat de commissie ook redeneerde, politiek moest de plicht weg. Ook ministers die eerder van mening waren dat dat niet kan zonder de grondwet te wijzigen, hebben daar nu geen mening meer over.

In de derde plaats stond Ter Beek zwaar onder druk om veel geld in te leveren. Dat kon alleen als het vrolijkste gevaar-scenario en het zonnigste wervings-perspectief voor de kleinste beroepsmacht werden gekozen. En zo is kennelijk geschied. Ook al bevestigde premier Lubbers bij de algemene beschouwingen in oktober nog dat Ter Beeks somberder wereldvisie, zoals aan de Commissie-Meijer gegeven in juni, geldig was.

Zelfs het NAVO-hoofdkwartier, nooit verlegen om een dreigend perspectief, gaat er van uit dat de Russen voorlopig geen massale aanval op de NAVO meer kunnen uitvoeren, althans niet lang en niet diep, en niet op meer fronten tegelijk. De investeringen op materieel zijn er de laatste jaren met vele tientallen procenten afgenomen. Maar tegelijkertijd wordt er in Brussel op gewezen dat Rusland op strategisch-nucleair gebied een supermacht blijft, terwijl het beheer van zulke wapens buiten Rusland uiterst labiel geregeld is.

Je hoeft geen sterren te dragen en geen liefhebber van taptoes te zijn om de veelheid aan bronnen van instabiliteit, etnische en politieke gekte op een paar uur rijden van hier te zien, en toch iets meer argumenten te vragen voor het terugbrengen van de krijgsmacht tot carnavals-niveau, afgezien van een paar uitzendbureaus voor commando's en mariniers. Het zou toch jammer zijn als in 2001 een parlementaire enquête nodig was om vast te stellen hoe we zo snel hebben kunnen overgaan tot uitverkoop van iets dat op een krijgsmacht leek.

Vechten met moordwapentuig, of het nu voor geld of de nationale eer is, blijft een absolute noodmaatregel. Maar machteloos staan door het opportunisme van een vorige generatie is erger.