Sloper wil kasteel herbouwen

Arie Bakker springt op uit zijn leren stoel en tuurt dromerig naar buiten over de weilanden aan de rand van Amstelveen. “Daar moet het komen”, wijst de zestigjarige sloper-aannemer terwijl zijn blik over een uitgestrekt grasveld gaat waar hij vanuit zijn landhuis zicht op heeft. Met het geld dat hij de afgelopen veertig jaar heeft verdiend met het slopen van monumenten wil Bakker een kasteel laten verrijzen. “Jazeker, ik ben sloper van beroep maar dat vak heeft mij juist de liefde voor oude gebouwen bijgebracht”, verklaart hij zijn investering.

Midden in het Amstelland, op de originele plek, wil Bakker een replica oprichten van het middeleeuwse kasteel Brillenburg. Liefst met alles er op en er aan, dus met ophaalbrug en opgetrokken uit authentieke stenen. Inboedel en bouwmaterialen voor de nieuwe vesting liggen al voor een groot deel klaar. De antieke lantaarnpalen voor de oprijlaan, oude bakstenen, kloostermoppen voor de open haard en stenen voor de gevels. Allemaal materialen die overbleven na het sloopwerk dat Bakker jarenlang voor Monumentenzorg verrichtte. Als het af is wil hij zelf in het kasteel gaan wonen. “Als een echte kasteelheer.”

De eerste van de reeks regenten die het vroegere kasteeltje ooit bewoonden was Jan Benningh Jansz, die in 1492 schepen en in 1495 burgemeester van Amsterdam werd. Brillenburg werd in zijn opdracht rond het jaar 1500 gebouwd, zo blijkt uit historisch onderzoek dat de sloper heeft laten verrichten. Een lang leven was het bouwwerk echter niet beschoren: de vesting verzakte al snel door de al te drassige grond en stortte nog geen eeuw later ineen. In 1822 verdwenen de trieste resten onder de slopershamer van een voorganger van Bakker.

Voor de reconstructie van het kasteel worden oude afbeeldingen gebuikt. Die zijn er volgens Bakker in overvloed, want Brillenburg is ondanks zijn korte levensduur een beroemd kasteel geworden. Rembrandt vereeuwigde het bouwwerk in enkele etsen en Ruijsdael en Hobbema beeldden het op schilderijen af. Probleem is echter dat de afbeeldingen sterk van elkaar verschillen. De verzakkingen zorgden er namelijk voor dat de vesting vrijwel permanent hersteld en verbouwd moest worden. Bakker toont een compleet boekwerk met verschillende schetsen van het kasteel. Pagina's met vage zwart-wit afbeeldingen passeren de revue. De duidelijkste schets, daterend uit 1630, zal worden gebruikt bij het maken van de bouwtekeningen. Voor de kleur van de stenen en de inrichting gaat Bakker af op nog bestaande kastelen uit dezelfde tijd. “Die vertonen veel overeenkomsten.”

Zoals het er nu naar uitziet krijgt het kasteel een toren van ongeveer achttien meter hoog met daaraan vast een woongedeelte. Bakker verwacht dat de herbouw ruim anderhalf miljoen gulden gaat kosten en ongeveer anderhalf jaar in beslag zal nemen. Hij wil het project uit eigen middelen financieren. Precies op de plaats van de resten van de oude fundering, die enkele decimeters onder het grasveld ligt, wil de kasteelheer het slot herbouwen. Diezelfde fundering was er overigens de oorzaak van dat Bakker überhaupt met het project is begonnen. Een jaar geleden kwam hij op het idee, nadat een buurman vertelde dat de hobbels in het grasveld werden veroorzaakt door de fundering van het oude kasteel. Als het stevig vroor kwamen de stenen zelfs naar boven zetten door de druk van de bevroren grond, aldus de buurman, die regelmatig zijn maaimachine stuk reed op de kasteelresten.

Of de plannen van Bakker uiteindelijk een luchtkasteel blijken te zijn, hangt af van de gemeente Amstelveen. Volgens een woordvoerster is de herbouw vooralsnog met gemengde gevoelens ontvangen. De gemeente vindt het wel een leuk idee, zo'n kasteeltje aan de Amstel. Maar er leeft bij de overheid ook nog een aantal praktische bezwaren. Zoals het bestemmingsplan, dat vooralsnog geen nieuwbouw toestaat langs de Amstel. Vanaf het water is er nu vrij zicht op de polder en dat zou zo moeten blijven. Als er al iets wordt gebouwd, mogen het slechts kleine agrarische bedrijfjes zijn en geen riante kastelen. “Maar niets is onmogelijk”, aldus de woordvoerster. Ambtenaren brengen volgende week advies uit aan het college van burgemeester en wethouders.

De secretaris van de monumentencommissie van Amstelveen C.W. Florie krijgt steeds meer sympathie voor de wensen van Bakker. Hij moet binnenkort de ambtenaren adviseren over de bouw van het kasteel. “Eerst was ik heel negatief, maar hoe meer ik me in de geschiedenis van het kasteeltje verdiep, hoe leuker ik het vind.” Dat betekent overigens nog niet dat Florie positief zal adviseren, want behalve het bestemmingsplan moeten nog een aantal andere bezwaren worden overwogen.

Zo is de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) allerminst gelukkig met het plan om bovenop het middeleeuwse fundament een nieuw kasteel te bouwen. Volgens F. Schoorl, hoofd van de sector Monumentenzorg wordt het gebied als "archeologisch waardevol' aangeduid. Grondwerkzaamheden als scheuren, frezen of egaliseren mogen slechts na overleg met de dienst. De ROB wil het terrein zoveel mogelijk sparen voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek en ziet de grond eigenlijk het liefst in gebruik als grasland.

Kan de gemeente of zelfs de ROB nog wel door kasteelheer Bakker worden overwonnen bij het verwezenlijken van zijn droom, gecompliceerder liggen de zaken met de bouwput zelf. Want als de geschiedenis van zijn voorgangers iets bewijst, dan is het wel dat zij handenvol geld kwijt waren om het voortdurend wegzakkende kasteel van de ondergang te behoeden. “Al het geld dat zij in het gebouw staken, verdween als in een bodemloze put”, aldus medewerker Ernst van het Amsterdamse gemeente-archief. In zijn korte bestaan kreeg het slot niet voor niets de naam waaronder het tot op de dag van vandaag bekend staat: Kostverlooren.