Sisley-expositie is ode aan het Franse natuurschoon

Tentoonstelling: Alfred Sisley in Musée d'Orsay, entree quai Anatole France; tel. 09-03 33.1.40.49.48.14; Dag. behalve ma. Toegang: 32 fr. Catalogus: 315 fr.

PARIJS, 25 NOV. Voor het eerst, bijna honderd jaar nadat hij is overleden, is een retrospectieve tentoonstelling gewijd aan Alfred Sisley, de bescheidenste van de impressionisten. Een kleine tachtig schilderijen die de afgelopen zomer in Londen werden geëxposeerd, zijn nu te zien in het Parijse Musée d'Orsay. Zoals altijd als het om werk van de impressionisten gaat, is de publieke belangstelling zeer groot.

Sisley (1839-1899) was steeds vertegenwoordigd op exposities over het impressionisme - en dat waren er talloze in de afgelopen decennia -, maar als een soort "goede tweede'. De Parijse retrospectieve toont aan dat die reputatie niet gerechtvaardigd is. De schilderijen van deze eenzame wandelaar hebben een eigen vriendelijke charme en schoonheid.

Samen met Monet, de theoreticus, Pissarro en enkele anderen was Sisley vanaf het begin actief betrokken bij de beweging. In 1874 nam hij deel aan de eerste beroemd geworden expositie van de groep. Maar anders dan Renoir of Degas die op latere leeftijd verschillende wegen insloegen, bleef Sisley zijn gehele schildersleven trouw aan de uitgangspunten van de impressionistische schilderkunst. Als adept van "werken in het veld' bleef hij intieme landschappen, water, en bouwwerken als bruggen en kerken schilderen.

Sisley maakte vele honderden schilderijen, maar niet altijd van even goede kwaliteit, hetgeen mede een verklaring is voor zijn status van goede tweede. Zijn inzinkingen, voortkomend uit overproduktie, worden ook wel geweten aan de omstandigheid dat Sisley het grootste deel van zijn leven lang bittere armoede kende. Hij kreeg nimmer de erkenning die de anderen vooral na 1890 ten deel viel. En als discrete, zij het perfect tweetalige Franse Engelsman (hij werd in Parijs uit Engelse ouders geboren en behield zijn gehele leven de Britse nationaliteit) bleef hij altijd een buitenbeentje.

Sisley was volstrekt niet voorbereid op armoede, maar op een carrière als zakenman, zoals zijn vader. Hij koos desondanks voor het schilderen, wat zijn welgestelde ouders zich financieel gemakkelijk konden permitteren. In 1870-71 sloeg het noodlot toe. Tijdens de Frans-Duitse oorlog werd Sisley's atelier in het stadje Bougival, aan de Seine ten westen van Parijs, verwoest. Zijn vader ging failliet, en Sisley moest daarna met schilderen in het levensonderhoud van zijn vrouw en twee kinderen voorzien. Bittere armoede, tot de laatste van zijn dagen, was het gevolg want Sisley verkocht maar zelden schilderijen (het eerste doek pas in 1872). Of hij kreeg rabiaat lage prijzen (21 werken voor gemiddeld 121 francs per stuk) op de fameuze "Salon des Indépendants' die de impressionisten in 1875 in Parijs hielden.

Vrijwel zijn gehele leven was Sisley financieel afhankelijk van de leningen en voorschotten van Durand-Rueil, de kunsthandelaar die zich in impressionisten specialiseerde en hen ook financieel bijstond. In de periode 1872-1886 kocht Durand-Rueil 357 doeken van Sisley voor 150 tot 600 francs elk - net genoeg voor de kunstenaar om in leven te kunnen blijven. Maar op de exposities die Durand-Rueil in Frankrijk maar ook in New York en Londen organiseerde, werd zelden een Sisley verkocht, hetgeen later tot een betreurenswaardige breuk tussen beiden zou leiden.

Sisley woonde vele jaren in dorpen als La Celle St. Cloud, Louveciennes en Marly-le-Roi ten westen van Parijs, niet ver van de Seine, die zich hier door een fraai bebost heuvellandschap slingert. Enkele van zijn beste doeken schilderde hij in deze lieflijke omgeving die bij de impressionisten niet alleen vanwege het natuurschoon maar ook om de lage huishuren zeer populair was. Vaak maakte Sisley van hetzelfde onderwerp diverse schilderijen - de bewegingen van water, intieme landschappen, gezichten op de Seine; nooit spectaculair, maar altijd met de charme van het licht dat hem fascineerde. Enkele tientallen doeken uit deze periode vormen de kern van de expositie, een picturale ode aan de schoonheid van Ile de France.

In 1876 was hij getuige van de overstromingen in Port-Marly, de 'haven' van het hoger gelegen Marly-le-Roi, waar de Seine buiten zijn oevers was getreden. De overstroming in Port-Marly met zijn dreigende luchten, dat in het Musée d'Orsay te zien is, behoort tot zijn meesterwerken. In datzelfde jaar was de financiële nood zo hoog gestegen dat Sisley de criticus Théodore Duret in een brief vroeg een klant te vinden die hem gedurende zes maanden 500 francs zou betalen in ruil voor dertig schilderijen. Om zeker te zijn van inkomsten was Sisley bereid genoegen te nemen met 100 francs per schilderij.

In zijn financiële wanhoop imiteerde Sisley op het laatst van zijn leven de stijl van de toen succesvolle Monet. Die doeken zijn pijnlijk strijdig met Sisley's temperament, zoals de tentoonstelling duidelijk maakt. Na het zien van zijn andere werken, waaronder zeven schilderijen van de kerk in het dorpje Moret, zijn laatste woonplaats, overheerst tóch het oordeel dat Monet gaf nadat Sisley in 1899 aan keelkanker was overleden, drie maanden nadat zijn vrouw eveneens aan kanker was gestorven. "Ik geloof dat hij een grote meester was. Ik bekeek opnieuw enkele van zijn werken die een zeldzame diepte aan visie en schoonheid hebben, speciaal een over een overstroming - dat is een meesterwerk', zo schreef Monet in een brief enkele dagen na de dood van zijn oude makker. Een jaar na Sisley's overlijden kocht de Franse verzamelaar Comte Isaac de Camondo Overstroming in Port-Marly. Hij betaalde 43.000 francs.

    • Jan Gerritsen