Komst Luitjens spoedig verwacht; Oorlogsmisdadiger wacht uitwijzing Canadese regering

De Canadese immigratierechter heeft besloten dat de 73-jarige ex-Nederlandse oorlogsmisdadiger J. Luitjens Canada moet verlaten. Nadat hij hier 45 jaar geleden voor het laatst werd gesignaleerd, arriveert Luitjens wellicht aanstaande vrijdag weer voor het eerst in Nederland.

ROTTERDAM, 25 NOV. Zijn speurtocht werd steeds moeilijker. Dat kreeg de Tweede Kamer in 1985 te horen van mr. P.M. Brilman, de landelijke officier van justitie die speciaal belast was met de opsporing van oorlogsmisdadigers die in de jaren 1940-1945 in Nederland actief zijn geweest. Brilman had toen nog 35 oorlogscriminelen op het oog. Daarbij ging het om twintig tot levenslang veroordeelde (ex)-Nederlanders en één Duitser als ook om veertien lieden met kortere straffen die zich aan de tenuitvoerlegging daarvan hadden weten te onttrekken.

In die tijd had Nederland nog zijn Drie van Breda, stond in Frankrijk de berechting van de - in Bolivia opgespoorde - oorlogsmisdadiger Klaus Barbie voor de deur en woonden er van de twintig tot levenslang veroordeelde Nederlanders veertien in West-Duitsland onder bescherming van de Duitse nationaliteit. Van de overige zes waren er drie dood en leefden de resterende drie in Argentinië, Canada en Spanje.

Echt succesvol zijn Brilman en zijn voorganger, mr. L. de Beaufort eigenlijk nooit geweest met hun werk. Weliswaar werden in 1982 de 63-jarige oorlogsmisdadiger Albert T., in 1984 de 65-jarige Jan V. en in 1987 de 68-jarige Rien de R. aangehouden, maar de drie bejaarde oorlogsmisdadigers, A. Kipp (Argentinië), A.B. Pattist (Spanje) en Jacob Luitjens (Canada) kregen ze niet in handen. Omtrent Kipp en Pattist was de hoop allang opgegeven en voor de in 1971 tot Canadees genaturaliseerde Jacob (Jaap) Luitjens gold nagenoeg hetzelfde omdat de kans op diens (gedwongen) terugkeer naar Nederland praktisch op nul was gesteld.

De uitlevering waar het ministerie van justitie in 1981 om had gevraagd, was niet mogelijk omdat het Brits-Nederlandse uitleveringsverdrag van 1898 niet in het delict (collaboratie met de vijand) voorzag waarvoor de Drentse "landwachter' Luitjens in 1948 bij verstek tot levenslang was veroordeeld. Kort voor het vonnis had hij met hulp van Amerikaanse kerkelijke hulporganisaties naar Paraguay weten te ontkomen. Toen veel later, in het begin van de jaren '80 bekend werd dat hij vanuit Paraguay naar Vancouver aan de Canadese Westkust was verhuisd en daar het Canadese staatsburgerschap had verkregen, zou hij pas voor het eerst van zijn verstek-vonnis op de hoogte zijn gekomen. Brilman stuurde hem dat in 1983 toe. In feite was dat overbodig want Luitjens wist precies hoe het er voorstond. Familieleden hadden hem dat allang - al direct na zijn veroordeling - verteld. Vandaar ook dat hij zijn familie wel regelmatig in Vancouver ontving, maar vastbesloten was om zelf nooit naar zijn oude vaderland terug te gaan.

Hoewel het Nederlandse uitleveringsverzoek van 1981 geen kans van slagen had, kreeg de oorlogsdelinquent het met de Canadese autoriteiten aan de stok. Hij was namelijk in 1961 met valse verklaringen over zijn verleden Canada binnengekomen en had met even veel leugenachtigheid in een tien jaar durende procedure de Canadese nationaliteit weten te verkrijgen. In de jaren 1988/1989 leidde dat uiteindelijk tot een administratief, niet-strafrechtelijk denaturalisatie-proces waarvoor diverse deskundigen van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie in Amsterdam als ook getuigen van zijn optreden als landwachter in Noord-Nederland, naar Vancouver gingen.

Terwijl Brilman in die tijd noodgedwongen met de armen over elkaar moest zitten omdat hij met het uitleveringsverdrag geen kant uit kon, leidde het proces van de immigratie-autoriteiten er - nadat Luitjens tweemaal in beroep was gegaan - uiteindelijk toe dat hij definitief van het Canadese staatsburgerschap vervallen werd verklaard. Nog steeds woont hij in Canada, maar mogelijk niet lang meer. Jongstleden maandag werd namelijk in Vancouver de beslissing tot uitzetting (deportatie) genomen. Twee-en-zeventig uur had Luitjens om daartegen in beroep te gaan. Doet hij dat niet of worden zijn bezwaren niet erkend, dan zal hij, hoe oud ook, een dezer dagen van zijn bed worden gelicht en als ongewenst vreemdeling het land worden uitgezet.

Sinds 1 december 1991 hebben Nederland en Canada een nieuw uitleveringsverdrag. Op grond daarvan is uitlevering ook mogelijk voor delicten zoals destijds door Luitjens gepleegd. Een maand nadat het verdrag was gepubliceerd, deed staatssecretaris Kosto (justitie) een nieuw, door Brilman opgesteld verzoek aan Ottawa om de ex-Nederlander en ex-Canadees, aan Nederland over te dragen. Dat dit in principe kan, komt volgens Brilman doordat het verdrag enumeratief van karakter is en voor alle opgelegde gevangenisstraffen van meer dan één jaar geldt.

Over uitlevering aan Nederland heeft de Canadese regering tot nu toe nog geen beslissing genomen. Wel staat, aldus het ministerie van justitie in Den Haag vast dat Luitjens wanneer zijn uitzetting wordt geffectueerd, naar Nederland op het vliegtuig wordt gezet. Daar wacht hem niet alleen onmiddellijke arrestatie maar kan hij ook optreden in zijn eigen zaak bij de rechtbank in Assen waar hij vorig jaar, zij het rijkelijk laat verzet heeft aangetekend tegen zijn veroordeling in 1948. Voor Brilman is de opsporing van oorlogsmisdadigers nu achter de rug. Luitjens was voor hem de laatste en die zaak had hij hij medio 1992 al overgedragen aan de officier van justitie in Assen.