Kamer dringt aan op meer daadkracht van EG in conflict Bosnië

DEN HAAG, 25 NOV. De Tweede Kamer heeft gisteravond vrijwel unaniem aangedrongen op meer daadkracht van de Europese Gemeenschap in de kwestie-Joegoslavië. In de oproepen van de verschillende fracties tijdens de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken, waarin nogal wat kritiek werd geuit op de terughoudendheid van Frankrijk en Engeland, klonk de boodschap door zo langzamerhand maar met krachtiger militaire maatregelen tegen de Servische troepen op te treden.

Voor een volledige militaire interventie werd niet gepleit, wel voor het instellen van veiligheidszones ("safe havens'), voor een werkelijk vliegverbod boven Bosnië-Herzegovina en voor het zenden van VN-vredestroepen naar Macedonië en Kosovo. Deze maatregelen mogen eventueel een aspect van dwang krijgen, voorzichtig van vredeshandhaving naar vredesafdwinging overgaan. Over dat laatste bestonden echter nogal wat zorgen met betrekking tot de risico's voor de VN-soldaten. De VVD'er Weisglas ging het verst. Hij wil dat vanuit de lucht Servische artilleriestellingen onschadelijk worden gemaakt, hij wil ook laten nagaan of het mogelijk is vanuit de lucht de concentratiekampen te bevrijden.

“De vriesdood van duizenden dreigt niet alleen het morele failliet, maar ook een groot politiek gevaar voor Europa op te leveren”, zei De Hoop Scheffer (CDA). Hij herhaalde zijn eerdere stelling dat “de onmacht in voormalig Joegoslavië een grotere bedreiging voor verdere Europese integratie is dan het Deense nee tegen Maastricht”.

Volgens de PvdA'er Van Traa zet de vertrapping van mensenrechten in Joegoslavië “ons hele Europese bouwwerk op het spel”. Het handvest van Parijs, de grote doorbraak na de koude oorlog, “dreigt een vodje papier te worden”. Een “vergroot militair ingrijpenm moet niet geschuwd worden om humanitaire hulp te geven waar nodig en deportaties te stoppen en de kampen te openen.” Aldus Van Traa. Desnoods moeten er maar ondiplomatieke middelen worden gebruikt. “We mogen niet accepteren dat Sarajevo wordt uitgehonderd”.

Ook Groen-Links-woordvoerster Sipkes kwam met haar stellingname dicht bij een oproep voor gewapend ingrijpen: “Door een militaire interventie kan bijgedragen worden aan nog meer bloedvergieten, maar door niet te interveniëren maak je je eveneens verantwoordelijk voor voortzetting van het bloedbad.” Ze betrok haar oproep ook op Somalië, met de vraag of het niet tijd wordt “met de VN op te treden, zonder toestemming van alle warlords”.

Minister Van den Broek van buitenlandse zaken, die de pleidooien uit de Kamer, van harte onderschreef, wees erop dat deze oproepen vanuit het Nederlandse parlement consequenties kunnen hebben, in die zin dat de VN dan eventueel een beroep op Den Haag doet meer troepen te leveren. “Op dergelijke verzoeken moeten we ons voorbereiden.” Op een suggestie van De Hoop Scheffer, dat voor een beëindiging van het bloedbad in Joegoslavië toch weer leiderschap van de Verenigde Staten nodig is, riep Van den Broek luid: “Ik wil nu juist leiderschap van Europa zien.” Het kan niet langer geaccepteerd worden , zei hij, dat resoluties van de Veiligheidsraad “dagelijks worden geschonden alsof ze niet bestaan”.