"Je rilt van Maij's zakelijkheid'

TIEL, 25 NOV. “U laat uw horen hangen naar verkokerde groepen bij Waterstaat en bij de aannemerij en daarom kijgt datgene wat goed is voor het land geen kans.” Het was een van de vele schimpscheuten die minister H. Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) gisteravond in een Tiels restaurant te incasseren kreeg. Het ging over de omstreden Betuwelijn, de spoorlijn voor goederenvervoer die volgens de plannen dwars door Alblasserwaard en Betuwe komt te lopen en Rotterdam ook per rail met zijn Duitse achterland moet verbinden. "Wat goed is voor het land' betekende volgens de vertoornde spreker: ondergrondse aanleg van het hele, honderd kilometer lange traject. Maar de minister kon of wilde dat klemmende verzoek niet honoreren.

De bijeenkomst was belegd door de afdelingen Tiel en Gelderland van het CDA, maar het waren niet alleen geestverwanten die Maij daar in het hol van de leeuw kon begroeten. Ze zat, ingeklemd tussen beide voorzitters, oog in oog met ruim zevenhonderd bezoekers van uiteenlopende politieke achtergrond, die echter één ding gemeen hadden: ernstige zorg over een volgens hen grote aanslag op natuur en landschap gecombineerd met angst voor een ontoelatbaare hoeveelheid decibellen als te zijner tijd de goederentreinen met een frequentie van één per vier minuten komen langsdenderen.

Maij geldt voor het gros van de Betuwenaren als de kwade genius achter de goederenlijn, die ze liefst helemaal niet zien en als er geen ontkomen aan mocht zijn, onder de grond willen stoppen. De minister toonde zich echter onwrikbaar en kon slechts een gedeeltelijke ondertunneling bij wijze van proef toezeggen. Schampere opmerkingen en hoongelach uit de zaal waren veelvuldig haar deel, maar het kwam niet zo ver dat ze met overrijp Betuws fruit werd bekogeld. Ooft was er wel, in de vorm van hapklare appels waarvan ze na afloop aan kist kreeg aangeboden, en ten slotte mocht ze zelfs een bescheiden applaus in ontvangst nemen.

Eerder had Maij haar beweegredenen uitgelegd, compleet met uitvoerige verwijzingen naar het "nieuwe' Europa en het Verdrag van Maastricht. De Betuwelijn, aldus de strekking van haar betoog, is nodig om Rotterdam zijn rol als “belangrijke kurk van onze economie” ook in de toekomst te laten vervullen, vooral tegen de achtergrond van dichtslibbende wegen, die de bereikbaarheid van dergelijke centra in gevaar brengen. Ook milieu en verkeersveiligheid zijn volgens haar gediend bij railvervoer, dat immers - net als transport over water - de groeiende stroom vervuilende vrachtwagens kan indammen: “En de tijd dringt. De druk wordt steeds groter en Rotterdam komt klem te ziten. Of we verbeteren onze achterlandverbindingen of we moeten lading afgeven aan Hamburg, Bremen, Antwerpen en Le Havre. Het gaat erom dat we het gouden ei van Nederland niet in de uitverkoop doen. Eigenlijk had de Betuwelijn er tien, vijftien jaar geleden al moeten liggen.”

Waar de minister van een heilig geloof in de rentabiliteit van de Betuweroute getuigde, werd dat vanuit de zaal ernstig betwist. Ook de voorgestelde financiering kwam onder vuur te liggen. Van de vijf miljard aan investeringen moet twee miljard uit de aardgasbaten komen, maar iemand riep: “Die pot is hartstikke leeg. Andriessen heeft het zelf gezegd: we hebben geen cent te makke.”

Financiële berekeningen vlogen zowel schriftelijk als mondeling door de zaal. Een zogeheten diepgeboorde tunnel, waarmee de gemiddelde Betuwenaar kan leven, zou slechts enkele miljarden meer kosten: goed besteed geld met het oog op “het natuurlijke Betuwse leefmilieu”: “De Oosterscheldedam”, klonk het via de interrruptiemicroon, “pakte ook aanmerkelijk duurder uit, maar nu is iedereen zielsblij met het resultaat.” Waterstaat en NS werd grenzeloze kortzichtigheid verweten: “Ze zijn van meet af aan het spoor bijster geraakt door niet aan boren te denken.”

Ook de Duitsers in de grensstreek, waar de Betuwelijn moet aansluiten op het net van de Bondsrepubliek, zouden "mordicus' tegen zijn. “Steek uw licht maar eens op bij de Ober-Stadt-Director van Emmerik, dr Kulka, dan hoort u dat ze vierkant dwars liggen, net als destijds bij het Kalkar-project.” Maij-Weggen: “Ik sta in contact met de regering in Bonn en hoor dat er geen procedurele problemen te verwachten zijn. Integendeel, de Duitsers smeken ons juist om een railverbinding, want ze kunnen het groeiende vrachtverkeer op de weg niet meer aan.”

Een vertegenwoordiger van de binnenvaart kreeg te horen: “Klaag niet over oneerlijke concurrentie, maar pak uw kansen. Wanneer zal de Betuwelijn er liggen, in 1998, 1999? Tijd genoeg om uw aandeel in de vervoersmarkt op te voeren. Jammer alleen dat uw bedrijfstak nogal slecht is georganiseerd.”En op een serie grieven over gebrek aan inspraak onder de titel "volksverlakkerij' antwoordde Maij: “Als ik onze inspraak vergelijk met het buitenland, dan springt Nederland er heel gunstig uit. Maar vergeet niet: we leven in een parlementaire democratie. In het parlement valt de beslissing.”

“U klinkt zo zakelijk, op het laatst ga je ervan rillen”, sprak in Tiel een seksegenoot van de minister en dat leek ze zich enigszins aan te trekken.