Hollandia speelt scènes van Büchner; Zonderlinge soldaat Woyzeck verliest zijn liefje Marie

Voorstelling: Woyzeck van Georg Büchner door theatergroep Hollandia. Vertaling: Janine Brogt; regie: Paul Koek en Johan Simons; muziek: Paul Koek; spel: Bert Luppes, Betty Schuurman, Peter Paul Muller, Hein Verhees, Wieger Woudsma. Gezien: 21/11 Hal Dissel 4 Medemblik. Aldaar t/m 19/12, in Groningen: 7 t/m 24/1. Inl: 075-310231.

Woyzeck was nog niet af toen Georg Büchner in 1837 op 23-jarige leeftijd aan tyfus overleed. Wat hij naliet waren losse scènes in vier verschillende versies waar lange tijd niemand raad mee wist. Het duurde tot 1913 voordat Woyzeck voor het eerst werd opgevoerd. In Nederland is het stuk sinds de enscenering van Ton Lutz in 1959 meerdere malen te zien geweest en aan die lijst is nu een voorstelling van theatergroep Hollandia toegevoegd, die zich afspeelt in een enorme loods op een industrieterrein in Medemblik.

Hollandia heeft alle versies gebruikt en een tekstcompilatie gemaakt die uit 35 scènes bestaat. Het fragmentarische karakter van het stuk is in deze voorstelling benadrukt doordat scènes met twee à drie mensen vaak en in hoog tempo worden afgewisseld met groepsscènes, uitgevoerd door toneelschoolleerlingen. Zij vertolken alle bijrollen die door de regisseurs Paul Koek en Johan Simons zijn samengevoegd in spreek- en zangkoren. Het zijn niet de meest overtuigende gedeelten in de voorstelling, hoe groot de inzet van de spelers ook is en hoe intens de koren ook zingen, fluisteren en mimen.

Meer tot de verbeelding spreken, wat mij betreft, de stukken over de lotgevallen van de hoofdpersoon. Franz Woyzeck, gemodelleerd naar een werkelijk bestaande figuur uit Büchners tijd, is een doodsimpele soldaat die er op alle mogelijke manieren wat bij verdient. Hij heeft zich bij voorbeeld als proefkonijn aan de medische wetenschap beschikbaar gesteld en voert nu plichtsgetrouw de opdracht uit om drie maanden lang uitsluitend erwten te eten. Woyzeck heeft zich erbij neergelegd dat hij van het leven niet veel hoeft te verwachten en hij is dan ook tevreden met wat hij heeft: zijn liefje Marie en hun kind. Maar als hij ontdekt dat zij het met andere mannen aanlegt doet hij, ten einde raad, afstand van haar en steekt haar dood.

Het is een aangrijpende scène waarin zowel Marie (Betty Schuurman) als Woyzeck (Bert Luppes) bij iedere messteek hartverscheurend schreeuwen. Hun silhouetten tekenen zich dreigend, vele malen vergroot, af op de muur achter hen. Bert Luppes en Betty Schuurman, die evenals de andere acteurs in deze voorstelling gekleed gaan in vuilwit, vodderig goed, spelen allebei sterke rollen - hij: een ontroerende zonderling die in de wereld zijn eigen weg gaat, zij: een uitdagende meid die zich graag laat versieren.

De enscenering van Paul Koek en Johan Simons toont Woyzeck en Marie in een harde, ja troosteloze maatschappij waarin individuele belangen niet lijken te bestaan. De voor deze gelegenheid gekozen locatie in Medemblik speelt daarbij een belangrijke rol: de betonnen toneelvloer die de vorm heeft van een naar achter toe steeds nauwer wordende driehoek, oogt groot, kaal en kil.

De voorstelling gaat vergezeld van veel muziek: dreunend slagwerk dat door het opzwepende ritme een gevoel van spanning veroorzaakt. Zo wordt op indrukwekkende wijze, met een minimum aan realisme en een maximum aan suggestie, een beklemmende sfeer opgeroepen die je na afloop van de voorstelling nog lang bijblijft.