Friese taal lijdt onder beleid van provincie

GRONINGEN, 25 NOV. De taalpolitiek van de provinciale Friese overheid die gericht is op het behoud van de Friese taal werkt averechts. De ruimte die de provincie de Friese taal geeft in het bestuurlijk verkeer, onderwijs en rechtspraak werkt contraproduktief.

Dit betoogde prof. G.J. de Haan in zijn oratie "Meertaligheid in Friesland', die hij vanmiddag uitsprak bij zijn aantreden als gewoon hoogleraar in de Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Omdat de provinciale overheid een scheiding tussen het gebruik van het Fries en het Nederlands verwerpt ontstaat als gevolg hiervan een concurrentiestrijd tussen beide talen, waarbij de taal met de zwakste positie onder druk komt te staan en bedreigd wordt, aldus De Haan. Hij constateert een duidelijk waarneembare "vernederlandsing' van de Friese taal.

De provincie moet er in haar taalbeleid juist naar streven dat meer en beter Fries wordt gesproken in de omgeving, de buurt en in de gezinnen thuis, aldus De Haan. “Op die manier wordt de stabiliteit tussen het Nederlands en het Fries hersteld.

De Friezen blijken hun taal slecht over te dragen. Veel Friezen denken dat ze één taal goed moeten leren en kiezen dan heel terecht voor het Nederlands. De tweetaligheid van veel Friezen stopt als ze naar school gaan, waar praktisch alleen Nederlands wordt gesproken''.

De Haan pleit dan ook voor goed schrijf- en leesonderwijs in het Fries op de basisschool. Volgens hem heeft tweetaligheid een positief effect op iemands persoonlijkheid. “Door hun verscherpt taalbesef blijken tweetaligen flexibeler in de maatschappij te staan”.