Franse landbouw voert een achterhoedegevecht

BRUSSEL, 25 NOV. De felle protesten van de boeren in Frankrijk en elders in Europa tegen het landbouwakkoord met de Verenigde Staten laten duidelijk zien dat de agrarische ondernemers zichzelf niet de dupe willen zien worden van hun eigen succes.

De totstandkoming van de EEG heeft de produktiviteit in de landbouwsector de afgelopen decennia een geweldige stimulans gegeven. Tegelijkertijd betekende de vorming van de Gemeenschap opening van nieuwe afzetmarkten - voor de Franse graanboeren, maar bij voorbeeld ook voor Nederlandse zuivelproducenten. Frankrijk en Nederland hebben op die manier als belangrijkste agrarische exportlanden het meest geprofiteerd van de EG.

Toen in de loop van de jaren zeventig de zelfvoorzieningsgraad binnen de EG tot boven de 100 procent uitsteeg, werden nieuwe afzetmogelijkheden gevonden buiten de EG, waarbij Brussel de boeren flink steunde door scheutig exportsubsidies te verstrekken. Zonder die subsidies - die uit de gemeenschappelijke EG-kas komen - zouden het Franse graan en de Nederlandse kaas niet kunnen concurreren op de wereldmarkt.

Het is dus onjuist te stellen dat Brussel erop uit is de boeren de nek om te draaien. De boeren zelf, ook in Frankrijk, erkennen dat zij de afgelopen tientallen jaren hebben geprofiteerd van het Europese landbouwbeleid. Maar zoals elders ook zo vaak gebeurt: de zegeningen van Brussel worden in stilte geteld, en de kritiek op het beleid wordt het liefst op straat geventileerd.

Die kritiek betreft het akkoord met de Amerikanen, maar gaat in wezen terug op de dit voorjaar binnen de EG afgesproken hervorming van het Europese landbouwbeleid. Volgens die afspraken - waaraan ook Parijs zijn zegen heeft gegeven, maar die de inmiddels ontslagen landbouwminister Mermaz van tevoren en nadien onvoldoende heeft uitgelegd aan zijn achterban - krijgen de (graan)boeren directe inkomenssteun in ruil voor forse prijsverlagingen en het braakleggen van een deel van de grond.

De boeren ervaren dat, niet zonder reden, als een degradatie: ze moeten hun status van "ondernemer' inruilen voor die van "steuntrekker'. Dat is natuurlijk niet leuk, maar het betreft in feite de formele bevestiging van een al bestaande situatie. Het probleem is namelijk dat niet alleen in de EG maar ook elders in de wereld de landbouwproduktie enorm is gestegen. De mensen in Somalië lijden honger uit geldgebrek, niet omdat het voedsel er niet is.

Aangezien ook de VS en andere landen overschotten hebben, is het onontkoombaar dat afspraken worden gemaakt over het reguleren van de markt. Het alternatief is voorzetting en intensivering van de huidige subsidie-oorlog. En reguleren van de markt betekent per definitie het dwingend verminderen van de produktie.

Franse boeren mogen daar natuurlijk tegen protesteren, maar hun strijd is daarmee eigenlijk niet meer dan een achterhoedegevecht. Frankrijk produceert ongeveer 60 miljoen ton graan. Daarvan is ongeveer 25 miljoen ton bestemd voor eigen verbruik. De rest wordt in het buitenland verkocht. Het Europa van de twaalf produceert ongeveer 163 miljoen ton graan. Daarvan wordt ongeveer 135 miljoen ton in de eigen gemeenschap geconsumeerd, de rest is export - gesubsidieerde export, voor alle duidelijkheid. In de huidige landbouwcrisis van de overvloed is het onontkoombaar dat daar het mes in gaat.