Een Stammheim voor skinheads

Deze zomer was het vijfentwintig jaar geleden dat in West-Berlijn, bij een demonstratie tegen het bezoek van de Sjah van Persië de student Benno Ohnsesorg door de politie werd doodgeschoten.

De tien jaar daarop werd de Bondsrepubliek in beslag genomen door een escalatie van terrorisme en tegenmaatregelen. De politie infiltreerde in de gelederen van de Rote Armee Faktion, meer schietpartijen met dodelijke afloop volgden, en daarop weer hongerstakingen, gijzelingen en nieuwe arrestaties. Vijftien jaar geleden pleegden Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe in hun isoleercel van de speciale gevangenis Stammheim zelfmoord. Vier dagen later werd de voorzitter van de Westduitse werkgeversvereniging Hanns Martin Schleyer vermoord in de kofferbak van een auto gevonden. Die moord werd, zoals een student het toen uitdrukte, in kringen van "sympathisanten' met klammheimliche Freude begroet. Kort tevoren had de Bondsdag een bijzondere en omstreden wet aangenomen die totale isolering in gevangenschap mogelijk maakt.

Hoewel de RAF een klein groepje was, er geen "Weimar" in de lucht hing, er geen rood gevaar te vrezen viel en de neo-nazi's een verwaarloosbaar clubje vormden, ontstond er een nationale crisis. In het gedeelde land, met de Bondrepubliek verankerd in het Westen, gebonden aan de Amerikaanse buitenlandse politiek, ontstond twijfel in een veel groter kring dan die van de "sympathisanten'. Zat men wel in het goede kamp, en was het noodzakelijk, de wet zo te verscherpen en het openbare leven te militairiseren? De Bondsrepubliek heeft de crisis toen overwonnen door de geheimzinnige kracht die de "algemene wil' wordt genoemd. Die heeft zich tenslotte niet laten verleiden tot extreme oplossingen waardoor de democratie tot een onhandelbare chaos uitelkaar zou zijn getrokken.

Nu is er opnieuw een crisis. De rellen in Rostock markeren het begin. Het was geen herleving van het oude nazidom, de uitbarsting was betreurenswaardig, weerzinwekkend maar niet onverklaarbaar en daardoor zou men herhaling kunnen voorkomen. Na Rostock is het geweld tegen de vreemdelingen steeds smeriger geworden. Het vooruitzicht op aanpassing van het asielrecht heeft de "skinheads' niet geappaiseerd. Van optochten, hooggeplaatsten die hun afschuw uitspreken en minuten stilte zijn ze niet onder de indruk. Het knuppelen en brandstichten gaat door, mensen met een Turks voorkomen zijn hun leven niet meer zeker.

Er is geen georganiseerd nazidom, de staat wordt niet door een grote binnenlandse of buitenlandse macht bedreigd. Er hangt opnieuw geen "Weimar" in de lucht. De grote massa, verenigd in de grote partijen verafschuwt het geweld. Er zijn vierentwintig gevallen ontdekt waarin bleek dat een soldaat van de Bundeswehr een "sympathisant' van de vijand was of dat een politieknuppel het slachtoffer in plaats van de dader had getroffen. Maar dat maakt de hele politie en de 400.000 soldaten nog niet verdacht. Goed beschouwd is alles in orde, zoals ook alles goed beschouwd in orde was toen de RAF de crisis veroorzaakte. Wat ontbreekt er dan aan?

Dat is de geheimzinnige "algemene wil' in de politiek, die wel aanwezig was toen het terrorisme van de RAF moest worden verslagen, infiltranten in die organisatie binnendrongen, een speciale gevangenis met isoleercellen werd gebouwd en de wet werd veranderd. De grootst mogelijke meerderheid kan het over alle wenselijkheden en verwerpelijkheden eens zijn, maar als de wil ontbreekt om daaraan een politieke uitdrukking te geven worden de zaken min of meer op de oude voet voortgezet.

De zogenaamde skinheads zijn praktische fascisten, straatfascisten. Dit soort dropouts komt in alle landen van de westelijke beschaving voor. Ze rammen en trappen, ze hebben lak aan alles waarop redelijke mensen prijs stellen. Als we geluk hebben komen ze achter de tralies. Ze knappen er niet van op maar in ieder geval zijn ze even uit de circulatie. We verklaren hun aanwezigheid uit de tekortkomingen van onze eigen maatschappij: werkloosheid, armoede, gebroken gezinnen, gebrek aan onderwijs. Misschien moeten we daaraan nog de "klammheimliche" eerbied voor rauw geweld toevoegen, de eredienst zoals die op de televisie dag in dag uit in stand wordt gehouden: het Rambo-fascisme.

Het verschil tussen het algemeen Europese straatfascisme en het Duitse is, dat het eerste een toevallig doel heeft - men loopt tegen iemand op en slaat hem in elklaar - terwijl het Duitse nu één doel heeft. Waar zo'n doelgerichtheid heerst, ontstaat automatisch organisatie. Dat vergroot de noodzaak om er tegen op te treden; het maakt bestrijding ook minder moeilijk. Men heeft dan alleen nog de "algemene wil' nodig om de bestrijding georganiseerd aan te pakken.

Is het nog altijd zo dat clubjes skinheads spontaan samendrommen en dan spontaan het huis van een Turk in brand steken of spontaan een "halfjood' doodtrappen? Dat kan in ieder geval de slachtoffers niet meer worden wijsgemaakt. Waar is de "algemene wil'? Nu, in Italië misschien, bij de strijd tegen de mafia. Niet in West Europa tegen de georganiseerde misdaad in Joegoslavië. In Duitsland tegen de rassenhaat van de skinheads en hun "sympathisanten'? Bouw een Stammheim voor skinheads.

    • H.J.A. Hofland