Duits geweld duurt voort, de daders blijven spoorloos

BONN, 25 NOV. Ondanks meer dan vijftig tips uit de bevolking en een dramatisch verhoogd beloningsbedrag (150.000 mark) ontbreekt nog elk spoor van de, vermoedelijk rechtsradicale, daders van de aanslagen op twee door Turken bewoonde huizenblokken in het Noordduitse plaatsje Mölln.

Gisteren besloot autoproducent Opel, waar onder de 55.000 werknemers één op de zes buitenlander is (onder wie 5.000 Turken), om de door de justitie uitgeloofde beloning van 50.000 mark met 100.000 te verhogen. Voor de familie van de slachtoffers in Mölln stelde Opel “uit solidariteit met de Turkse gemeenschap in Duitsland” 50.000 mark beschikbaar. De hulporganisatie Cap Anamur, die zich doorgaans richt op catastrofe-hulp in het buitenland, gaf drie miljoen mark voor het herstel van de huizenblokken in Mölln, waar een aantal Turkse families, in totaal een kleine 50 mensen, woonde.

Hoewel de verontwaardiging over de aanslagen, waarbij zondagnacht drie doden en negen gewonden vielen, blijkens spontane demonstraties in het hele land groot is, zijn Turken en andere buitenlanders gisteren opnieuw door rechtsradicalen aangevallen. Een 49-jarige Turk werd in Bad Salzuflen met een mes verwond, in Freiburg sloegen vier skinheads een 27-jarige Turk het ziekenhuis in. In München werd een pastoor die met een Afrikaan door de stad liep neergeslagen door een passant die zich luidkeels “tegen pastoors en negers” uitsprak.

In het Zuidbeierse Garmisch-Partenkirchen bleef een poging tot brandstichting in een woonoord voor asielzoekers maandagnacht zonder ernstige gevolgen. In Berlijn kwam een 17-jarige jongen zich bij de politie melden als degene die zaterdagavond in een vechtpartij tussen groepen jongeren een 27-jarige kraker had doodgestoken. Hij noemde zichzelf “voetbal-hooligan” en zei geen politieke of ideologische motieven te hebben gehad.

Inmiddels is in en buiten Duitsland een hevig debat begonnen over de politieke verantwoordelijkheid voor het geweld tegen buitenlanders, de gevaren die minderheden bedreigen en de vraag of leden van minderheden zichzelf met wapens of in groepsverband moeten beschermen.

[In de Tweede Kamer hebben gisteren de regeringsfracties opgeroepen tot grotere solidariteit. De PvdA vroeg om “meer rugdekking” voor Duitsland “bij de psychologisch zo moeizame eenheid en solidariteit als het gaat om verwerken van de migratie”. Het CDA vond dat deze solidariteit met Duitsland tot uitdrukking moet komen in meer “steun voor het opzetten van een Europees vluchtelingen- en asielbeleid”.]

Pag.5: Discussie laait op

De schrijver Ralph Giordano (69) schreef kanselier Kohl gisteren dat hij de huidige regeringscoalitie verantwoordelijk stelt voor het gebrek aan veiligheid voor joden en andere minderheden en dat hij zich het recht voorbehoudt om desnoods aan (gewapende) zelfbescherming te gaan doen. Hij is wat dat laatste betreft bijgevallen door de oude en beroemde historicus Golo Mann (83), die in een interview zei dat hij zich “als ik 50 jaar jonger was” als lid van een minderheid in de gegeven omstandigheden ook zou bewapenen.

De voorzitter van de Centrale raad der joden in Duitsland, Ignatz Bubis, vindt ook dat Duitse politici met hun slepende asieldebat en de justitie “met haar lange onderschatting van het rechts-radicale gevaar” medeverantwoordelijk zijn voor de huidige toestand. Maar Bubis waarschuwt ook ernstig tegen bewapende zelfverdediging door leden van minderheden. Ook in Duitse media, bijvoorbeeld door Josef Joffe in de Süddeutsche Zeitung, wordt en - met een verwijzing naar de in 1933 door de nazi's onthalsde republiek van Weimar - gewaarschuwd dat zoiets (of een verschijnsel als “burgerwachten”) het geweldmonopolie van de overheid en de wortels van de rechtsstaat zelf zouden kunnen aantasten, wat uiteindelijk juist in het nadeel van minderheden zou uitwerken.