Directeur ook beschermd tegen ontslag

ROTTERDAM, 25 NOV. Directeuren van naamloze en besloten vennootschappen hebben dezelfde arbeidsrechtelijke bescherming tegen ontslag tijdens ziekte en zwangerschap als gewone werknemers. Deze uitspraak heeft de Hoge Raad eerder deze maand gedaan.

De uitspraak van het hoogste rechtscollege in Nederland maakt een einde aan een jarenlange discussie tussen arbeidsrechtelijke en vennootschapsrechtelijke juristen over de reikwijdte van de ontslagbescherming. “De controverse leidde tot een groot aantal verschillende uitspraken in juridische procedures van statutair directeuren. Die mondden dan meestal wel uit in een schikking, maar in juridische zin duurde de onduidelijkheid voort. Dat is met deze uitspraak opgelost”, aldus de Rotterdamse advocaat mr. C.G. Scholtens, op wiens verzoek de producureur-generaal bij de Hoge Raad het cassatieberoep instelde tegen een vonnis van de Haagse rechtbank van 27 november vorig jaar.

De Haagse rechtbank had uitgemaakt dat directeuren van NV's en BV's geen ontslagbescherming tijdens ziekte en zwangerschap toekomt, omdat in het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat directeuren te allen tijde geschorst en ontslagen kunnen worden. Omdat voor ontslag van directeuren evenmin een ontslagvergunning van het arbeidsbureau nodig is, zouden directeuren een veel zwakkere arbeidsrechtelijke positie hebben dan gewone werknemers. De Hoge Raad heeft dit vonnis vernietigd en daarmee bepaald dat directeuren tijdens ziekte en zwangerschap in principe dezelfde ontslagbescherming genieten als gewone werknemers.

Staatssecretaris Kosto van justitie zei tijdens de behandeling van het wetsvoorstel herziening ontslagrecht eerder dit jaar in de Tweede Kamer dat voor statutair directeuren geen ontslagbescherming geldt en dat zij alleen recht kunnen doen gelden op schadevergoeding. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer in juni van dit jaar zwakte hij dit standpunt af en nam hij geen positie in.