Brussel van de ene brand naar de andere

BRUSSEL, 25 NOV. Het is in de Brusselse bureaucratie dezer dagen een dolle kermis van noodplannen, bluspogingen en spoedbijeenkomsten, van een heftigheid waar de verstokte democraat slechts van kan dromen. Er wordt gegokt, geïmproviseerd, gedreigd, gebruskeerd, zelfs tijdelijk afgetreden. Het meeste uiteraard in het geheim, maar dat draagt slechts bij aan de spanning.

Vandaag velt de Europese Commissie een vermoedelijk positief oordeel over het oliezadenakkoord waarmee vrijdag een handelsoorlog met de VS werd afgewend, terwijl het Franse parlement er waarschijnlijk nee tegen zal zeggen. Aanstaande vrijdag zoeken de ministers van financiën en buitenlandse zaken een uitweg uit het moeras waarin de Britten en de Denen het Verdrag van Maastricht vastreden. Intussen zijn de Britten ijverig op zoek naar een list om "Edinburgh', de bijeenkomst van regeringsleiders half december, niet op een fiasco te laten uitdraaien. Volgende week woensdag wordt er een spoedvergadering van Europese ministers van landbouw op Frans verzoek verwacht. Dat wordt vermoedelijk een eersteklas theatervoorstelling, met veel misbaar voor de achterban en een hoofdzakelijk beleefd luisterende, maar weinig toegeeflijke ministerraad.

De devaluatie van de peseta en de escudo het afgelopen weekeinde hebben de EG dichter bij een splitsing gebracht, in een Europa van "twee snelheden'. Een D-markzone van rijke landen in de kopgroep en een tweede garnituur van arme landen. De monetaire unie, die economische "convergentie' veronderstelt, is verder uit het zicht geraakt. Eerder verlieten de lire en de pond al het EMS. Als de Ierse punt dezer dagen door de markt ook tot devaluatie wordt gedwongen, is het beeld van de crisis rond "Maastricht' compleet. Kennelijk past de economische werkelijkheid zich niet vrijwillig aan bij het papieren bouwsel van een monetaire unie. De mislukte referenda in Denemarken en Frankrijk gaven al eerder aan dat de EG ook de aansluiting met de politieke werkelijkheid dreigt te verliezen.

Het begint de regeringsleiders inmiddels te dagen dat de top in Edinburgh straks een nieuwe impuls moet geven, zowel aan de langere politieke toekomst van Europa als aan de directe economische toekomst. De EG moet weer relevant worden voor de burger en geloofwaardig voor de financiële markten. Ratificatie van "Maastricht' is door het Britse uitstel tot na een tweede Deens referendum, tot de herfst van 1993 immers niet zeker.

Edinburgh mag ook geen "Birmingham II' worden; bij die ingelaste top half oktober zaten de regeringsleiders enigszins voor schut. Op dezelfde dag werd bijkans de gehele Britse kolenindustrie opgeheven, de recessie loeide door de straten. Binnen probeerde de Europese top de EG "transparant' te maken en de rol van Brussel "subsidiair' ten opzichte van de hoofdsteden. Als de kloof met de burger ooit zichtbaar was, dan toen.

Met de economie is het sinds half oktober nog altijd niet beter. De groeiverwachtingen zijn bijgesteld - de prognoses voor de Bondsrepubliek zijn somber. Is dit dan het juiste klimaat om vast te houden aan de strenge criteria voor de toch al vertraagde monetaire unie, zo vraagt men zich in Brussel af. Sommigen vrezen zelfs dat de recessie er door versterkt kan worden. Vandaar dat voorzitter Delors vorige week in een vraaggesprek een konijn uit de hoed toverde: een fonds dat samen met de Europese Investeringsbank via de aanleg van wegen, pijplijnen en andere "netwerken' als groei-impuls voor de economie moet werken.

Premier Major greep deze kans en probeert nu tot een gezamenlijke aanpak van de economische problemen te komen. Hij denkt aan een gezamenlijke investeringsstrategie, met de nadruk op particuliere investeringen. Andere ministers neigen meer naar het onderling afstemmen van hun economisch beleid. Wat er ook van komt, "Europa' zal straks de burger een antwoord proberen te geven op de problemen die er werkelijk toe doen: werkloosheid en recessie.

De problemen rond "Maastricht' zijn zo naar de achtergrond verdreven. Delors heeft de financiële plannen voor de Unie al met twee jaar uitgesteld. Met het Britse voorzitterschap valt geen land te bezeilen, zo zeggen steeds meer lidstaten hardop. Maandag zei vice-premier Kok nog dat de Britten de “samenhang in Europa zoekmaken”, ongeveer het ergste wat je de EG-voorzitter kunt verwijten. De enige reden waarom de Britten in Edinburgh financiële afspraken over "Maastricht' willen, is om het verdrag te kunnen uitkleden, zo geloven ambtenaren.

De openlijke kritiek op de manier waarop de Britten de ministerraden voorzitten valt de laatste weken nauwelijks meer bij te houden. Arrogant, rampzalig, saboterend - de herinnering aan het magere Nederlandse voorzitterschap verbleekt snel bij de wekelijkse barrage van kritiek op de Britten. Nog vijf weken en dan mogen de Denen het roer overnemen - een overgang van de lamme naar de blinde. Denemarken is immers gehandicapt doordat de eigen bevolking "Maastricht' afwees.

Het is wellicht mede daarom dat de EG zich de komende weken zal concentreren op een vertrouwd terrein, de economie. Er zal alles aan worden gedaan om de komende maanden een GATT-akkoord af te sluiten. Daartoe moeten eerst de Fransen binnenboord worden gehaald, die nu dreigen het daarvoor essentiële oliezadenakkoord met de VS af te schieten. De kans dat de Fransen definitief zullen blokkeren wordt in Brussel niet hoog geschat. Frankrijk kan binnen de EG worden weggestemd en zou dan met een beroep op een "essentieel nationaal belang' een veto moeten uitspreken. Van dit in 1966 toegekende "recht' heeft Frankrijk, als toonaangevend EG-land, echter nog nooit gebruik gemaakt. Spreekt Frankrijk wel een veto uit, dan zou dat wel eens een lange periode van stagnatie in de EG kunnen inluiden. Zou Mitterrand, die zich als geestelijke vader van de EG beschouwt, dat op z'n geweten willen hebben? Algemeen wordt aangenomen dat Parijs alleen een veto zou durven uitspreken als het de steun van de Bondsrepubliek heeft. Daarvan is tot nu toe niet gebleken. Maar wie weet - in de wondere EG-wereld waar crisis op crisis volgt kan morgen alles anders zijn.

    • Folkert Jensma