Amsterdamse agent in chaos van Soweto

PRETORIA, 25 NOV. Hij was wel wat gewend. Als commissaris van de rijkspolitie district Amsterdam was Floris Bouma (49) betrokken bij de Menten-affaire en de ontvoeringen van Freddie Heineken en het meisje Albada Jelgersma. Maar het was “van een geheel andere orde” om als EG-waarnemer bij de onafhankelijke Goldstone-commissie in Zuid-Afrika bij toeval een uiterst geheim gebouw van de militaire inlichtingendienst te ontdekken - het begin van een politiek schandaal dat president De Klerks geloofwaardigheid in binnen- en buitenland heeft ondergraven. “God, ik was ineens wereldnieuws. Dat is wel gek, hoor”, zegt Bouma met ongeveinsde verbazing.

Verbazing en verwarring over de complexe geweldssituatie voeren de boventoon in Bouma's ervaringen. Hij ging eind oktober na een sollicatie bij de Europese Gemeenschap in Pretoria aan het werk. In Nederland was hij krachtens het reorganisatie-vocabulaire van de politie “overcompleet” geworden. Nu ziet hij een werkelijkheid die hij niet begrijpt: de chaos in het door geweld geteisterde "Beiroet'-gedeelte van het zwarte township Alexandra, het gevaarlijke werk van collega's in Soweto, de benauwde politiemannen die de forensentreinen tussen de townships in Johannesburg moeten bewaken, waarin zoveel moorden worden gepleegd.

Bouma waagt zich niet te zeer aan oordelen. “Soms denk je dat je het licht hebt gezien. Dan lijkt het geweld een ANC-Inkatha-affaire, maar daarna blijkt er weer veel meer te spelen, zoals etniciteit. De taxi-oorlog (waarbij rivaliserende bedrijven van zwarte taxichauffeurs elkaar bloedig bestrijden) blijkt weer een commerciële affaire. Ontzettend ingewikkeld, uiterst interessant.”

Pag.4: In Soweto elke week een gedode agent

De onafhankelijke commissie onder leiding van rechter Richard Goldstone onderzoekt voorvallen van geweld en intimidatie in Zuid-Afrika. Zij heeft daartoe de beschikking over rechercheurs en deskundige internationale waarnemers, die toezien op het onderzoek. Na een tip over wapensmokkel kwam het team waartoe Bouma behoort uit bij een hotel in Pietermaritzburg. Een credit-card-rekening verwees naar een firma in Pretoria, Africa Risk Analysis Consultancy (ARAC). Toen de rechercheurs op 11 november op de vierde etage van het kantoorgebouw bij ARAC binnenvielen, stonden zij geheel onverwacht oog in oog met verbijsterde medewerkers van het Directorate of Covert Collections. ARAC bleek de dekmantel voor een geheime tak van de militaire inlichtingendienst.

Dit “puik speurwerk”, zoals het Afrikaner dagblad Beeld het noemde, bracht de regering-De Klerk en de legertop in grote verlegenheid. Uit de dossiers die de commissie bij ARAC in beslag nam bleek dat de inlichtingendienst vorig jaar een clandestiene operatie heeft opgezet om het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) te ondermijnen. Het leger en de verantwoordelijke ministers tikten de Goldstone-commissie verontwaardigd op de vingers, vooral over het feit dat buitenlanders als Bouma een gebouw vol staatsgeheimen konden betreden. Buiten zijn schuld was de politiekolonel uit Bussum - getrouwd, drie kinderen - in het mijnenveld van de Zuidafrikaanse politiek verzeild geraakt.

Bouma is er laconiek onder. “Mijn Britse collega en ik zaten er natuurlijk wat genant tussen. Wij begrepen ook wel dat onze aanwezigheid gevoelig was, we hebben ons dan ook op de achtergrond gehouden. Wist ik veel. Het was eerbaar recherchewerk, als we iets van de geheime operaties konden pakken, was dat mooi meegenomen. Ik begrijp wel dat men nu een slaatje probeert te slaan uit onze aanwezigheid. Maar als je een internationale waarnemer aan de dijk zet, heb je natuurlijk echt iets te verbergen.”

De delegatie van drie EG-ministers van buitenlandse zaken bood de Zuidafrikanen begin september assistentie aan voor de Goldstone-commissie en het secretariaat van het Nationaal Vredesakkoord, waar nu twee Nederlanders werken. De Zuidafrikaanse politie, jarenlang de lange arm van het apartheidsregime in de townships, was zojuist hevig gekritiseerd in een rapport van de Britse professor Waddington. Hij had grote fouten blootgelegd in de organisatie en het dagelijkse politiehandwerk en bovendien gewezen op het gebrek aan geloofwaardigheid van de politie bij de zwarte bevolking, een erfenis van jaren onderdrukking.

Bouma: “Wij zijn hier om te zien of het politiewerk volgens onze standaarden wordt verricht, vanuit het achterliggende idee dat onze standaarden beter zouden zijn dan de Afrikaanse. Daar ben ik niet zo blij mee. In andere Europese landen hanteert men ook standaarden die de mijne niet zijn, zoals de Franse terreurbrigades.” Bouma meent dat de Zuidafrikaanse politie sinds het Waddington-rapport al het nodige heeft veranderd. De mobiele eenheden, die tot nu toe op veel plaatsen in aparte gebouwen zitten en een apart commando hebben, worden meer geïntegreerd in het gewone politiewerk. Verbetering van het recherchewerk en het forensisch onderzoek ligt in het verschiet, als de jarenlang opgehouden automatisering van de politie doorgzet. De politie werkt “loyaal” mee aan de Goldstone-onderzoeken, meent Bouma. “Ze weten dat Goldstone vrijwel de enige is die onbetwist zijn mening kan geven in dit land, al is daar bij de laatste affaire een lichte kentering in gekomen. De commissie heeft al heel wat beweringen over geweld en intimidatie op waarheid gewogen en veel verhalen doorgeprikt.”

De uitdijing van de Goldstone-commissie, die steeds meer werk krijgt, ziet Bouma met lede ogen aan. Hij waardeert de persoonlijke inbreng van Goldstone, rechter bij de Hoge Raad: “een hele zaakgerichte man, een typische jurist, analytisch, snel, meteen pats in de zaak”. Een grotere staf betekent meer bureaucratie, “en dan raak je die persoonlijke touch kwijt”. Toch lijkt het moeilijk te voorkomen. Goldstone kwam met president De Klerk overeen dat hij de activiteiten van leger (onder voorwaarden) en politie zal onderzoeken, evenals de privé-legertjes van politieke organisaties.

Bouma heeft voor een halfjaar getekend. Wat hem daarna in Nederland te wachten staat, weet hij niet. Het voormalige hoofd van het district Amsterdam (800 mensen) is organisatorisch opgeheven en dat stemt bitter. “Amsterdam is een goed voorbeeld van een reorganisatie die slecht uitpakt. Het district wordt gewoon in zessen opgedeeld. Er blijft niets over van onze identiteit. Alle zes regio's beginnen weer het wiel uit te vinden. Het personeel is inmiddels al weg. De reorganisatie gebeurt voor de wetgeving uit, want anders duurt het te lang. Heel bijzonder, heel geschift.”

Een vergelijking tussen het Zuidafrikaanse politiekorps (120.000 leden) en het Nederlandse (“40.000, honden meegerekend”) is nauwelijks te maken, meent Bouma. “Na een tijdje hier zie je dat het Nederlandse politiewerk vooral luxeproblemen betreft. In ons perspectief heel belangrijk, maar van een heel andere orde. Ik vroeg een collega in Soweto hoeveel politiemannen hij daar het afgelopen jaar bij geweld had verloren. Vijftig! Elke week een begrafenis. Dat is mij in twaalf jaar Amsterdam niet één keer overkomen.”