Ajax bewijst het gelijk van de assistentcoach

AMSTERDAM, 25 NOV. Een lach viel nauwelijks te onderdrukken toen assistent-trainer Gerard van der Lem van Ajax bij thuiskomst van zijn verkenningsbezoek aan het Bundesliga-duel Bayer Uerdingen-FC Kaiserslautern een relaas hield alsof hij zojuist van het front was teruggekeerd. Geëmotioneerd sprak hij over “wereldspitsen” bij FC Kaiserslautern, Ajax' toekomstige tegenstander, over hun snelheid, de effectieve speelwijze van die Duitsers, hun inzet en hun produktiviteit. En had zijn collega-assistent Tonnie Pronk al na de wedstrijd FC Kaiserslautern-Schalke '04 niet over de “fantastische atmosfeer” in het Fritz Walter-stadion gerept? Ajax was gewaarschuwd. Nog wel voor een Duitse middenmoter.

Voetbaltrainers en hun assistenten hebben doorgaans hun eigen psychologie om spelers te motiveren. En het schijnt wel eens te helpen. Maar de manier waarop Van der Lem verslag deed, leek in eerste aanleg toch echt te doorzichtig. Dat Duitsers snel, bot en rechtlijnig spelen is niet van vandaag of gisteren. Daar kun je nog wel van onder de indruk raken, maar dat is nu eenmaal per definitie zo. En dat ze “uit vijf kansen vijf keer scoren” zou een momentopname kunnen zijn. Want wat betekent in hemelsnaam in de Bundesliga Bayer Uerdingen? En dat van die sfeer. Tja, dat zijn we nu eenmaal niet gewend in de allerwege druk bezochte wedstrijden van de PTT Telecompetitie.

Wat Van der Lem ook heeft gezegd, gisteravond in het sfeervolle Olympisch Stadion liet FC Kaiserslautern slechts een deel van één speelhelft zien dat het een aanvallend, doelgericht en gevaarlijk team kan zijn. De rest van de ontmoeting wekten de Duitsers de indruk niet meer dan een technisch zeer beperkt team te vormen. Een elftal dat gelukkig mocht zijn met de 2-0 nederlaag. Een resultaat dat voor de Pfälzer zowaar perspectieven biedt voor de thuiswedstrijd in het Fritz Walter-stadion, in de volksmond de Betzenberg genoemd.

Een elftal speelt zo goed als de tegenstander toelaat, moet vroeger een intelligente trainer hebben gezegd. En wie durft dat tegen te spreken? Dat FC Kaiserslautern gisteren niet tot zijn gewenste spel kon komen mag heus wel een verdienste van Ajax worden genoemd. Dat komt alleen al omdat Ajax van huis uit over vier keer zo veel kwaliteit beschikt als ene club uit Krefeld, Bayer Uerdingen, Kaiserslauterns tegenstander van afgelopen zaterdag. Niettemin mogen de analyses van assistenten als Van der Lem allerminst onderschat worden. Want mede dankzij die waarnemingen kon trainer/coach Louis van Gaal iets bedenken om de favoriete speelwijze van de Duitsers te weerstaan dan wel te ontregelen.

Van der Lem, vroeger een getructe vleugelspeler bij DWS, Feyenoord en FC Utrecht, ontkende dat zijn analyse overdreven was en er vooral - in psychologische zin - op gericht was “de spelers om scherp te zetten”. Natuurlijk heeft Ajax zoiets nodig op dit moment, gaf hij toe. “Maar ik zeg eerlijk wat ik gezien heb. En daar hebben we naar gehandeld. Die jongens vlogen er in als gekken. Die Witeczek en Marin zijn razendsnel. En dan Hotic en Goldbaek er vlak achter. We hebben ze kunnen opvangen door bepaalde spelers diep te laten spelen. Kreek en Jonk bijvoorbeeld. Die Hotic moest nu verder naar achter. Die langzame backs Ritter en Dooley wisten niet wat ze overkwam. We hebben ze onze speelwijze opgedrongen.”

Een 2-0 overwinning lijkt in theorie voor Ajax - zeker gezien zijn reputatie - voldoende om in Kaiserslautern stand te houden. Maar Van der Lem herinnerde er nog maar eens aan dat Pronk een thuiswedstrijd van Kaiserslautern heeft gezien en onder de indruk was van de sfeer daar. En een tiental meters van hem vandaan had enige minuten eerder trainer Rainer Zobel - met de doorzichtige bluf die sport zo leuk maakt - Ajax over twee weken een “heksenketel” beloofd.

Duitse sferen boezemen nu eenmaal angst in bij veel Nederlanders. Vandaar misschien die afweermechanismen, die - aangewakkerd door invloedrijke media-vertegenwoordigers - de kop op steken wanneer Duitsers en hun mentaliteit ter sprake moeten komen. Vandaar misschien ook, toen Jonk 2-0 had gescoord, dat typerende “wat zijn die moffen stil” op de tribunes. (“Ach, ze weten niet wat ze zingen”, zegt men dan). Tja, Duitsers. Had Van der Lem gisteren niet gezien dat een aantal spelers gespannen was geweest toen het maar niet lukte om dat tweede en derde doelpunt te maken. “We hebben toch een jonge ploeg.” Niet ervaren, bang voor de Duitse voetbalreputatie. “Niet voor niets is Blind dan een uitblinker.”

Helemaal gerust zijn ze bij Ajax nog niet op het resultaat in Kaiserslautern, de stad waar ex-Ajacied en wijlen Co Prins af en toe glorieerde. De manier waarop Sheffield Wednesday een ronde eerder onder de voet werd gelopen door Witeczek, Marin en Hotic, en waarop Barcelona vorig jaar na een 3-0 achterstand in de slotfase ontsnapte, spreken voor zich. Over twee weken kunnen "die Lauterer' ook weer beschikken over de Zweedse international-verdediger Eriksson, die op het recente EK regelmatig scoorde met kopballen, en mogelijk over Kuntz, de topscorer en twee jaar geleden nog voetballer van het jaar. Kaiserslautern miste gisteren vijf basisspelers, bijvoorbeeld doelman Ehrmann en centrum-verdediger Funkel. Trainer Zobel, ex-Hannover '96 en vooral ex-Bayern München, zei dan ook hooghartig als Duitsers wel eens willen zijn: “We moeten met dit resultaat leren leven. En dat kunnen we. We hebben nog negentig minuten.”

Na een doelpunt volgens het al bijna geëigende recept in de openingsfase (van Davids dit maal) leek Ajax zich snel te ontdoen van de Duitsers. Maar scheidsrechter King uit Wales werkte niet mee en onthield Ajax op z'n minst één strafschop. Dat vond trainer Van Gaal ook. Maar wat hij niet wilde zien - hij zweeg er althans over - dat Kaiserslautern op z'n minst twee riante kansen in de eerste helft onbenut liet, waaronder een kopbal tegen de lat van de kleine Hotic. Toen speelden de Duitsers dan ook af en toe, zoals Van der Lem had voorspeld, snel en rechtlijnig. Het is weliswaar een oud verhaal aan het worden, maar de Ajax-verdediging was weer niet stabiel, zeker niet wanneer kleine spelers als Hotic en Marin zomaar een kopduel winnen en daaruit bijna scoren. Schoten van de Duitsers verdwenen in die periode net naast het doel van de herstelde Menzo, die op een enkele aarzeling na betrouwbaar keepte.

Ondanks een sterke, maar toch weer improductieve Bergkamp - hij miste misschien het automatisme met Pettersson - , ondanks een af en toe heerlijk spelende Jonk en een solide Blind, gingen de hoofdprijzen naar Vink en Alflen. Van Gaal loofde Vink als “alleskunner” omdat hij nu weer als schaduwspits excelleerde. Maar Alflen verdiende ten minste evenveel complimenten, omdat de Utrechter zich gaandeweg ontpopt als een opvolger van Jan Wouters.

Maar om Ajax nu niet meteen de hemel in te prijzen, dient ter relativering vermeld te worden dat de "stiftbal' onder de Ajacieden te gretig aftrek vindt. Vink had in plaats van mooi te willen scoren, gewoon moeten scoren. Daarom schoot hij nu over het doel. En om eerlijk te zijn, FC Kaiserslautern is geen tegenstander die een UEFA-Cupwinnaar en zo'n talentrijk elftal als Ajax zou moeten verontrusten.

    • Guus van Holland