Ziektewetpremie daalt in elf bedrijfstakken

DEN HAAG, 24 NOV. In elf bedrijfstakken worden volgend jaar de Ziektewet-premies verlaagd. Dat blijkt uit opgaven van de bedrijfsverenigingen aan de Sociale Verzekeringsraad.

In de bouw is de premiedaling (van 18 naar 15 procent) het grootst. In de metaal daalt zij van 8,3 naar 6,85, in de elektrotechnische industrie van 6,2 naar 4,7 en in het goederenvervoer van 6,4 naar 5,4 procent. Bij banken en verzekeraars doet zich een premiedaling voor van 4,3 tot 3,15, bij de voedingsindustrievan 5,6 tot 4,5, bij de meubelindustrie van 13,9 naar 10,2, bij sociale werkplaatsen 10,5 naar 9,45 en in de horeca van 11,5 naar 9 procent. De detailhandel en gezondheidszorg maakten eerder al premiedalingen bekend. Bij de NS stijgt de premie van 2,3 tot 3,4 procent.

Het gaat hier om "middenpremies'. Aan de hand van het ziekteverzuim kunnen branches hiervan met de premies zowel naar boven als naar beneden afwijken. De Ziektewetpremie wordt berekend over het dagloon met volgend jaar een maximum van 290 gulden. De premie wordt grotendeels door de werkgever betaald. Van het wettelijk deel mag hij 1 procent bij de werknemer in rekening brengen. Dat percentage stijgt als in CAO's gunstiger ziekengeldregelingen zijn afgesproken dan de wettelijke. Daardoor betalen werknemers dit jaar gemiddeld 1,20 procent zelf aan premie.

Volgend jaar gaat een systeem in waardoor binnen én bedrijfstak uiteenlopende premies kunnen gelden, afhankelijk van de mate van ziekteverzuim. In de meeste bedrijfstakken is van deze wijziging pas in 1994 iets te merken.

Bij de Tweede Kamer ligt een wetsvoorstel om werkgevers de eerste zes weken (grote bedrijven) of drie weken (kleine bedrijven) het ziekteverzuim zelf te laten betalen. Zodra deze wet van kracht wordt, zullen de premies drastisch dalen. De ingangsdatum is echter nog niet bekend.