Waarschuwing tegen nummer op identiteitskaart

AMSTERDAM, 24 NOV. De Registratiekamer, het onafhankelijk orgaan dat waakt over de toepassing van gegevensbestanden, maakt zich grote zorgen over het ambtelijk voorstel om het Sofi-nummer te plaatsen op identiteitskaarten.

Volgens de Registratiekamer, die volgende maand met een advies over dit onderwerp komt aan de regering, dreigt via het Sofi-nummer oneigenlijk gebruik gemaakt te worden van persoonsgegegevens. Dat werd gisteren duidelijk tijdens een door De Balie georganiseerde discussie over registratie in Nederland.

Volgens P. Hustinx, voorzitter van de Registratiekamer, verdringt het Sofi-nummer “uit gemakzucht” de huidige bestandnummering. Zweden, waar al geruime tijd met een centraal nummer wordt gewerkt, heeft slechte ervaringen met een dergelijk systeem. Voortdurend worden daar - tevergeefse - pogingen ondernomen om te schakelen op een nieuwe, sectorgewijze registratie, aldus Hustinx.

Het Sofi-nummer werd enkele jaren terug ingevoerd als centraal registratienummer voor de administratie van belastingen en sociale verzekeringen. Met het “vernummeren” vam personen dreigt het Sofi-nummer echter eveneens in veel particuliere bestanden terecht te komen, zoals in de personeelsadministratie en op identiteitspasjes van bedrijven, zo vreest de Registratiekamer.

Volgens Hustinx dient bij een een grotere controle op het gebruik van allerhande maatschappelijke voorzieningen zeer zorgvuldig worden overwogen of er geen minder ingrijpend middel is dan koppeling van bestanden. Dat gebeurt volgens Hustinx op dit moment veel te weinig. Hij spreekt zelfs van “het systematisch kleineren van de geldende wetgeving”.

De gisteren georganiseerde discussie tussen ambtenaren, rechtsgeleerden en andere belanghebbende stond in het teken van de toenemende roep op controle tegenover de dreiging van schending van de privacy. Volgens J. Holvast, voorzitter van de stichting waakzaamheid persoonsregistratie, is de Nederlandse samenleving aan het verschuiven van een tolerante naar een repressieve. Het wantrouwen van burger en overheid neemt volgens hem wederzijds toe.

Holvast wees in dit verband op de “voortdurende propaganda waarin de overheid laat zien hoe slecht de burger is”. Volgens hem wordt hiermee een vergaande registratie van persoonsgegevens en koppelen van bestanden gelegitimeerd. Daarbij zou sluipenderwijs bij veel regelingen een omkering van de bewijslast plaatsvinden.

Het Kamerlid mr. T. Vreugdenhil (CDA) wees veel de genoemde bezwaren tegen een toenemende koppeling van bestanden van de hand. Volgens Vreugdenhil maakt de toenemende fraude een straffere controle noodzakelijk. Hij verweet tegenstanders van dergelijke maatregelen “een aardig romantisch ideaal” na te streven.