Telefonie-dochter van PTT kondigt forse bezuinigingen aan; Telecom wil meer "vet op de botten'

De winst van PTT Telecom stagneert. Winst, die het bedrijf nodig heeft om de gestaag toenemende concurrentie de baas te blijven. Preventieve ingrepen moeten de kosten drukken om het voormalige staatsbedrijf meer bewegingsvrijheid te geven. De directie wil minder "gedoe' en meer "vet".

DEN HAAG, 24 NOV. PTT Telecom maakt zich op voor de winter. De onderneming is gezond, zegt algemeen directeur Ben Verwaayen, maar een beetje te mager. Met het oog op moeilijkere tijden moet de weerstand omhoog. “We moeten meer vet op de botten krijgen.”

Alleen met een beetje vet kan de onderneming vechten. Vechten tegen grote buitenlandse multinationals als British Telecom en AT&T, die - gesteund door een grote thuismarkt - met agressieve prijzen klanten werven onder het Nederlandse bedrijfsleven. Vechten ook tegen de gevolgen van de internationale tariefswijzigingen, waardoor de marge “indondert”. Vechten tegen voortgang van de technologie, die de prijzen van Telecom-produkten in enkele jaren meer dan halveert.

En, sinds kort, vechten tegen de neerwaartse conjunctuur. De zogenoemde “zakelijke markt” kampt met een aanzienlijke dip in de omzet. Terwijl de afzet onder de commerciële klanten gelijkblijft, is de omzet in het marktsegment sinds het tweede kwartaal met 10 tot 15 procent gedaald. Sommige klanten stellen investeringen in kapitaalgoederen uit, anderen nemen genoegen met goedkopere diensten en produkten. Intussen neemt de concurrentie toe en voltrekt zich een prijzenslag.

Omdat het wettelijk beschermde terrein waarop het bedrijf opereert - de zogenoemde concessie - onder invloed van voortschrijdende liberalisering steeds kleiner wordt, zoekt Telecom in toenemende mate zijn heil in het buitenland. Samen met onder andere AT&T is het bedrijf actief in Oost-Europa, en samen met het Zweedse Televerket werd de gezamenlijke onderneming Unisource opgericht, een onderneming die zich toelegt op het telefoonverkeer van internationaal opererende bedrijven.

De expansie kost geld, vereist winstgroei. Maar de winstgroei stagneert. Over 1991 steeg het resultaat na belastingen bij het bedrijf van 1,29 miljard tot 1,32 miljard gulden, bij een omzet van 9.709 miljoen. Omdat de omzet verhoudingsgewijs sneller steeg, nam de brutomarge af. “We hebben winstbehoud en dat is te weinig”, aldus Verwaayen.

De komende twee à drie jaar wil de telefonie-dochter van de PTT (32.000 werknemers) daarom enkele honderden miljoenen guldens bezuinigen op de bedrijfsvoering. De besparingen worden onder andere gezocht in een vermindering van de loonkosten met 10 procent, een besparing van 250 miljoen gulden. Ook wordt er gekeken naar de reisbudgetten en moeten de investeringen beter gepland worden, waardoor de financieringslasten verminderen. Om de balans tussen inkomsten en uitgaven te verbeteren is Telecom ook van plan om de tarieven voor het telefoonverkeer bij te stellen. Dat zal “heel beheerst” gebeuren. De nieuwe prijzen worden rond de jaarwisseling bekend. “We moeten de zaken een beetje slimmer aanpakken”, zegt Verwaayen, die onderstreept dat de voorgenomen investeringen en innovatieve programma's van het bedrijf onverminderd doorgaan.

De nieuwe ingrepen passen in de grootscheepse reorganisatie van de onderneming, waarmee meteen na de privatisering in 1989 werd begonnen. Het voormalige staatsbedrijf moest van een ambtelijke dienst omgevormd worden tot een geoliede commerciële machine. Het produkt- en dienstenpakket werd opnieuw samengesteld, de infrastructuur voor telecommunicatie verbeterd, de voormalige staatsemployés leerden over klantvriendelijkheid, service en eigen verantwoordelijkheid. De omwenteling is nog steeds in volle gang.

Verwaayen: “Ik hoef echt niemand meer te leren wat klantvriendelijkheid en dienstverlening betekent, maar elke grote, van oudsher bureaucratische, organisatie heeft hoge "gedoe'-kosten”. Nog steeds wordt te veel tijd en energie verspild aan interne rapportage, het herstellen van andermans fouten, het invullen van bonnetjes, "gedoe-kosten' in het vocabulaire van Verwaayen. “Het is nog steeds een organisatie van deskundigen die zich maar voor een specifiek deelterrein verantwoordelijk voelen. Dat moet veranderen: in de toekomst moet iemand een probleem oppakken en daarvoor tot het laatst verantwoordelijk blijven.”

Om het verantwoordelijkheidsgevoel verder gestalte te geven worden vanaf volgend jaar de ondernemings-beslissingen vergaand gedecentraliseerd. Daarbij worden de budgetten niet langer door de top van het concern gealloceerd, maar moeten afdelingen vechten voor hun middelen en die naar eigen inzicht investeren. “Iedereen moet duidelijk worden dat we niet langer met Monopoly-geld spelen, maar met echt geld.” Daarin past ook een hoger bewustzijn van de kosten gemoeid met de bedrijfsvoering.

“We doen Centurion voordat het nodig is”, vat Verwaayen samen. “Ondernemers krijgen altijd te horen dat ze te laat reageren. U ziet, er wordt geluisterd.”