Sancties tegen Irak verlengd

NEW YORK, 24 NOV. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gisteren de opheffing van de na de Golfoorlog ingestelde sancties tegen Irak van de hand gewezen. Tijdens de toetsing van de sancties, die iedere twee maanden plaatsheeft, voerde de Raad aan dat Irak maar ten dele aan de opgelegde verplichtingen heeft voldaan. De Iraakse vice-premier Tareq Aziz verzette zich in een fel betoog tegen het doorgaan van de sancties.

De voorzitter van de Veiligheidsraad, de Hongaarse ambassadeur, Andre Erdos, legde aan het begin van een debat over de sancties namens de lidstaten een verklaring af waarin de redenen voor de afwijzing werden gegeven. “Irak moet met name een volledig en definitief overzicht geven van alle aspecten van zijn ontwikkelingsprogramma van massa-vernietigingswapens en ballistische raketten met een bereik van meer dan 150 kilometer”, aldus Erdos. Hij vroeg daarbij ook om een lijst van leveranciers van militair materieel nadat het embargo van de VN was afgekondigd.

Bij de vergadering waren ook de Iraakse vice-premier Tareq Aziz en minister van buitenlandse zaken Mohamed Said al-Sahaf aanwezig. Zij eisten dat er een eind komt aan de sancties omdat Irak meegewerkt zou hebben aan de inspecties van de deskundigen van de VN naar de massa-vernietigingswapens. De sancties, die onder meer een verbod op de uitvoer van olie omvatten, werden ingesteld na de Iraakse invasie van Koeweit in augustus 1990.

Hoewel VN-inspecteurs officieel bevestigd hebben dat er onvoldoende voedsel en medicamenten voor de Iraakse bevolking beschikbaar zijn en een groot deel van het drinkwater nog steeds vervuild is, houdt de Veiligheidsraad vast aan haar standpunt. “Het vasthouden aan het embargo tegen Irak komt in feite neer op het beramen van een massamoord op het Iraakse volk”, aldus Tareq Aziz. De Iraakse vice-premier gaf details over de vernietiging van wapens in Irak, zoals voorgeschreven door de VN en zei dat zijn land nu had voldaan aan alle voorwaarden.

Maar Rolf Ekeus, het hoofd van de VN-commissie die zich bezighoudt met het ontmantelen van de Iraakse oorlogsmachine, sprak de woorden van Tareq Aziz tegen. “Het spijt mij dat ik keer op keer weer hier moet komen om te zeggen dat de gedachte dat Irak aan zijn verplichtingen voldoet niet eens in mij opkomt”, aldus Ekeus.

De Veiligheidsraad verklaarde verder “zeer verontrust te blijven over de ernstige schendingen van de mensenrechten in Irak”, in weerwil van herhaalde waarschuwingen en resoluties van de VN. (AP, Reuter)