Raad van State vertraagt aanleg oeververbinding

DEN HAAG, 24 NOV. De gemeente Borsele hoeft niet gedwongen mee te werken aan de voorbereidingen voor de Westerschelde-oeververbinding tussen Ellewoutsdijk (gemeente Borsele) en Terneuzen in Zeeuws-Vlaanderen.

De Raad van State heeft de aanwijzing (verplichting) tot wijziging van het bestemmingsplan en het voorbereidingsbesluit van de provincie Zeeland geschorst.

Volgens de provincie Zeeland betekent het besluit van de afdeling voor de geschillen van bestuur van de Raad van State dat er vertraging optreedt in de besluitvorming. De provincie had gehoopt dat eind 1993 het sein op groen zou kunnen worden gezet voor de aanleg van de oeververbinding, zodat in 1994 met de bouw kon worden begonnen.

De gemeente Borsele is zeer verheugd over de uitspraak. “Het is nu wachten op de bodemprocedure, waarin onze bezwaren inhoudelijk worden behandeld”, aldus burgemeester J.L.M. Mandos. De gemeente heeft grote bezwaren tegen het door de provincie vastgestelde tracé van de oeververbinding wegens de gevolgen voor natuur, landschap en agrarische belangen.

In juni keerde de gemeenteraad van Borsele zich unaniem tegen het tracé voor een Westerscheldeverbinding. De verbinding langs deze route zou een grote aanslag zijn op de leefbaarheid van de kernen Ellewoutsdijk en Borsele. Ellewoutsdijk zou volgens de gemeente ten onder gaan aan geluidsoverlast en de kern Borsele zou afgesneden worden van de rest van de wereld.

Burgemeester Mandos zei toen dat Borsele al een industrieterrein naast de deur heeft, een kerncentrale en een opslagplaats voor radio-actief afval. Hij wilde dat de provincie zou beloven Borsele niet verder te belasten met een opslagplaats voor vervuilde baggerspecie of een tweede kerncentrale.

Zeeland probeert al ruim dertig jaar een oeververbinding te realiseren. Maar steeds is geldgebrek de spelbreker. Halverwege de jaren tachtig besloot het provinciebestuur een laatste poging te wagen. Uiteindelijk werd voor het traject ten westen van Ellewoutsdijk en Terneuzen gekozen.

In september sprak minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) met Gedeputeerde Staten van Zeeland af dat voor de financiering van de Westerschelde-oeververbinding particuliere financiers moeten worden gezocht. De minister onderstreepte toen dat het provinciebestuur van Zeeland zelf de verantwoordelijkheid draagt voor realisering van de oeververbinding. Wel wil ze de provincie met raad en daad bijstaan onder meer door adviezen van deskundigen van het ministerie bij de private financiering.