"Politieke elite speelt in op angst'

AMSTERDAM, 24 NOV. “De facto zijn we het allang. Al in de Minderhedennota van 1983 werd erkend dat Nederland een immigratieland is. Ten onrechte heeft de politiek in de jaren daarna verzuimd terzake een beleid te ontwikkelen”. Dr. M. Fennema, universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, toont zich verbaasd over de manier waarop sinds kort hardop wordt gedacht over de vraag of Nederland al dan niet een immigratieland is danwel zou moeten worden.

Zijn verbazing geldt niet minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking die tijdens de PvdA-briefing van twee weken geleden over de illegalen het onderwerp Nederland-immigratieland aankaartte. “Hij probeerde tenminste het onzalige illegalendebat een andere wending te geven. Waar ik van opkijk is dat er zo weinig rationeel op wordt ingegaan. De vraagstelling of Nederland een immigratieland is wordt nu gesteld tegen de achtergrond van het illegalendebat. Dat debat is doortrokken van angst, van morele paniek en dat werkt door.”

Paniek - volgens Fennema is daarvan vooral sprake in de hogere regionen van de Partij van de Arbeid. Hij acht de discussiebijdrage van het duo Rottenberg en Vreeman “niet positief”. “Zij spelen in op angstgevoelens en hopen daar politieke munt uit te slaan. Ze proberen met man en macht een zeker deel van hun achterban terug te winnen. Maar mensen zijn niet gek. Zij zullen denken: uit welke andere hoek hebben we dit allemaal eens eerder gehoord? "Mensen stemmen liever op het origineel dan op een kopie', zei Le Pen al.”

In plaats van de bevolking rijp te maken voor de gedachte dat Nederland immigratiegratieland is en daar dus beleid op te voeren, wordt het nu voorgesteld dat Nederland te vol zou zijn, aldus Fennema. “Het zou beter zijn wanneer de discussie zou gaan over het beleid. Of je met quota moet werken, welke mensen je wilt opnemen en aan welke eisen ze moeten voldoen. Het allerbelangrijkste is evenwel een goede werkgelegenheidspolitiek.”

De huidige anti-stemming heeft volgens Fennema veel, zo niet alles, te maken met de crisis in de verzorgingsstaat. Recept nummer één om die de baas te worden is volgens extreem-rechts: de vreemdelingen eruit en de grenzen op slot. Maar in het licht van "Maastricht' en het vrije verkeer van personen, kapitaal en goederen werkt dit niet en zal op een andere, meer rationele manier naar oplossingen moeten worden gezocht.

Fennema: “Er wordt nu paniekvoetbal gespeeld en er worden losse flodders afgeschoten. Waarom gaan de politici niet uit van de feitelijke situatie op grond waarvan ze hun potentiële kiezers tegemoet treden? Ik heb sterk de indruk dat de elite in dit land bang is, omdat men voelt dat hun greep op de lagere klasse sterk verminderd is. De elite weet niet wat op dàt niveau precies gebeurt en als er al iets gebeurt, zal het, denkt men, vast niet pluis zijn.”

De moeilijk controleerbare schattingen omtrent het aantal illegalen, de vermeende toestroom van migranten, het doet Fennema denken aan de periode vlak na de bevrijding toen in menige krantekolom gewag werd gemaakt van "een explosie van geslachtsziektes' - opgelopen tijdens het "kezen met Canadezen'. “Er zijn meer dan 2.000 meisjes in behandeling en waarschijnlijk lopen er meer dan 10.000 rond die nog niet weten dat zij met een kwaadaardige infectieziekte besmet zijn”, aldus Trouw in augustus 1945. Bij gebrek aan concrete cijfers vierde speculatie hoogtij.

Fennema: “De politieke elite moet zich als het gaat om de illegalen en om de vraag of Nederland immigratieland zou moeten zijn, onthouden van elke vorm van speculatie. Zij moet met feiten komen. De traditie van de verzuiling heeft zich altijd gekenmerkt door een van bovenaf opgelegde tolerantie. Ironisch genoeg dreigt die tolerantie juist door uitspraken van bovenaf onder druk te komen staan.”