Nederlandse grafiek: armoe en gezapigheid troef

Tentoonstelling: Grafiekbiennale Grafiek Nu 5. T/m 19 jan. Singer Museum, Oude Drift 1, Laren. Di. t/m za. 11-17 uur. Zon- en feestdagen 12-17 uur. Catalogus ƒ 49,50.

Bijna nergens meer zie je ze nog hangen in de Nederlanse huiskamer. De biddende boeren van Millet, de zwoegende mijnwerkers van Jan Toorop en de uit de Avro kalender gescheurde bosgezichtjes van koningin Wilhelmina. Samen met het hertje van Van Meegeren en de hummeltjes van Hummel hebben ze plaats moeten maken voor keurig ingelijste veelal doodgebloede beeldmuzak waarin hoogstens de spiegeling van televisiebeelden voor enige opwinding zorgt. Vanuit kantoren rukt de prentkunst op als voortwoekerende architectentroost.

In "Grafiek Nu', een tentoonstelling in het Singer Museum in Laren, wordt een representatief overzicht gegeven van de Nederlandse grafiek. Afgelopen zondag opende minister Hedy d"Ancona deze tweejaarlijkse verkooptentoonstelling die het museum nu voor de vijfde keer organiseert in samenwerking met de Amsterdamse galeries Petit en Printshop. De presentatie van ruim zeshonderd grafiekbladen van meer dan honderd Nederlandse kunstenaars zal, zo verwacht het museum, tussen de twintig- en dertigduizend bezoekers trekken. Meer bezoekers, meer deelnemers, meer kunst dan ooit.

Om de tentoonstelling extra cachet te geven is een aparte "eregalerij' ingericht met 62 grafiekbladen van zestien oude en moderne meesters, zoals Rembrandt, Goya, Picasso, Hercules Seghers, Matisse, Munch, Klee, en Morandi. Ieder van deze zwaargewichten is uitgekozen door een Nederlandse graficus. Meterslange vitrinekasten zijn gevuld met kalenderbladen waarop het werk van bewonderaars en bewonderden staat afgebeeld. Jaap Hillenius met Leger, Jan Sierhuis met Picasso, Dirkje Kuik met Hercules Seghers, Ronald Tolman met Goya en Piet Klaasse met Toulouse de Lautrec.

Afgaande op wat er op de tentoonstelling te zien is, lijken artistieke armoe en gezapigheid kenmerkend voor de Nederlandse grafiek, al zijn er ook enkele gunstige uitzonderingen. Er hangt van Lucebert bijvoorbeeld een sterk werk. Maar voor het merendeel lijken de Nederlandse grafici zich hoofdzakelijk bezig te houden met zuren en inktsoorten. De ramen van de grafische ateliers zijn al jaren dichtgeplakt met oude kranten. Van wat er in de hedendaagse kunst gebeurt, is althans niets terug te vinden in Laren. Vegen en krassen, bij voorkeur in kleur, waar iedereen het zijne en hare in kan zien, dat is nog steeds de trend. Vooral de formele helderheid van iemand als Harrie Gerritz doet het op dit moment goed. De bruine tinten van Anton Heyboer, die ook niet meer aanwezig is op deze tentoonstelling, hebben de markt inmiddels verzadigd en zijn passé. Een ambitieus jong kunstenaar bedenkt zich wel drie keer voordat hij hiertussen gaat hangen. Een Marlene Dumas, Eric Andriesse of Siert Dallinga is dan ook opvallend afwezig in Laren.