"Meisjesklas kan allochtonen helpen'

ROTTERDAM, 24 NOV. “Aparte klassen voor Turkse en Marokkaanse meisjes zou een goede manier zijn om de achterstand die zij hebben, in te halen.” Dat zegt G.J. Geilman, hoofd afdeling Leerlingen en Personeel van de dienst onderwijs in Rotterdam, in een reactie op het voorstel van staatssecretaris Wallage (onderwijs) om aparte klassen in te richten voor allochtone meisjes.

Volgens een schatting van het Sociaal Cultureel Planbureau bedraagt het aantal leerplichtige Turkse en Marokkaanse meisjes dat niet naar school gaat ten minste enige honderden en maximaal tweeduizend. Om dit verzuim tegen te gaan, gaf Wallage gisteren bij de presentatie van de Onderwijsemancipatienota te kennen projecten voor meisjesonderwijs te zullen steunen.

Het meisjesonderwijs is vooral bedoeld voor de vier grote steden, waar de meeste allochtonen wonen. Er bestaan daar al enkele projecten voor allochtone meisjes. Zo kent Rotterdam ruim vijf jaar de zogenoemde Voorportaal-projecten: opvang voor orthodox-islamitische meisjes die een jaar lang in een "vrouwenomgeving' naar school gaan. Daarna gaan ze naar het reguliere onderwijs.

Volgens Geilman neemt de behoefte aan deze Voorportaal-projecten af. “Enerzijds vinden de Turkse en Marokkaanse gemeenschap de reguliere scholen inmiddels minder bedreigend voor meisjes. Anderzijds is het onderwijs meer gericht op verschillende culturen. Er wordt bijvoorbeeld onderwijs in de eigen taal en cultuur gegeven.” Daarom wordt in Rotterdam nu overwogen aparte meisjesklassen te vormen binnen het reguliere onderwijs.

Volgens Geilman is overigens niet zozeer het verzuim van allochtone meisjes een probleem, als wel de kwaliteit van het onderwijs dat zij volgen. “Ze volgen relatief lager onderwijs dan andere leerlingen en hebben ook nog een flinke achterstand.”

In Den Haag is twee jaar geleden een zogenoemd "terugstroomproject' begonnen. Op de bassischolen de Buutplaats en de Stortenbekerschool helpen Turkse en Marokkaanse meisjes tussen de tien en zestien jaar als "groepsassistenten' in wat de moeilijkste groepen zijn: de kleuters, van wie de meesten als ze in de klas komen geen woord Nederlands spreken. Zestien nog leerplichtige meisjes, die meer dan een half jaar door hun ouders waren thuis gehouden, hebben aan het project meegedaan. Het merendeel volgt nu zelf weer onderwijs. Initiatiefnemer A. van der Zalm: “Ouders van allochtone meisjes vinden een basisschool een veilig instituut. En als ze eenmaal hier zijn, lukt het ons vaak ze weer in het onderwijs terug te krijgen.”

In Nederland bestaat nog één aparte meisjesschool: de Johanna Westermanschool in Den Haag, een "algemeen bijzondere' school voor voortgezet onderwijs. Op deze MAVO zitten 266 leerlingen, van wie 25 procent allochtonen. “We hebben geen speciaal beleid voor allochtone meisjes, we willen juist dat ze volledig integreren”, aldus directeur A.P.M. Broekhuisen. Toch merkt hij dat de barrière voor Turkse en Marokaanse ouders minder hoog is, omdat er alleen meisjes op zijn school zitten. “Hoewel we niet speciaal onder allochtone meisjes werven, komen ze toch - ook meisjes die anders niet naar school zouden gaan.”