Markteconoom Javlinski spit in vierde proeftuin

De Russische econoom Grigori Javlinski experimenteert in Nizjni Novgorod met een lokaal programa voor economische hervormingen. Uit Moskou valt geen heil te verwachten, meent hij. Voor het eerst begrijpen de Russen dat ze hun eigen zaakjes moeten opknappen.

Wie herinnert het zich nog, het vijfhonderd-dagenplan, de Great Bargain of het Economisch Akkoord tussen de vijftien republieken van de Sovjet-Unie? Alledrie waren het geesteskinderen van de econoom Grigori Javlinski (39), die absoluut de geschiedenis in wil gaan als de man die de sovjet-economie omvormde tot een gezonde markteconomie.

Drie keer haalde de politiek een streep door de rekening (twee keer in de persoon van Gorbatsjov, één keer in die van Jeltsin), maar Javlinski weet van geen ophouden. Met een vasthoudendheid die temidden van het politieke gekonkel in Moskou bewondering afdwingt, heeft hij een vierde panacee bedacht voor de pijlsnel ineenstortende economie van Rusland. Regionalisatie is ditmaal het toverwoord.

Afgelopen zomer werkte Javlinski in vier maanden tijd met zijn staf een afzonderlijk regionaal economisch hervormingsprogramma uit voor de stad Nizjni Novgorod (voorheen Gorki), een miljoenenstad aan de Wolga, die hopeloos afhankelijk is van de inmiddels vleugellamme militaire industrie. Twintig samenhangende projecten bedacht Javlinski, variërend van privatisering van winkels en woningen, opsplitsing van grote concerns tot de verkoop van inflatiebestendige graancontracten aan de bevolking. Het stadsbestuur staat vierkant achter Javlinski's plannen en andere grote provinciesteden als Vladivostok en Chabarovsk hebben al belangstelling getoond. Het credo is: laat Moskou links liggen, we doen het zelf wel. Volgens Javlinski begint in Nizjni Novgorod de victorie.

Afgelopen week was Grigori Javlinski op uitnodiging van het Nederlands Instituut voor Marketing in Nederland. Hij sprak met economen, met de premier en de minister van economische zaken, met het VNO en met zakenlieden. Mij staat hij 's ochtends vroeg, nog lichtelijk onuitgeslapen, te woord in de ontbijtzaal van zijn hotel. Hij praat snel en laat zijn koffie koud worden. Aan het eind van ons gesprek zeg ik: “Mooie woorden hebben we al zo vaak gehoord van Russische economen. Hoe komt u zo zelfverzekerd?” “We hebben geen keus,” antwoordt Javlinski, “een andere weg is er niet. We moeten voort. Waarom ik zo koppig ben? Misschien wel uit dankbaarheid omdat ik vrij geworden ben.”

Voor de zittende premier Jegor Gaidar, door Jeltsin belast met de economische hervormingen, heeft Javlinski geen goed woord over. De economische situatie van het moment spreekt boekdelen: een inflatie van 30 procent per maand (vorig jaar november 6 procent), een daling van de produktie met 27 procent (vorig jaar 15 procent), een dollarkoers van 444 roebel (vorig jaar 60 roebel). Als Gaidar eerlijk is, aldus Javlinski, moet hij erkennen dat hij er niks van heeft gebakken. Waarom de totale economische ineenstorting in Rusland almaar uitblijft? “Omdat de kracht van de inertie gigantisch is. Wij hebben 40.000 staatsbedrijven, die komen niet van de ene dag op de andere tot stilstand. Bovendien werken die bedrijven nu praktisch zonder cash: ze wisselen grondstoffen en eindprodukten uit en leveren op krediet. De totale schuld van alle bedrijven en banken in de voormalige Sovjet-Unie bedraagt op dit moment 3,5 triljoen roebel. We leven in een absolute betalingscrisis.”

Pag 18: Desintegratie schrijdt met zevenmijlslaarzen voort; "Jeltsin is op dit moment de enige garantie voor een liberaal regime'; "Wat wil je voor wonderen bij een inflatie van 30 procent?'

Gaidars grootste fout is volgens Javlinski dat hij alle kaarten heeft gezet op stabilisering van de roebel en liquidatie van het begrotingstekort. Daarmee bestrijdt hij de uitwassen, maar neemt niet de oorzaken van de economische crisis weg. “De oorzaken van de hyperinflatie liggen in de verwrongen structuur van onze economie: in Rusland is 70 procent van de industrie nog steeds zware industrie en die levert geen verkoopbare produkten. Gaidar wilde via een harde financiële politiek hun budget afknijpen, maar dat betekent het bankroet van 70 procent van onze staatsbedrijven. Dat is politiek niet te verkopen en je ziet dan ook dat hij inmiddels bakzeil heeft moeten halen: de subsidiekraan is niet dichtgedraaid. Waarom is de oppositie op dit moment zo actief? Omdat er in de economie nog geen onomkeerbare beslissingen zijn genomen. De oppositie weet dat alles weer gemakkelijk is terug te draaien als zij de macht grijpt. Mijn opvatting is dat je zo snel mogelijk een aantal onomkeerbare maatregelen moet nemen, die leiden tot demonopolisering en privatisering. Pas daarna kun je met succes de inflatie gaan bestrijden. Zo pakken wij het aan in Nizjni Novgorod.”

Een andere misser van Gaidar noemt Javlinski de prijsliberalisering. In feite was dit niet meer dan een decentralisatie van de controle op de prijzen. Die worden nu door de producent en de lokale autoriteiten bepaald. Gaidar ging ervan uit dat de prijzen, na een aanvankelijke spectaculaire stijging, door de daardoor veroorzaakte terugloop van de verkoop, vanzelf weer zouden dalen. “Onzin,” aldus Javlinski. Omdat de producent nog steeds een monopoliepositie heeft en er geen sprake is van concurrentie, kunnen de prijzen ongestoord hoog blijven. Sterker nog: de producent kan het zich zelfs veroorloven minder te produceren.

In Nizjni Novgorod, zegt de econoom, is de politieke situatie op dit moment redelijk stabiel. Dat komt omdat B & W en gemeenteraad aan dezelfde kant staan en elkaar niet, zoals in Moskou, om elk wissewasje naar de keel vliegen. Inmiddels zijn 800 winkels aan particulieren verkocht en 200 vrachtwagens aan chauffeurs.

De twintig projecten die Javlinski ontwierp zijn nauw met elkaar verbonden. Neem de privatisering van het woningbestand. Dat is in Rusland nog steeds goeddeels in handen van bedrijven, die zo een aanzienlijk deel van hun budget kwijt zijn aan onderhoud. Die woningen moeten eerst van de bedrijven worden losgeweekt en aan particulieren worden verkocht, voordat je kunt overgaan tot de opsplitsing en privatisering van grote concerns.

Een ander idee van Javlinski was de graanbank. Het industriële Nizjni Novgorod heeft nauwelijks landbouwareaal. Om de aankoop van voldoende graan te kunnen garanderen is een graanbank opgericht, waarin de burgers participeren. Hun geld wordt uitsluitend gebruikt voor graanaankopen. Zo kunnen de burgers zelf garanderen dat er de komende tijd voldoende brood te koop zal zijn.

Kan Novgorod al op successen bogen? “Luister eens even, dit is een uitermate moeizaam en langdurig proces. Je kunt geen overnight successen verwachten. Alles hangt met alles samen en wat wil je voor wonderen bij een inflatie van 30 procent?”

De politieke situatie mag in Nizjni Novgorod dan redelijk stabiel zijn, het ligt niet voor de hand dat de directeuren van de militaire fabrieken hun positie zonder slag of stoot zullen opgeven. Hier moet toch sprake zijn van gecoördineerde oppositie?

“Vergeet niet dat het militair-industrieel complex fel tegen Gaidars beleid gekant is. Hij heeft immers het defensiebudget met 70 procent gekort. De lobby van directeuren ziet heus wel in dat zij niet op de oude voet kan doorwerken: er is geen vraag meer naar hun produkten. Zij hebben slechts één doel: hun fabrieken draaiende houden. Ik heb goede hoop dat zij zich meer aan de lokale autoriteiten gelegen zullen laten liggen dan aan Moskou.”

Terwijl Javlinski in Nizjni Novgorod victorie kraait (binnenkort verschijnt zijn economisch model in boekvorm onder de titel De proloog van Nizjni Novgorod), woedt in Moskou de machtsstrijd lustig verder. President Jeltsin weet aan de vooravond van het Volkscongres, dat hem ter verantwoording wil roepen voor zijn falende beleid, nog steeds niet voor wie hij kiezen moet. Voor premier Gaidar met zijn hulpeloze stabilisatiefonds voor de roebel of voor de conservatieve Burgerunie die, gelieerd aan de machtige Bond van Industriëlen van Arkadi Volski, de klok wil terugdraaien met subsidies aan de staatsbedrijven en gecentraliseerde bestuurssmechanismen.

Voor Javlinski is het allemaal lood om oud ijzer. “Ik ken ze van haver tot gort. Het zijn mensen met ongrijpbare politieke ideeën. Je moet hun macht niet overschatten. Je moet goed begrijpen dat de politieke machtsstrijd tussen het parlement en de regering totaal niets te maken heeft met de situatie in de rest van het land. Of er aan de top een paar koppen gaan rollen op het komende Volkscongres, is volstrekt irrelevant. Regering en parlement, beide even verantwoordelijk voor het mislukken van de hervormingen, proberen elkaar gewoon de verantwoordelijkheid in de schoenen te schuiven. Er is een politieke hysterie ontstaan.”

Ondanks zijn kritiek op Jeltsins lamme hervormingsbeleid, blijft Javlinski zijn president voorlopig steunen. “Jeltsin is op dit moment de enige garantie voor een liberaal regime. Zolang hij garant staat voor een vrije pers, politieke pluriformiteit en geweldloosheid, heeft hij een functie en zolang zal ik hem steunen. In Rusland bestaat nog geen burgerlijke maatschappij en Jeltsin is de enige die de prille kiemen daarvan kan beschermen. Maar nu de hervormingen dreigen te mislukken, zoekt Jeltsin, apparatsjik die hij is, naar een nieuw steunpunt, dat hem zijn machtspositie kan garanderen. Mijn enige angst daarbij is dat hij een grens overschrijdt en afglijdt naar de rood-bruine coalitie van communisten en nationalisten. Dat zou levensgevaarlijk zijn.”

Al schat Javlinski de Moskouse politici niet hoog in, toch maakt hij zich zorgen over de situatie in de hoofdstad. De macht ligt er weer eens voor het grijpen en iedereen hoopt op een incident om dat naar eigen voordeel uit te buiten. Het conservatieve deel van het parlement wil Jeltsin zijn volmachten ontnemen, de regering wil het parlement ontbinden en de nationalisten hopen zich weer als slachtoffer te kunnen presenteren om zo hun aanhang onder de bevolking te vergroten. It's in the air, zegt de econoom. “Maar de macht is als een heet strijkijzer: wie haar grijpt, zal haar verschrikt uit zijn handen laten vallen, want voor de problemen, de werkeloosheid, de destructie, heeft geen van hen een oplossing.”

Nee, herhaalt Javlinski, wat in Moskou gebeurt, heeft niets met de rest van het land te maken. Daar schrijdt de desintegratie met zevenmijlslaarzen voort. De bevolking ziet op de televisie het politieke getouwtrek, ze leest in de Izvestia pagina's vol over de beschamende machtsstrijd, maar haar oog valt op een vierregelig berichtje dat de Dalai Lama in de provincie Toeva de boeddhistische vlag heeft ingezegend. Of dat de Tataren in Tatarstan weigeren belasting te betalen. “De regionale verschillen binnen de Russische federatie nemen snel toe. Er is geen wettelijke structuur die met die verschillen rekening houdt, evenmin als er een economisch raamwerk is dat onder zulke verschillende omstandigheden kan functioneren. Dus leiden de verschillen tot tegenstellingen en vervolgens tot conflicten. Er is geen infrastructuur voor een vreedzame coëxistentie. Niet alleen de Sovjet-Unie, maar ook Rusland is altijd op basis van geweld bijeengehouden. Het is tijd voor een nieuwe samenwerking, op basis van vrijwilligheid.”

Hier kan zijn economisch model uitkomst bieden, denkt Javlinski. Hij gelooft in een revolutie van onderaf: als de gouverneurs het heft in eigen handen nemen, kunnen zij Jeltsin onder druk zetten en Javlinski vindt dat een heel gezonde ontwikkeling. Vergeet niet dat het hier om enorme territoria gaat: de provincie Nizjni Novgorod is tweemaal zo groot als Nederland.

Ieder ander zou bij het schetsen van de onontwarbare kluwen van problemen de moed in de schoenen zinken, maar Javlinski, al oogt hij moe en bleek, legt het hoofd niet in de schoot. Hij signaleert twee grote verworvenheden, waaruit hij hoop voor de toekomst put. Het totalitaire systeem is ingestort en er heeft een radicale breuk met een eeuwenlange traditie plaatsgevonden. “Eeuwenlang, van Ivan de Verschrikkelijke tot aan Gorbatsjov toe, zijn alle hervormingen in Rusland altijd van bovenaf doorgevoerd en hebben ze de bevolking niks dan ellende gebracht. Voor het eerst in de geschiedenis beheerst het centrum nu de machtsinstrumenten niet meer. Voor het eerst hebben de mensen begrepen dat ze van Moskou niets meer te verwachten hebben en dat ze hun eigen zaakjes moeten gaan opknappen. Psychologisch is dat een heel belangrijk moment in de Russische geschiedenis. Let op mijn woorden: in veel regio's in het land is de situatie kwalitatief veel beter dan in Moskou en daarin zie ik een belofte voor de toekomst van Rusland.”