KNOV: industriebeleid ook voor kleinere ondernemingen

DEN HAAG, 24 NOV. Als er een "industriefonds' komt, moet goed in de gaten worden gehouden dat niet alle middelen terechtkomen bij industriële "paradepaardjes', maar dat ook het midden- en kleinbedrijf daar zijn deel uit krijgt. Dit betoogde voorzitter Kamminga van het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond (KNOV) gisteren op het jaarcongres van zijn organisatie in Noordwijk.

Kamminga wees op het belang van technologisch hoogwaardige clusters van toeleveringsbedrijven, ook voor het grootbedrijf. Een industriefonds is volgens hem voor eigenaar/aandeelhouders van extra belang, omdat zij nauwelijks toegang hebben tot bankkredieten.

Premier Lubbers, gastspreker op het KNOV-congres, hield ondernemend Nederland opnieuw voor dat de lonen volgend jaar fors moeten worden gematigd. “Wie nu zegt, we gaan het lekker halen, die steekt de kop in het zand. Dat zal nog jaren in de economie doorwerken”, aldus de premier.

Lubbers toonde begrip voor de huiver voor matiging bij het KNOV, dat veel bedrijven telt die direct afhankelijk zijn van de binnenlandse koopkracht. “Ik onderschrijf die vrees. Maar nu even de teugel inhouden, schept ruimte voor een hernieuwd vol te houden jarenlange bestedingsruimte.” Hij riep sociale partners op de nu voorliggende akkoorden van werkgevers en werknemers (loonmatiginig en werk) en het eensluidende advies van de Sociaal-Economische Raad over Nederland in Europa “snel op te pikken.”

De kans dat het KNOV gehoor geeft aan de oproep van het kabinet, doorlopende CAO's met betrekkelijke hoge loonsverhogingen in 1993, open te breken is gering, aldus KNOV-secretaris B. Vonk. “Ik heb vanuit de branches waarvoor de CAO-kleinmetaal geldt die signalen in elk geval niet”, zei hij gisteren.

Lubbers toonde zich bereid het probleem van de vestigingswet bij minister Andriessen (economische zaken) ter sprake te brengen. Overheid en werkgevers staan hier lijnrecht tegenover elkaar. Andriessen wil van de vestigingswet af, omdat deze niet zou passen in een slagvaardig Europees beleid. Het bedrijfsleven wil hooguit een modernisering.

Kamminga schetste, op basis van een enquête, voor het midden- en kleinbedrijf een minder rooskleurig beeld voor de komende jaren. Minder ondernemers verwachten omzetgroei, de orderportefeuilles zijn leger, minder bedrijven investeren, en minder ondernemers zijn tevreden over hun rendement. “Tezamen vertaalt zich dat in een lagere groei van de werkgelegenheid”, aldus Kamminga.