Jeltsin gebruikt leger in de strijd tegen de oppositie

MOSKOU, 24 NOV. President Boris Jeltsin van Rusland wil de komende anderhalf jaar geen last meer hebben van oppositie. Volgens Jeltsin moet de krijgsmacht in deze “vruchteloze politieke confrontatie” nu daarom meer dan ooit “toezicht houden op de veiligheid van het volk en politieke stabiliteit van de staat”.

Jeltsin pleitte vanmorgen op een bijeenkomst met de leiders van de verschillende Russische republieken voor een “politieke wapenstilstand” van één tot anderhalf jaar. Zonder “adempauze” staat het voortbestaan van Rusland als “onafhankelijke en hechte eenheidsstaat” op het spel, aldus Jeltsin. De politieke strijd tussen de “politieke krachten en de institutionele machtsorganen laat het land doodbloeden en drijft het een doodlopende straat in”.

In een toespraak voor de hoogste legerleiding van Rusland had Jeltsin gisteren het leger voorgehouden dat het een eigen taak heeft. De president beloofde de militairen daarom dat er komend jaar niet meer zal worden bezuinigd op de defensieuitgaven. De begroting voor het leger blijft op hetzelfde peil als dit jaar, aldus Jeltsin.

Volgens Jeltsin moet het leger thans voorkomen dat Rusland “territoriaal uiteenvalt”. De president verwees daarbij nadrukkelijk naar de dreigende burgeroorlog in de Noord-Kaukasus. “We kunnen niet toelaten dat de broederoorlog daar doorgaat en Rusland destabiliseert”, zei hij in zijn openingsrede op het ministerie van defensie, in aanwezigheid van minister van defensie generaal Pavel Gratsjov, alle hoge commandanten van de krijgsmacht, zijn vice-president, generaal Aleksandr Roetskoj, parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov en bijna alle ministers uit het kabinet van premier Jegor Gaidar. “Als president zal ik er voor zorgen dat het leger eigentijds blijft. Want Rusland is een grootse wereldmacht, zowel qua geopolitieke ligging als potentiële mogelijkheden”, aldus Jeltsin.

Het is niet toevallig dat Jeltsin deze waarschuwende woorden juist begin deze week uitspreekt. Het oppositionele parlement wil over zeven dagen tegen de wil van de president in het Kremlin bijeenkomen om zich te buigen over de toekomst van de regering van Jeltsin. Tien dagen geleden onthulde de conservatieve parlementariër Iona Andronov dat Jeltsin vannacht of morgen, dat wil zeggen na de bijeenkomst van vanmorgen met de republieksleiders, “noodmaatregelen” zou willen nemen. Minister van defensie Gratsjov zou daar de drijvende kracht achter zijn. Jeltsins rechterhand, Gennadi Boerboelis, en de minister van informatie, Michail Poltoranin, zouden volgens Andronov de plannen uitvoeren. Gratsjov en Poltoranin hebben dat vorige week ontkend.

Jeltsin zelf weersprak de beschuldiging ook impliciet. Maar de president heeft de afgelopen weken wel laten doorschemeren dat hij het Congres van Volksafgevaardigden eventueel zou kunnen ontbinden als dit parlement er op uit zou zijn de economische hervormingen terug te draaien. Om de volksvertegenwoordiging de pas af te snijden is Jeltsin nu op zoek naar machtige bondgenoten in het leger, alsmede onder de lokale bestuurders die ook last hebben van de gekozen volksvertegenwoordigingen. Zijn "gouverneurs' hebben hem vorige week al hun solidariteit tegen het “onconstructieve Volkscongres” betuigd.

Om het Volkscongres op voorhand te verzoenen met zijn lot en de politieke escalatie nu niet op de spits te drijven, heeft Jeltsin gisteren in een gesprek met de Amerikaanse senator Sam Nunn gesuggereerd dat wijzigingen in het kabinet niet uitgesloten zijn. Het zou daarbij vooral gaan om de vervanging van Boerboelis, Poltoranin, minister van buitenlandse zaken Andrej Kozyrev, minister van economische zaken Alekandr Netsjajev en eventueel minister van buitenlandse handel Pjotr Aven. Allen behoren tot het radicaal-democratische kamp en worden daarom gewantrouwd door de Burgerunie, een coalitiebeweging van werkgevers en werknemers die zich verzet tegen een te snelle liberalisering van de economie en door haar middenpositie bovendien over een meerderheid in het parlement beschikt. Met name een eventueel ontslag van Boerboelis zou voor Jeltsin enorm gezichtsverlies betekenen omdat de president intellectueel afhankelijk is van deze filosoof uit zijn geboorteplaats Sverdlovsk.

Op verzoek van de Noordossetische president heeft Jeltsin vanmorgen al de directeur van de staatstelevisie, de democratische journalist Jegor Jakovlev, ontslagen. Volgens de Osseten zou Jakovlev zich hebben schuldig gemaakt aan “niet-objectieve berichtgeving”.