Japanse rijst is gevaar voor Gatt; Regering en machtige rijstboeren houden vast aan totaal invoerverbod

TOKIO, 24 NOV. Hoewel brood, meestal wit en van een barre kwaliteit, in steeds meer supermarkten in Japan te krijgen is, eten Japanners nog altijd het liefst gepelde, kleffe rijst - 's ochtends, 's middags en 's avonds. Per jaar consumeren ze met hun 123 miljoen tien miljoen ton, dat is gemiddeld 81 kilo rijst per Japanner, tegen een prijs die zeven keer hoger ligt dan op de wereldmarkt.

Op een handvol rijst na uit Thailand, dat wordt gebruikt voor de aanmaak van saké, de Japanse rijstwijn, komt alle rijst uit Japan zelf. Buitenlandse rijst is taboe. Die wordt geweerd door een invoerverbod, dat de Gatt wil afschaffen, maar dat te vuur en te zwaard wordt verdedigd door Zenchu, de Japanse centrale van boerencoöperaties, wier macht tot ver in de regerende Liberaal Democratische Partij reikt. Want het kiesstelsel in Japan, dat nog grotendeels dateert van vóór de verstedelijking, geeft de agrarische districten met hun vele keuterrijstboeren buitensporig veel macht over de zetelverdeling in het parlement.

Een stem in een dunbevolkt agrarisch district is meer waard dan een stem in een dichtbevolkte grote stad, hoewel volgens de grondwet iedereen gelijk is voor de wet. Zo was bij de laatste verkiezingen voor het Lagerhuis, in februari 1991, een stem in Miyazaki, een provincie op het zuidelijke eiland Kyushu, 3,18 keer zo veel waard als in de volgepakte provincie Kanagawa, waar de tweede stad van Japan, Yokohama, ligt.

Daar de LDP al bijna 40 jaar ononderbroken aan de macht is, heeft zij de kiezers in de agrarische districten aan zich weten te binden door een continue geldstroom voor infrastructurele werken als wegen, bruggen en tunnels. Dat heeft een volkomen scheve infrastructuur opgeleverd, waardoor nog steeds 60 procent van de huizen in Japan niet is aangesloten op de riolering. Inwoners van Tokio betalen meer aan belasting dan wordt besteed aan publieke werken in hun stad. In Japanse steden is er een schreeuwend tekort aan bepaalde openbare voorzieningen. Parijs heeft relatief vier keer en Londen zelfs elf keer zo veel park als Tokio.

Misschien wel veruit het belangrijkste middel van de LDP om de agrarische kiezers aan zich te binden is de bescherming van de kleine, inefficiënte rijstboeren op kosten van de Japanse consument. Die blijft voorlopig wel van zijn Japanse rijst smullen, als is die 700 procent duurder dan op de wereldmarkt. In december 1991 lanceerde de hoogste baas van de Gatt, directeur-generaal Arthur Dunkel, het plan om alle invoerverboden in de wereld op te heffen en “zonder uitzondering” over te gaan op tarieven. Tarieven die dan vervolgens geleidelijk moesten worden afgebroken. Voordeel van tarieven is, volgens Dunkel, dat onzichtbare handelsbarrières zichtbaar worden. Alle 108 leden van de Gatt zijn gevraagd het voorstel eind 1992 te aanvaarden, dan had iedereen een jaar de tijd om in eigen huis orde op zaken te stellen.

Nu met het afgelopen vrijdag tussen Amerika en Europa gesloten landbouw-akkoord een mondiaal akkoord over de hele handelsronde van de Gatt aanzienlijk dichterbij is gekomen, zal Tokio moeten kiezen: of een importtarief invoeren of stug vasthouden aan zijn invoerverbod en daarmee een nieuw, veelomvattend Gatt-akkoord in de waagschaal stellend. En daarmee een miljardenimpuls voor de wereldhandel frustrerend, een wereldhandel waarvan Japan zelf de afgelopen tientallen jaren zo rijkelijk profijt heeft gehad.

Als het aan Zenchu ligt, blijft in Japan alles zoals het is. Zaterdag oefende de voorzitter van de Japanse landbouwlobby bittere kritiek uit op de EG en VS. “Een akkoord tussen exporteurs, die van ons importeurs eenzijdige offers vragen, hoewel zij hun meeste exportsubsidies in tact laten”, luidde diens commentaar. Zenchu zou vastberaden blijven in zijn verzet tegen invoering van tarieven.

Maar door een niet minder machtige lobby, die van de grote industriële ondernemingen verenigd in de Keidanren, die wegens haar reusachtige exportbelangen alleen maar te winnen heeft bij een succesvolle handelsronde, werd heel anders gereageerd. Haar voorzitter verwelkomde warm het landbouwakkoord en riep de Japanse regering op “ferm en snel” aan te sturen op een algeheel Gatt-akkoord.

In een poging kool en geit te sparen vertolkte premier Kiichi Miyazawa, wiens politieke basis door de voortwoerende machtsstrijd in de LDP moet aanvoelen als een moeras, dit weekeinde eenvoudigweg beide standpunten. Hij verwelkomde het landbouwakkoord en wees afschaffing van het invoerverbod af. Daarbij zal een rol hebben gespeeld dat hij wel gek zal zijn om al, voorafgaand aan de Gatt-onderhandelingen die deze week in Genève beginnen, concessies te doen.

Japan zal over de brug moeten komen, zo roepen de kranten in hun hoofdartikelen de regering op, al zal die proberen òf een invoertarief van meer dan 700 procent te heffen òf het tarief later in te voeren òf de afbraak van een eenmaal ingevoerd tarief te vertragen òf de door Dunkel voorgestelde minimum-invoer van drie procent (in het Japanse geval 300.000 ton) gereduceerd te krijgen. Onder-minister Koji Kakizawa van buitenlandse zaken zei het laatst zo: “De Europese landbouwpolitiek is protectionistischer dan de onze, wij zijn bereid te rijstmarkt open te gooien, als anderen ook met concessies komen. Elke LDP'er is daarop voorbereid”. De Japanse consument zal die “anderen” er straks dankbaar voor zijn.