Het democratisch tekort woekert voort

Minister-President Lubbers probeert al geruime tijd op discrete wijze in de Europese Raad openbaarheid van wetgeving, ook bij de belangrijkste Europese wetgever, de Raad van Ministers, ingevoerd te krijgen. Opnieuw tevergeefs, en dus blijft het democratisch deficit bestaan. Tot goed begrip: dit deficit ligt niet in de ongelijke machtsverdeling op wetgevend gebied tussen het Europese Parlement en de Raad van Ministers, maar in het feit dat deze laatste in het geheim beslist.

Staatsrechtelijk gezien komt de Europese wetgeving tot stand in een originele versie van het alom verbreide tweekamerstelsel, waarin het Europese Parlement functioneert als de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging en de Raad van Ministers de Lidstaten vertegenwoordigt als een soort EG-senaat. Deze senaat werkt in 18 afzonderlijke Raden zoals landbouw, verkeer, industrie, enzovoorts, en bestaat derhalve uit 12 x 18, dus 216 leden.

Het aparte van deze senaat is in de eerste plaats dat hij nooit plenair vergadert, maar in feite de wetgevende taak heeft gedelegeerd aan bovengenoemde afzonderlijke raden. Dit kan er nog mee door, maar de senaat houdt zich in het geheim met wetgeving bezig, en hier wringt de schoen. Openbaarheid van wetgeving, sinds Thorbecke algemeen aanvaard, zou in een handomdraai ingevoerd kunnen worden door een simpele wijziging van het Reglement van Orde van de Raad van Ministers; verdragswijzigingen zijn hiervoor niet nodig.

Maar die wijziging stuit op verzet van het oppermachtige Coreper, het college van permanent vertegenwoordigers van de 12 Lidstaten, hun ambassadeurs bij de EG, die als ouderwetse raadpensionarissen de macht van de politiek hebben overgenomen. Deze 12 lichtschuwe satrapen te Brussel verzetten zich met hand en tand tegen het beginsel van openbaarheid van wetgeving, daarin warm ondersteund door de nationale mandarijnen. Want anders dan iedereen denkt berust de bureaucratische macht niet bij het handjevol (circa 14.000, waarvan een kwart vertalers) Brusselse bureaucraten, maar bij de miljoenen tellende nationale ambtenarijen.

Coreper c.s. wensen de openbaarheid van wetgeving niet, want dan zou hun koehandel in de volle schijnwerpers van de openbaarheid komen en onderworpen worden aan de kritische beschouwing van de media. Het tweede bijzondere van de Europese senaat is dat diens "griffie', dit Brusselse college van satrapen, hiërarchisch niet valt onder de senaat als geheel, maar slechts onder één deelraad van de 12 ministers van buitenlandse zaken die zich niet met wetgeving bezighouden en eveneens prefereren in het duister zaken te doen. Vandaar dat naast de Bloedraad van Cosa Nostra alleen nog ter wereld de EG-Raad van Ministers in het geheim wetgeeft.

De niet aflatende oproepen van dit orgaan tot invoering van openbaarheid en democratie in landen buiten de EG verliezen door bovenomschreven democratisch deficit iedere geloofwaardigheid. Geen wonder dat de Europese burgers, die door de Europese wetgeving rechtstreeks getroffen worden, maar geen flauw idee hebben hoe deze tot stand komt, hoe langer hoe meer hun geloof verliezen in het democratische Europa als rechtsstaat in een Politieke Unie.