Ernst & Young betaalt 400 miljoen dollar in schikking

Ernst & Young, een van de grootste accountantskantoren van de Verenigde Staten, heeft 400 miljoen dollar (ongeveer 725 miljoen gulden) neergeteld in een schikking.

Die kwam tot stand na aantijgingen dat het accountantskantoor onjuiste controles had uitgeoefend die zouden hebben bijgedragen aan de ondergang van ten minste vier spaarbanken. Dit heeft de Amerikaanse belastingbetalers vier miljard dollar (7,25 miljard gulden) gekost. Een van de vier banken is de Silverado Banking Savings & Loan Association, waar de zoon van president George Bush bestuurslid was. De Amerikaanse regering stelde de afgelopen maanden verwoede pogingen in het werk om de verliezen te verhalen. Bestuursvoorzitter Ray Groves van Ernst & Young zei dat hij met de schikking heeft ingestemd om een mogelijke slepende en geldverslindende procesvoering te voorkomen. Driehonderd miljoen dollar zal door de verzekeringsmaatschappijen waar de accountants zich tegen dit soort aanspraken hebben verzekerd, worden vergoed. De overblijvende honderd miljoen dollar betaalt het accountantskantoor zelf.

In de schikking is opgenomen dat één partner van Ernst & Young en twee voormalige partners niet langer adviezen aan banken mogen geven en dat zes partners en een voormalige partner moeten worden bijgeschoold.