De vrede staat sterk op de tocht in Macedonië; Die Albanezen geven niet, ze nemen alleen maar in de coalitie; Voor het zwaaien met de Albanese vlag ga je de gevangenis in

De Albanese minderheid in Macedonië, de grootste etnische minderheid in dat land, heeft het moeilijk, maar ze overdrijft soms wel een beetje. Dat speelt de Macedonische nationalisten in de kaart en jaagt de spanningen op. De Macedonische extremisten geven de Albanezen mede de schuld van het feit dat het land nog altijd niet internationaal erkend is. De economische moeilijkheden waarin het land verkeert verscherpen de tegenstellingen nog verder. Er zijn al doden gevallen en leuzen op de muren suggereren dat de oorlog in feite al is begonnen.

TETOVO, 24 NOV. Nevzat Halili is klein en vierkant en besnord en een beetje pedant, hij praat op dicteersnelheid en laat zich niet onderbreken. Hij leidt de Partij van Democratische Welvaart (PDP), de grootste van de drie partijen van de Albanese minderheid in Macedonië. We treffen hem in het PDP-hoofdkwartier aan de achterkant van een reisbureau in een achterafstraat in Tetovo, het bolwerk van de Albanese minderheid. Het is een modderige industriestad in het westen van Macedonië, aan de voet van de bergen.

De Albanezen vormen de grootste van vele etnische minderheden in Macedonië. Hoeveel Albanezen er zijn weet niemand, officieel maken ze twintig procent van de bevolking uit, maar ze houden het zelf op veertig. Een minderheid van boeren, herders en handelaars. Ze wonen in bergdorpen met kleine moskeetjes met zilveren minaretten, de vrouwen dragen pofbroeken en hoofddoeken en de mannen een vilten fez.

De Macedoniërs en de Albanezen hebben het moeilijk met elkaar - altijd al. Men leert elkaars taal niet, men trouwt niet gemengd. Je kunt een leven lang in een stad als Tetovo wonen zonder daar één Albanese kennis aan over te houden, zegt een Macedonische vriend. Men leeft naast elkaar, niet mèt elkaar.

De spanningen zijn toegenomen sinds Macedonië zich onafhankelijk verklaarde, na een referendum dat de Albanezen boycotten omdat onafhankelijkheid het Macedonische nationalisme zou stimuleren en dat ten koste zou gaan van de Albanezen. De economische misère - gevolg van de oorlog in het noorden, de VN-sancties tegen Joegoslavië, de niet-erkenning van Macedonië door de EG en de Griekse boycot - drijft de spanningen nog verder op. Op 6 november vielen de eerste doden, drie Albanezen en een Macedonische vrouw kwamen om bij rellen in Skopje.

“De Albanese minderheid wordt bedreigd”, zegt Halili. “De situatie verschilt niet van die van de Albanezen in Kosovo.” Het is een boude bewering, en Halili neemt haar al snel terug want “niet in alle opzichten is de situatie van de Albanezen hier zo tragisch als in Kosovo.” Maar de situatie is toch wel ernstig genoeg om hem, en zijn PDP, tot de overtuiging te brengen dat Macedonië internationaal niet moet worden erkend voordat de Albanezen het beter krijgen.

Halili heeft een lange lijst klachten. De grondwet deugt niet, zegt hij. “De commissie-Badinter, die namens de EG de grondwet tegen het licht heeft gehouden, heeft haar werk niet goed gedaan. De grondwet omschrijft Macedonië als "de nationale staat van de Macedonische natie'. De andere volkeren worden slechts genoemd, de Albanezen, maar ook de Turkse minderheid, de Vlachen, de Roma.” Artikel 7 van de grondwet, gaat hij verder, zegt dat het Macedonisch de nationale taal is en dat het cyrillische schrift wordt gebruikt, en dat in gemeenten waar andere volken de meerderheid vormen, hun taal en hun schrift kunnen worden gebruikt, op basis van wetten die nog moeten worden uitgevaardigd. “Alleen, die wetten zijn er nooit gekomen.”

“De grondwet behandelt de Albanezen als tweederangs burgers”, zegt Halili. “We hebben recht op onderwijs in onze eigen taal, maar niet op universitair niveau. Dat vinden de Macedoniërs te gevaarlijk, dat zou leiden tot het verlies van hun privileges.” En de Albanezen hebben geen eigen dagblad, persvrijheid geldt alleen voor de Macedoniërs. “We hebben ook maar viereneenhalf uur zendtijd per week op de televisie en maar zes uur per dag op de radio. En onze nationale symbolen mogen we niet gebruiken”, zegt hij. “Voor het zwaaien van de Albanese vlag met de zwarte tweekoppige adelaar kom je zestig dagen in het gevang. De Macedoniërs zullen ook nooit Albanees leren. Misschien is het wel een belediging voor hen om een Albanees in zijn eigen taal goeiedag te zeggen.”

Ondanks al die discriminatie zit de PDP (23 van de 120 zetels in het Macedonische parlement) wel in de regering, een coalitie van socialisten (ex-communisten), sociaal-democraten, liberalen, twee van de drie partijen van de Albanezen en de partij van de zigeuners. De Albanezen leveren één vice-premier en vijf ministers. Halili: “We zijn in de regering gaan zitten in de hoop dat er iets verandert. Helaas, het gaat niet beter, veel wetten gaan in tegen onze belangen. Die ministers van ons kunnen daar niets tegen doen.”

Als er niets gebeurt, stappen we uit de regering en uit het parlement, zegt de kleine man met de grijze snor. “De incidenten van 6 november worden een test-case. Als de regering in haar onderzoek tot de conclusie komt dat de politie correct heeft gehandeld, is het gebeurd. Dan doen we niet meer mee.” Wat de Macedonische Albanezen eisen, zegt Halili, is autonomie binnen “een soort federatie”. “We moeten onze eigen instituten hebben die onze rechten garanderen.” Als dat niet mogelijk is, moet Macedonië in de grondwet ten minste worden omschreven als een bi-nationale staat. Dat autonomie het eind van de republiek Macedonië zou zijn, spreekt hem niet aan: “Als het in ieders belang is samen te leven, gebeurt dat. Maar als de Macedoniërs onschuldige Albanezen doden, als ze ons niet respecteren, als ze ons niet willen, dan gaan we weg”, aldus Halili. “We willen geen tweedeklas burgers zijn.”

Halili's tegenpool binnen de Macedonische politiek heet Ljubco Georgievski. Een jongeman van 26 met een babyface, met schouderlang zwart haar en een baardje, hij lijkt zo uit een ikoon te zijn gestapt. Hij leidt de fel nationalistische VMRO-DPMNE (Macedonische Revolutionaire Organisatie - Democratische Partij voor Macedonische Nationale Eenheid), de grootste partij van het land, met 37 zetels in het parlement. Als die partij aan de macht komt, zeggen velen in Macedonië, komt er burgeroorlog. Eerder dit jaar was het bijna zover. Toen het parlement, gefrustreerd door het uitblijven van EG-erkenning, een kop van jut zocht en het kabinet naar huis stuurde, kreeg Georgievski opdracht een nieuwe regering te vormen. Hij faalde, want niemand wil met de VMRO samenwerken. Nu leidt hij de oppositie.

“Niemand in Macedonië kan begrijpen waarom die Albanezen in de regering zitten”, zegt hij. “Een coalitie is een zaak van geven en nemen. De Albanezen geven niet, ze nemen alleen maar. Hoe kan Halili klagen als hij vijf mensen in de regering heeft? De Albanezen zijn aan de macht, maar wat ze precies doen in die regering weet ik niet. Ze zeggen dat ze gevaar lopen in Macedonië. Maar hoe kan dat als ze zelf eenderde van de ministers leveren?”

Het zijn de Albanezen die de internationale erkenning van Macedonië tegenhouden, zegt hij. “Ze hadden al lang iemand naar Albanië kunnen sturen; als ze dat zouden doen zou Albanië Macedonioë morgen erkennen. Ze horen niet in de regering. Ja, natuurlijk, als Macedonië een normale democratie zou zijn, dan kun je hun partij gebruiken om een parlementaire meerderheid te krijgen. Maar als je een jaar lang naar de Albanezen luistert en ziet hoe ze proberen van Macedonië een federale staat te maken, hoe ze hun eigen republiek willen uitroepen, hoe ze openlijk met oorlog dreigen, hoe ze ageren tegen internationale erkenning, dan weet je dat de normale democratie hier een aparte dimensie krijgt.”

Halili met zijn PDP en Georgievski met zijn VMRO vormen uitersten. Zij houden de sleutel tot de vrede in dit land in handen: dank zij de economische misère radicaliseert vooral hún beider achterban. Georgievski is een ramp, zegt de Macedonische vriend, maar je hoeft geen VMRO te stemmen om te weten dat Halili overdrijft. “Die grondwet is wèl in orde. De commissie-Badinter heeft haar werk wèl goed gedaan. Halili jokt een beetje, want hij citeert die gewraakte grondwetsartikelen maar voor de helft, Macedonië is wel de staat van de Macedonische natie, maar direct daarna staat dat alle nationaliteiten volledig en in elk opzicht gelijke rechten hebben. De Albanezen hebben ook geen viereneenhalf uur tv-zendtijd per week, maar viereneenhalf uur per dag, één kanaal van de Macedonische televisie is voor de minderheden gereserveerd. En dat ze geen eigen dagblad hebben ligt uitsluitend aan het feit dat ze er het geld niet voor hebben. Niemand heeft geld voor een eigen dagblad, ook Georgievski niet.”

De Macedonische vriend neemt het de Albanezen kwalijk dat ze zichzelf isoleren, ze hebben niet meegedaan met de volkstelling, noch met het referendum over de onafhankelijkheid, het debat over de grondwet en het debat over de nieuwe vlag. “Het is gevaarlijk”, zegt hij. “Als de Albanezen uit de regering stappen krijg je een crisis, en dat vergroot de kansen dat Georgievski aan de macht komt.” Als hij dat zegt rijden we Tetovo uit, de modderige industriestad in het Westen. Op een muur staat met grote zwarte letters Smrt za VMRO - Dood aan de VMRO. De vriend zegt: “Het is al oorlog.”

    • Peter Michielsen