De vijand met de zwarte hoed

Je hoort er soms van als het een bekende Nederlander overkomt. Een gevaarlijke gek dringt zijn leven binnen. De gek belt zijn slachtoffer op de onmogelijkste tijden op, schrijft hem dreigbrieven, verschaft zich toegang tot zijn huis en maakt amok.

Meneer Beekmans is geen bekende Nederlander, en hij hoeft het ook nooit te worden. Voor hem telt maar één ding: verlost te worden van zijn particuliere terrorist.

Met loden schoenen gaat Beekmans deze morgen het zaaltje van de Maastrichtse politierechter binnen. Hij weet wie daar op hem zit te wachten. Zijn belager. Zijn vijand. Zijn gek. Liever was Beekmans thuisgebleven, maar hij kon er niet onderuit. Hij moest komen getuigen in deze zaak die hij zelf aanhangig had gemaakt. Als hij met hem wilde afrekenen, dan kon dat op legale wijze alleen maar via de rechter.

De vijand van Beekmans heet Charles Punter. Hij is een man van omstreeks de veertig met een gedrongen gestalte en kortgeknipt haar. Zijn ogen staan hard en waakzaam in een gezond, blozend gezicht. Als Beekmans de rechtszaal schuw binnenschuifelt, leunt Punter ontspannen achterover in zijn stoel. Hij heeft de onderhelft van zijn rechterbeen over zijn linkerbeen gelegd en op de punt van zijn rechterknie laat hij een zwarte hoed balanceren. De hoed symboliseert zijn achteloze superioriteit, alsof niet hij de verdachte is, maar Beekmans.

Voorlopig is de rechter klaar met Punter. Hij heeft hem vragen gesteld over de mishandeling van Beekmans die hem in de dagvaarding ten laste is gelegd. Punter ontkende categorisch. Nu is de beurt aan Beekmans als eerste getuige. Beekmans, een man van halverwege de vijftig, is lijkbleek onder zijn grijze haardos. Hij durft niet naar Punter te kijken en gaat als een geknakt man voor de rechter zitten.

“U voelt zich niet prettig”, vraagt de rechter, mr. J. Nolet.

“Nee”, zegt Beekmans zacht. “Hij heeft me net in de hal weer bedreigd.”

Punter kijkt licht smalend, maar verder onbewogen naar getuige en rechter. Langzaam krijgt de zaak haar huiveringwekkende contouren. Beekmans is een verzekeringsagent, Punter was zijn cliënt. Op een gegeven moment voelde Punter zich opgelicht door Beekmans en ging hij over tot een serie persoonlijke wraakoefeningen. De aanklacht van Beekmans spitst zich toe op twee incidenten.

Op een dag fietste Beekmans door Maastricht toen een vrachtauto naast hem stopte. Een bijrijder stapte uit, het was Punter, volgens Beekmans. De man trok Beekmans van zijn fiets en sloeg hem keihard en vol in zijn gezicht. Zijn neusbeen werd daarbij gebroken.

Een half jaar later liep Beekmans op een pad langs een weiland, even buiten Maastricht. Opeens hoorde hij een stem achter zich: “Goedemorgen”. Hij herkende die stem meteen: Punter. Volgens de lezing van Beekmans gebeurde het volgende.

Punter begon Beekmans met grote kracht op zijn gezicht en in zijn nek te slaan. “Ik sla je dood”, riep Punter, “het kan me niet schelen of ik voor jou in de bak moet zitten. Ik wil al je geld hebben.”

“Ik heb bijna geen geld bij me”, zei Beekmans.

“Dan wil ik je sieraden. Geef me die trouwring.”

Beekmans weigerde.

“Geef me je horloge.”

Beekmans wilde ook dat eigenlijk niet afgeven, het was een erfstuk van zijn vader. Hij nam het aarzelend in zijn linkerhand, waar Punter het onmiddellijk uittrok.

“Ik zat inmiddels onder het bloed”, herinnert Beekmans zich.

Hij begon weg te hollen, roepend “help me, help me” naar enkele mensen die de afranseling in de verte zagen gebeuren. Maar niemand kon hem hulp bieden, omdat er een hoge afrastering tussen stond. Punter riep naar de getuigen: “Deze vent heeft me bedrogen.” Maar ze kenden hem - hij was een gewezen buurtgenoot - en iemand riep terug: “Je bent zelf een bandiet.” Punter begon daarop te schelden, maar liet Beekmans verder wijselijk met rust.

Een arts constateerde later bij Beekmans: een gebroken neus (alweer), een kneuzing op beide wangen, twee tanden weg, een lichte hersenschudding.

“Dit is een heel gemene man”, roept Punter nu tegen de rechter. “Hij heeft me financieel kapotgemaakt door mijn premies niet af te dragen aan de verzekeringsmaatschappij. En nu probeert hij me ook hier kapot te maken. Hij bedriegt, hij doet niet anders.”

“Hij zit hier als getuige”, zegt de rechter boos, “en hij mag niet beledigd worden.”

“Ik heb recht op mijn woorden.”

“Ik heb genoteerd dat u zijn getuigenis betwist.”

De rechter laat een tweede getuige binnenkomen. Hij heeft Beekmans bloedend in het weiland zien wegrennen. Zijn verhaal wordt onderstreept door de schriftelijke getuigenis van iemand die inmiddels overleden is. De tweede getuige bevestigt dat Punter de andere man was.

“Ik denk dat hij verkeerd bezig is”, zegt Punter, hoewel de rechter hem niets gevraagd heeft. “Dat moet een dubbelganger zijn geweest, ik was het niet.”

De rechter vraagt Punter wat hij van al die beschuldigingen vindt. “Niets van waar”, zegt Punter. “Ik heb die man alleen verbaal beledigd.”

De rechter begint het strafblad van Punter door te nemen: mishandeling, diefstal, heling, overtreding van de vuurwapenwet, valsheid in geschrifte, weer mishandeling.

“Dat is ouwe koeken uit de zak halen”, reageert Punter verontwaardigd. “Beekmans heeft ook een strafblad.”

“Een verschrikkelijk strafblad”, zegt de officier van justitie, mr. F. Pommer, over dat van Punter. “Er gaat een grote dreiging van hem uit.” Hij eist een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk en een boete van vijfhonderd gulden.

“Niet correct”, zegt Punter, “treurig”.

“Ik had een wat hogere straf in mijn hoofd”, zegt de rechter, “maar ik zal er niet toe overgaan.” Hij legt Punter twee weken voorwaardelijk op met een proeftijd van 2 jaar. Van een boete rept hij niet.

Daar komt Punter niet slecht mee weg. Toch mokt hij: “Ik vind het niet juist.”

“Ik hoop dat u het horloge teruggeeft”, zegt de rechter.

“Ik heb geen horloge.”

“Het is nu afgelopen, meneer Punter”, bijt de rechter hem toe, “ik wil u hier niet meer zien.”

Punter groet op z'n Limburgs: “Hoie, hè?” En hij zet zijn hoed op.

Beekmans heeft het zaaltje dan allang verlaten.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.