De afbladdering van De Klerk verloopt in hoog tempo; De president is gehavend door reeks schandalen waartegen hij onvoldoende is opgetreden; Militaire macht is simpelweg te groot geworden voor elke Zuidafrikaanse politicus

Wanneer een president afhankelijk wordt van wat moordenaars en hoeren in de krant verklaren, gaat het niet goed. President De Klerk van Zuid-Afrika moet nu dagelijks meemaken hoe Rambo-achtige criminelen en zelfkant-types het ranzige verleden van het apartheidsbewind publiek maken. Het is geen fris gezicht.

De president slaagt er niet in voldoende afstand te nemen van dat verleden en van de elementen binnen het leger, de politie en de ambtenarij die er met een of twee benen nog in staan. Van de moedige hervormer, die bijna drie jaar geleden de blanke minderheid wegleidde van de afgrond die de voortdurende apartheid in zicht had gebracht, is weinig over. De Klerk is te zeer gehavend door de reeks schandalen, waartegen hij niet of onvoldoende optrad.

De laatste aflevering uit het vervolgverhaal van dirty tricks heeft de afbladdering van de president aanzienlijk versneld. De onafhankelijke Goldstone-commissie deed een inval in een pand van een schemerige eenheid van de militaire inlichtingendienst (MI). Vijf van de honderden dossiers bleken explosief. De MI had in 1991 - toen de regering volop in onderhandeling was met het ANC over een nieuwe grondwet - een geheime operatie opgezet om ANC'ersmet behulp van prostituées, criminelen en kroegbazen te chanteren en zo de organisatie en haar militaire vleugel in diskrediet te brengen. Daartoe had het leger een beruchte Zuidafrikaan ingehuurd: de twee keer wegens moord veroordeelde ex-politieman Ferdi Barnard.

De persoon van Barnard tekent het failliet van het militaire establishment, dat de stap naar het nieuwe Zuid-Afrika niet heeft kunnen maken. Wie gaat er in hemelsnaam met zo'n man in zee, vroeg de Zuidafrikaanse ambassadeur in Washington zich vertwijfeld af, toen hij publiekelijk constateerde dat zijn werk onmogelijk wordt gemaakt door de schandalen. Barnard, een reus met de haardracht van een voetbalvandaal, is een nietsontziende moordenaar en dief gebleken en er zijn sterke verdenkingen dat hij de anti-apartheidsactivist David Webster in 1989 voor zijn huis in Johannesburg heeft doodgeschoten. Een getuige in het vooronderzoek verklaarde dat Barnard triomfantelijk had laten weten dat de academicus “vijf meter de lucht invloog” toen hij geraakt was. Een aardig type om zaken mee te doen.

De geheime operatie werd opgezet, terwijl president De Klerk naar aanleiding van "Inkathagate' (geheime betalingen van overheidsfondsen aan de Zulu-beweging Inkatha) plechtig op een wereldwijd uitgezonden persconferentie verklaarde dat alle operaties met een politiek doel waren stopgezet. Vervolgens moest de president keer op keer constateren dat het militaire schemerwezen er een eigen agenda op nahield.

Twee MI-agenten werden in april in Londen aangehouden, omdat ze een moordaanslag voorbereidden op een naar het ANC overgelopen politieman. Het huidige hoofd van de MI werd niet eens geschorst, toen zijn naam opdook onder een memorandum uit 1985 dat in weinig verhullende termen opdracht gaf tot de moord op een ANC-activist. De generaal van de landmacht bleek nog in april dit jaar een anti-ANC operatie te hebben goedgekeurd.

De president en zijn ministers kondigen keer op keer onderzoeken aan, die met elkaar gemeen hebben dat ze intern zijn en zeer lang duren. De Klerk valt altijd terug op dezelfde verdedigingslinie: er zijn misschien “individuen” of “elementen” binnen leger en politie die van kwade wil zijn, maar als we bewijs vinden, nemen we maatregelen. Nu de individuen en elementen in de legertop blijken te zitten, vraagt de situatie om harder ingrijpen. De kans lag er om personen te vervangen en rechter Goldstone toegang te geven tot de overige dossiers - voorzover de versnipperaar al niet zijn werk had gedaan. In één klap had De Klerk een deel van zijn geloofwaardigheid kunnen herwinnen en korte metten kunnen maken met militairen die hem tegenwerken.

Hij deed het niet. Er komt een intern onderzoek naar de dossiers, te verrichten door generaal Pierre Steyn, die overigens ook door het ANC als een man met schone handen wordt beschouwd. Steyn zal samenwerken met de Goldstone-commissie, maar hij beslist welke dossiers worden overhandigd. Het hoofd van de MI lijkt op een zijspoor te zijn gezet. Na alle interne onderzoeken die stukliepen op leugens en vernietigde dossiers, biedt het weinig optimisme dat de waarheid ooit boven tafel komt. De Afrikaner dictatuur is nu eenmaal opgegroeid in een doofpot-cultuur.

Verontrustender nog was dat De Klerk toestond dat ministers, militairen en politie-agenten publiekelijk de aanval openden op rechter Goldstone en de media. Het deed denken aan de publicitaire klopjachten op tegenstanders uit de tijden van de apartheid. De regeringsgezinde Afrikaner pers en de staatsomroep schiepen binnen enkele dagen de indruk dat alles de schuld was van rechter Goldstone, die niet met buitenlandse rechercheurs een militair gebouw had mogen binnenvallen.

Dit is zeer hoog spel. De Goldstone-commissie, ingesteld door De Klerk zelf, is het enige Zuidafrikaanse instituut dat nationaal en internationaal nog geloofwaardigheid heeft. De rechter spaart in zijn rapporten over voorvallen van geweld en intimidatie geen van de partijen. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties wees de Goldstone-commissie (resolutie 772, 17 augustus 1992) aan als de instantie die onderzoek moet doen naar het functioneren van leger en politie en diverse privélegertjes, zoals Umkhontho we Siszwe (ANC), APLA (PAC) en de politie van KwaZulu (Inkatha). Als Goldstone het werk onmogelijk wordt gemaakt, vervalt het laatste restant aan internationale geloofwaardigheid van de Zuidafrikaanse regering. Daarom houdt het diplomatieke corps in Pretoria de behandeling van Goldstone door De Klerk nauwlettend in de gaten en daarom stuurde VN-secretaris-generaal Boutros Ghali afgelopen weekeinde nog een speciale afgezant voor een onderzoek naar ZuidAfrika.

De heersende opinie in Zuid-Afrika is nog steeds dat de militairen achter de rug van De Klerk om opereren. De president wordt achtervolgd door de strategie van de “Totale Aanslag” uit de jaren tachtig. In een paranoïde poging om swart gevaar en rooi gevaar, op één hoop geveegd, definitief te bestrijden, militariseerde president P.W. Botha het hele overheidsapparaat. Er onstond een militair netwerk, een soort staat binnen de staat, dat onder goedkeuring van de politici (ook De Klerk, die toen minister was) de belangrijkste beslissingen nam. De Klerk heeft sinds zijn aantreden de macht van de militairen teruggedrongen, maar de “vuile oorlog” was net als voorheen in Latijns-Amerikaanse landen zo verweven met het overheidsbeleid, dat het onmogelijk is hun macht op korte termijn definitief te breken.

Het leidt tot vele theoriëen. De militaire top zou zo veel informatie hebben over het verleden van leidende politici van de Nationale Partij, dat De Klerk simpelweg niet kàn ingrijpen. De president zou niet durven overgaan tot de harde aanpak, omdat hij het leger nodig heeft wanneer het hervormingsproces misloopt. Misschien heeft De Klerk nu zijn eigen generaal naar voren geschoven om de macht van de andere generaals te breken. Of: de militaire macht is simpelweg te groot geworden voor elke Zuidafrikaanse politicus, wat sommigen doet speculeren over de mogelijkheid van een staatsgreep.

Onwil of onmacht? In beide gevallen ondergraaft het De Klerks statuur, nationaal en internationaal. Het verzwakt zijn positie aan de onderhandelingstafel. Alleen een interim-regering met het ANC en andere zwarte partijen kan het verleden begraven. Dat dwingt De Klerk tot spoed, terwijl hij de blanke minderheid heeft verzekerd net zo lang te zullen onderhandelen tot hun positie in een “machtsdeling”-constructie is veilig gesteld.

Hoeveel geraamtes gaan daar nóg uit die kas uitklim?, vroeg de verslaggeefster van het Afrikaner zondagsblad Rapport aan de generaal van de MI. Seker 'n hele klomp, voorspelde de generaal. De geest van het oude Zuid-Afrika zal De Klerk nog lang op de hielen blijven trappen.