Computerclub goed voorbeeld voor beleggers

Beurzen, bedrijven en verenigingen van beleggers kunnen van de Hobby Computer Club (HCC) leren hoe je het effectenbezit moet bevorderen en landelijke dagen organiseert waar men uit het hele land op af komt.

Vrijdag en zaterdag waren de Utrechtse Jaarbeurshallen weer de bedevaartsplaats voor liefhebbers, aanbidders en professionele gebruikers van de personal computer. Je gelooft haast niet wat je ziet. Bijna ononderbroken stroomden tienduizenden jongens en mannen, weinig vrouwen, zaterdag de hallen binnen voor de jaarlijkse HCC Microcomputer Dagen. Een unieke markt en beurs, als een overdekte vrijmarkt op koninginnedag, waar alles te koop is voor op, aan, in en over de computer.

Wat is er nog over van die reusachtige computers van twintig, dertig jaar geleden? Slechts een gespierde goedkope dwerg die net zoveel kan. Waar zijn de mannen van toen, die eerbiedig en in een alleen door hun te begrijpen taal spraken over de omvang van een apparaat met inhoud? Verdwenen. Dat zijn nu de schooljongens en huisvaders met een schroevedraaier in de zak of een gedetailleerde kennis van allerlei programma's. En als het moet gaat hun troeteldier uit elkaar om te laten zien wat er allemaal inzit.

Kijken, praten, informeren en kopen. Bepakt en bezakt zochten ze trein, auto of bus weer op. Niet met één doos, maar soms met vier of vijf. Complete installaties gingen mee naar huis. Zijn consumenten terughoudend in hun koopgedrag? Het Utrechts Nieuwsblad meldt dat een verkoper die zaterdag beroofd is van zijn dagopbrengst: 400.000 gulden! Er waren bijna driehonderd commerciële exposanten.

Wat een wonder! In niet meer dan tien jaar verleidt een saaie, ingenieuze machine mensen tot een nieuwe hobby waar ze soms duizenden gulden per jaar aan uitgeven. Hoe werkt de club die daar aan mee geholpen heeft en kan de effectenwereld daar wat van leren?

De Hobby Computer Club stamt uit 1977 en komt voort uit de interesse van enkele studenten voor homecomputers. Nu is het de grootste landelijke vereniging voor computergebruikers die haar ruim 55 duizend leden helpt om op een zinvolle manier met een computer bezig te zijn. Voor beginner tot doorgewinterde programmeur, van hobbyist tot professional. De twee (waarom gaan die niet samen?) effectenverenigingen komen samen op krap 20 duizend beleggers.

De HCC kent gebruikersgroepen en afdelingen. Een nieuw lid wordt ingedeeld bij een van de 26 regionale afdelingen in zijn buurt. Daarin worden regelmatig activiteiten georganiseerd. Dat op zich is niet bijzonder.

Naast een indeling bij een regionale groep, mag een lid zich aansluiten bij een of meer van de 46 gebruikersgroepen. Zo'n groep bestaat uit mensen met een gezamenlijke interesse in een type computer -Apple, Atari, MSX- of een speciale toepassing als beleggen of watersport. Alle groepen zijn op de genoemde dagen met een eigen stand aanwezig voor de leden en nieuwsgierigen. In een gebruikersgroep bouwt men samen een grondige kennis van de materie op. Dat is wèl bijzonder in vergelijking met de organisaties voor beleggers.

In die wereld bestaan beleggingsclubs -al dan niet lid van de overkoepelende organisatie NCVB- en de VEB, de Vereniging van Effectenbezitters, met 13 duizend vooral individuele leden die zich privé of als instituut bezighouden met beleggen. De clubs beheren een portefeuille en vergaren op die manier kennis en ervaring. De VEB is meer een belangenvereniging, die de leden op alle manieren steun geeft. Er zijn geen gebruikersgroepen, zoals bij de HCC. Dat is jammer.

Stel je daarom het volgende voor. De NCVB en de VEB gaan samen in één federatie met drie poten. Een met clubs en regionale afdelingen voor mannen en vrouwen die samen willen beleggen en studeren. Een tweede voor individuele beleggers en behartiging van belangen en een derde met gebruikersgroepen voor diverse beleggingsvormen, fondsen en andere interesses.

Groepen voor warrants, converteerbare obligaties, opties, langlopende opties, obligaties, beginnende beleggers en beleggingsfondsen. En per beursfonds natuurlijk een aparte groep: Philips, Koninklijke Olie. Of per sector: chemie, transport. Die groepen kunnen in de loop van de jaren veel kennis en informatie verzamelen waar iedereen van kan profiteren.

Eens per jaar houdt de organisatie een landelijk dag waar alle groepen, regionale afdelingen en alle (beurs)fondsen een stand bemannen, bemensen. Het moet dan natuurlijk mogelijk zijn om daar effecten te kopen.