Brinkman kan zorgen CDA'ers niet wegnemen

ROTTERDAM, 24 NOV. Het kerkzaaltje werd plotseling gevuld met het stemgeluid van meneer Dubbeld, 72 jaar oud en inwoner van de Rotterdamse volkswijk Charlois. In de jaren zestig was er ook veel ontevredenheid geweest onder het volk, schalde hij. En toen haalde boer Koekoek gemakkelijk zeven zetels! “Nu ben ik doodsbang dat met Janmaat en consorten hetzelfde zal gebeuren.”

kCDA-fractievoorzitter Brinkman, op bezoek bij zijn partij in Rotterdam-Zuid, kon na drie kwartier praten de zorgen van zijn partijgenoot niet wegnemen. En evenmin die van veel van andere CDA'ers. Onder instemmend gemompel zette Dubbeld Brinkman uiteen dat zijn leeftijdgenoten na de ontberingen in de oorlog en hun inzet voor Herrijzend Nederland nu “uit hun wijk worden gedreven wegens de onleefbaarheid, terwijl ze van hun huisjes vaak paleisjes hadden gemaakt”.

Nee, Dubbeld wilde niet zeggen dat er te veel buitenlanders in Nederland zijn, maar in sommige wijken was dat wel zo. “Ze verstoren onze cultuur. Ze zouden moeten worden gespreid over het land. Zoals het nu gaat, is het eten en drinken voor Janmaat.”

Brinkmans lijn in het immigrantendebat was in Charlois niet overgekomen, hoewel hij voor de pauze juist had benadrukt “een schimmige discussie” te willen mijden. Wel de dingen bij de naam noemen, en geen “abstracte discussie” voeren over illegalen, zoals de PvdA doet. En nieuwe maatregelen ter beperking van de immigratie zijn niet nodig. Dàt is zijn lijn.

Uitvoerig had Brinkman voor de pauze zijn “verdedigbare” verhaal gehouden, waar “ethisch geen speld tussen te krijgen is”. Vervolgden uit andere landen mogen het land binnenkomen na een een snelle en scherpe selectie en andere kandidaat-immigranten, die om economische reden naar Nederland komen, moeten weer terug zonder hen in de procedures nog allerlei “strohalmen” te bieden. Brinkman vond zelf ook dat “het wel druk is in ons landje”. “We moeten een beetje indikken om onze welvaart te kunnen behouden.” Maar hij waarschuwde voor de neiging tegen immigranten te zeggen: "jullie moeten geen praatjes hebben, want jullie zijn het laatst binnengekomen'. “Want zijn niet alle mensen slechts op doorgang op deze aarde. Het is al te gemakkelijk om tegen sommigen te zeggen dat zij hier niet horen te zijn.”

Brinkman kon ook na de pauze de angsten van zijn bezorgde partijgenoot niet wegnemen. Brinkman greep allereerst diens opmerkingen over de karigheid van de jaren vijftig aan als versterking van zijn eigen pleidooi om ook nu de jongeren maar wat minder geld te geven, in huursubsidie en studiebeurs. Vervolgens sprak hij over de de asielzoekerscentra die zo moeizaam over het land gespreid worden, omdat de rijkere gemeenten er niet aan willen. “Ze komen ook niet snel in het villawijkje waar ik woon, hoor,” gaf hij ruiterlijk toe. Aan de feitelijke situatie in de volkswijk Charlois ging hij voorbij. Hij beperkte zich tot de toezegging dat “we ook echt oog voor uw zorgen moeten hebben”.