Abbeyfieldhuis houdt ouderen actief

TILBURG, 24 NOV. Riet Hannink (73) gaat nog eens met de koffiepot rond. Wim van Rooy (65), ook wel "de tuinman' genoemd, legt de plaatselijke krant opzij en steekt een sigaretje op. Het is ongebruikelijk stil in de woonkamer van het Abbeyfieldhuis in Tilburg. Of het geen moeilijkheden geeft, met zeven ouderen zo intensief samenleven, luidt de vraag. Nel Stevens (70) blijft het antwoord schuldig, de "tuinman' antwoordt in haar plaats: “Jawel, momenteel is er bijvoorbeeld het probleem dat Ria overal haar zakdoekjes laat rondslingeren.” De overige bewoners knikken instemmend. Daar moet gauw eens over gepraat worden, zo wordt besloten.

Anderhalf jaar geleden werd het Abbeyfieldhuis Tilburg geopend, een voor Nederland uniek project, naar Engels voorbeeld. In Engeland zijn ongeveer 1.200 Abbeyfieldhuizen. Kleine groepjes ouderen die niet meer alleen kunnen of willen wonen, leven daarin samen. De huizen kosten de Engelse overheid geen cent. De bewoners betalen een vast bedrag voor huur en eten, de rest wordt gefinancierd door sponsors en uit collectes voor goede doelen.

De bewoners van het huis in Tilburg, die daar ieder een eigen appartement hebben, krijgen alleen individuele huursubsidie. Verder kosten zij de overheid niets. Zo hebben het Koningin Juliana Fonds en het Tilburgse Bergmanfonds de inrichting betaald van “het mooiste Abbeyfieldhuis ter wereld”, zoals voorzitter Eline Stalpers (62) van de Tilburgse vestiging het uitdrukt. De gemeenschappelijke ruimte van het huis bestaat uit een grote, open keuken en een woonkamer waar lichte kleuren domineren. Op de vloer ligt een blauwpaarse katoenen vloerbedekking, volgens Stalpers “voor een prikkie gekocht”. Metershoge ramen bieden uitzicht op de tuin die is aangelegd op kosten van de Rotary-club Tilburg en wordt bijgehouden door de bewoners zelf. Want “het is hier geen tehuis waar de mensen op hun kont zitten en oud worden”, zegt Stalpers.

Bij de opening van het huis waren de bewoners nog onzeker. Zou het wel klikken onder elkaar en, ten minste zo belangrijk, zou het project niet binnen de kortste keren onbetaalbaar blijken, vroegen de bewoners zich af. Dat ze toch als proefkonijnen wilden fungeren, komt door hun gezamenlijke afkeer van tehuizen en door de aantrekkelijkheid van het kleinschalige karakter van het Abbeyfieldhuis. Ook Stalpers had in het begin haar twijfels. Nu het allemaal goed blijkt te lopen, ziet zij in de bouw van meer Abbeyfieldhuizen een gedeeltelijke oplossing voor de huidige problemen in de ouderenzorg.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau schreef in een onlangs verschenen rapport dat vooral mensen ouder dan 75 jaar meer aandacht moeten krijgen. De meerderheid van deze mensen is alleenstaand en kan niet meer alle dagelijkse handelingen uitvoeren, meldt het rapport. Experimenten om hen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen, verlopen volgens het rapport moeizaam. Dat komt door de versnippering van diensten als maaltijdvoorziening, bejaardenhulp en mogelijkheden tot alarmering. Het inkomen van deze 75-plusers zou vaak niet hoger liggen dan net boven het minimum.

Stalpers: “Bij ons komen de mensen die nu tussen wal en schip vallen. Voor een bejaardentehuis zijn ze net iets te goed en helemaal alleen wonen kunnen ze niet meer. Hier wordt gekookt door vrijwilligers, die tegelijk een oogje in het zeil houden. Hier voelen de mensen zich veilig. Ze lopen niet het gevaar om dood in huis gevonden te worden, zoals zo vaak gebeurt.”

De econoom Ad Boertjes is 87 jaar, weduwnaar en de oudste bewoner van de groep. Hij loopt met een stok, maar aanzienlijk beter dan toen hij nog in een verzorgingstehuis zat. Daar was hij niet gelukkig en kostte hij de gemeenschap veel geld. Boertjes: “Alleen kan ik het niet aan. Maar de betuttelarij in bejaarden- en verzorgingstehuizen is een ramp. Zolang je je hersens nog hebt, moet je daar niet naar toe gaan.”

Alle bewoners zeggen het prima naar hun zin te hebben. “Ik wil nergens anders heen. Of ze moeten me hier tussen vier planken wegdragen”, zegt Riet Hannink. Nel Stevens had in het Abbeyfieldhuis wel meer gezelligheid verwacht. “Meer spelletjes en zo. Maar ik nodig wel eens mensen uit om hier een spelletje te komen doen en dat gebeurt soms ook.” Bovendien is ze slechthorend, dus echt meepraten kan ze moeilijk. Toch zou ze niet weg willen. Al was het maar omdat de kinderen weten dat ze in ieder geval niet alleen zit.