Stiffelio in Nederlandse première bij Forum; Een Verdi-opera in het Amerikaanse Staphorst

Voorstelling: Stiffelio van G. Verdi door Opera Forum o.l.v. Gabriele Bellini m.m.v. o.a. Antonio Lotti, Larissa Schewtschenko, Elia Padovan en Alexandru Badea. Kostuums: Dagmar Niefind; decors en regie: Marco Marelli. Gezien: 22/11 Stadsschouwburg Amsterdam. Herhalingen: 24/11 Rotterdam; 26/11 Utrecht; 6/2 Enschede; 8/2 Groningen; 10/2 Zoetermeer; 15/2 Den Haag; 18/2 Eindhoven; 21/2 Arnhem.

Als Opera Forum niet nu de Nederlandse première van Verdi's Stiffelio had gebracht maar in 1850 de wereldpremière in ons land zou hebben gegeven, zou dat minder bevreemding hebben gewekt dan destijds de eerste voorstelling in Triest. Het verhaal over een getrouwde kerkelijk voorganger en de in het openbaar veroordeelde echtelijke ontrouw van zijn vrouw was immers voor Italiaanse katholieken onvoorstelbaar. Maar het hoge Staphorst-gehalte van Stiffelio was natuurlijk ook in ons calvinistische land nogal hinderlijk: wie er plezier in had in de grote stad naar de opera te gaan, wilde liefst niet worden geconfronteerd met stichtelijke provinciaalse zedenmeesterij, al komt er dan nog wel bijna een duel maar net geen mestkar aan te pas.

De loutering aan het slot bestaat uit het bijbelwoord "Wie van u zonder zonden is, werpe de eerste steen', terwijl het voor katholieken zo herkenbare biechten door Lina eerst niet hielp - ze deed het ook bij haar echtgenoot de dominee, die zij had bedrogen. Zo viel Stiffelio - Verdi's vijftiende opera - nergens goed en dat werd nauwelijks beter bij transformaties van de dominee in een Duitse premier (Gulglielmo Wellingrode) of in een kruistochtridder (Aroldo). Toch is in wezen de thematiek niet anders dan bij drama's in vorstelijke kringen: het conflict tussen de vastgelegde plichten die een maatschappelijke positie meebrengt en de persoonlijke, menselijke en vooral wisselende gevoelens ten opzichte van anderen.

Tenslotte werd Stiffelio in alle gedaanten overschaduwd door Verdi's volgende opera's uit zijn befaamde middenperiode: Rigoletto, Il Trovatore en La Traviata. Daarin is de muziek telkens net wat meeslepender, al kan men in Stiffelio moeiteloos de aanzetten daartoe herkennen. De duetten tussen de domineesvrouw Lina en haar vader Stankar zijn voorstudies voor soortgelijke duetten tussen Rigoletto en zijn dochter Gilda en tussen de oude Germont en zijn samenhokkende schoondochter Violetta in La Traviata. En ook de ensembles en enerverende koorscènes in Stiffelio wijzen vooruit naar overeenkomstige elementen in Verdi's meer geliefde werken.

Regisseur en decorontwerper Marco Marelli verplaatst Stiffelio nu naar de Shakers, een Amerikaanse religieuze sekte die faam heeft vanwege de rituele dansen die gepaard gaan met schokkende bewegingen. De Shakers zijn collegae van the Amish-people, die hun kleren niet mogen naaien maar met spelden bijeenhouden en van de Quakers, bekend van de havermout. Die Shaker-situering is even terzake als trendy, want Shaker-meubelen zijn tegenwoordig modieus en te koop bij de betere woninginrichter. Het decor van draaiende en schuivende panelen en de kostumering zijn fraai, sober en streng: uitsluitend zwart, wit en grijs. Alleen de onrechtmatige gelieven Lina en Raffaele onderscheiden zich met iets roods.

De produktie, tot stand gekomen in samenwerking met de opera's in Luik en Ludwigshafen, is heel behoorlijk maar de uitvoering had flink gewonnen aan belang als die strakker was geweest en wat beter gezongen. De beweging is veelal flodderig, de blikken van de zangers schieten telkens weer hinderlijk naar dirigent Gabriele Bellini, een sterk stuwende kracht die tijdens een aantal overtuigende koorscènes voor de beste momenten van de voorstelling zorgt.

Het zangerskwartet in de belangrijkste rollen produceert wel veel volume - op zich een kwaliteit van enige betekenis - maar al die hardhandigheid gaat vaak ten koste van lyriek, nuanceringen en verdieping van de emoties. Maar in sommige heftige scènes, zoals het middendeel van de tweede acte, past zoiets wel weer. Alexandru Badea zou als Raffaele toch wat minder een alleen maar domme schreeuwlelijk moeten portretteren; het timbre van Elia Padovan (Stankar) bestaat vooral uit schorheid en ook Antonio Lotti zingt de titelrol met minder glans en meer moeite dan gewenst. De Russische sopraan Larissa Schewtschenko is als Lina verreweg het meest geloofwaardig.