REAL EN DE ZEGEN VAN EEN PSYCHOLOOG

Donderdag speelt Vitesse voor de UEFA Cup tegen Real Madrid. De roemruchte Spaanse club maakte de afgelopen tijd een diepe crisis door. Langzaam krabbelt de "Koninklijke' overeind onder leiding van het fenomeen Benito Floro, een voetbalprofessor met zeer uitgesproken opvattingen.

Telefoon voor Benito Floro, in de kleedkamer van Real Madrid. Een kunsthandelaar aan de lijn. Terwijl de trainer een verontschuldigend gebaar maakt naar zijn bezoekers, laat hij zich voorlichten over een schilderij dat hij een paar dagen eerder heeft gezien. Mooi doek. Beetje Dali-achtig. Maar wel een hoge prijs. Hij wil er toch nog eens een bevriende expert naar laten kijken. Floro gelooft heilig in het aantrekken van de juiste deskundigen voor het bereiken van een optimaal resultaat.

Toen hij deze zomer door voorzitter Ramon Mendoza werd gecontracteerd als nieuwe trainer voor het ontredderde Real Madrid beschouwde menigeen dat als een wanhoopsdaad. In nog geen anderhalf jaar was de miljoenenploeg achtereenvolgens geleid door John Benjamin Toshack, Alfredo di Stefano, Radomir Antic en Beenhakker zonder dat de neergaande lijn kon worden omgebogen. Het elftal behaalde geen enkele titel, ruziede onderling en met de trainer, en speelde zo onaantrekkelijk dat het ook door het eigen publiek werd uitgefloten. Floro was intussen met het nederige Albacete in drie jaar tijd van de derde naar de hoogste divisie geklommen. Zijn spelers verwierven de reputatie van reuzendoders en hun coach die van een eigenwijs buitenbeentje, dat zijn ideeën over topvoetbal uit de boekjes had. Als speler noch als trainer beschikte hij immers over internationale ervaring.

Floro reageerde niet op de kritiek bij zijn benoeming. Uiterlijk altijd onbewogen, steevast keurig gekleed en afgemeten in zijn commentaren ging de voormalige onderwijzer aan het werk volgens zijn eigen inzichten. Om te beginnen werd er dus een vaste psycholoog aangesteld.

Floro: “Daar is natuurlijk hard om gelachen. Voornamelijk door mensen met een gebrekkig opleidingsniveau. Iedere topploeg heeft tegenwoordig naast een arts, een masseur en een meneer die de schoenen poetst een psycholoog nodig. Niet alleen het lichaam, ook de geest moet worden getraind. We verrichten hier heus geen hersenoperaties en we behandelen ook geen huwelijksproblemen. Het gaat om dingen als het verwerken van een gewonnen of een verloren wedstrijd, leren ontspannen, verhoging van de concentratie. De druk op spelers bij een topclub is enorm, door de grote economische belangen, doordat de massa zich met je identificeert. Ik heb te maken met jongens die af en toe nauwelijks kunnen ademhalen van de zenuwen. Dat moeten ze dus leren. Heb je wel eens gezien hoe een hoogspringer zich gereed maakt? Hij repeteert met gesloten ogen de handelingen die hij gaat verrichten, hij leeft zich in. Dat is geen aanstellerij. En het werkt ook bij het nemen van een corner of een vrije schop.”

De selectie werd aan een serie tests onderworpen en van iedere speler afzonderlijk heeft de trainer nu een psychologisch profiel. Die rapporten noemt Floro “minstens zo exact als het bloedonderzoek dat mij gegevens oplevert over het zuurstofopname-vermogen” en “net zo bruikbaar als de Cooper-test”. “Ik stem er mijn trainingen op af.” Bij zijn vorige club heeft hij ook zichzelf uitgebreid laten testen.

“Daar heb ik veel aan gehad. Je leert je eigen reacties kennen, bijvoorbeeld bij een nederlaag of een afstraffing door de pers. Je leert je mond te houden. Dat vooral. Maar de informatie over de jongens is het belangrijkste. Zo heb ik drie jaar lang een speler gehad met een ijzeren conditie en veel talent, die zich in het veld verstopte. Angst om iets verkeerd te doen. Ik heb hem uitgescholden voor boef, schaamteloze hond, bangerik, lafaard en geroepen dat hij niet van zijn dochtertje hield en niet voor zijn gezin kon zorgen. Ik heb hem ook gezegd dat hij de allerbeste was, dat ik zonder hem niet verder wilde leven en met hem naar het einde van de wereld zou reizen. Niets hielp. Tot de psycholoog me uitlegde dat hij iemand was die uitdagingen nodig had. Van toen af heb ik voor iedere wedstrijd met hem gewed dat hij de eerste tien minuten geen bal zou aanraken - dan pakte hij er vijf. Of dat hij niet één keer op het doel zou schieten - prompt regende het schoten. Hij zit nu in de nationale selectie.”

Floro vindt niet dat de coach zelf maar genoeg psychologisch inzicht moet hebben om de mentale begeleiding voor zijn rekening te nemen. “Wij trainers zijn over het algemeen niet op ons mondje gevallen. We kunnen behoorlijk kletsen over motivatie en zo. Maar veel verder komen we toch niet. Het is een apart vak en dat moet je leren. Johan Cruijff is zo iemand die zegt dat hij geen extra begeleider nodig heeft. Zijn tweede man Rexach, zegt-ie, is zijn psycholoog. Johan is af en toe echt geestig. Maar het lukt hem intussen niet om Stoichkov zo rustig te krijgen dat hij niet steeds tegen gele kaarten oploopt. En als hij tegen Albacete gelijk speelt na met 3-0 te hebben voorgestaan of voor eigen publiek van CSKA Moskou verliest, is zijn verklaring: "gebrek aan concentratie'. Tja. Volgens mij zit concentratie niet in je benen maar toch wel degelijk in je hoofd.”

In augustus speelde Real Madrid zijn laatste oefenwedstrijd, tegen Ajax, de seizoenpremière in het eigen stadion. Het debuut had niet slechter kunnen verlopen. Opnieuw fluitconcerten, boe-geroep en publiek dat ruim voor het einde de tribunes verliet. Ajax-trainer Van Gaal zei na afloop dat hij geen zinnig woord over de speelwijze van de tegenstander kon zeggen omdat hij er geen enkel plan of systeem in had gezien. “Het was verschrikkelijk,” geeft Floro toe. “Maar natuurlijk was er wel een systeem. Vier-vier-twee, heel simpel. Wat ontbrak was de invulling, de stijl, een manier van spelen. Na het eerste doelpunt van Ajax was ons zelfvertrouwen compleet verdwenen.” Ruim een week later stond er in het stadion van de FC Barcelona echter een elftal dat opeens wèl raad wist met zichzelf en zelfs meer dan het uiteindelijk behaalde gelijkspel verdiende. Wat was er veranderd? Floro: “Helemaal niets.”

Naar zijn idee is de belangrijkste eigenschap van een trainer namelijk standvastigheid. “Wanneer je een paar eenvoudige basisregels op de juiste wijze vaststelt en vervolgens hardnekkig daaraan vasthoudt zal ook een niet al te snuggere coach op den duur succes hebben. Altijd. En ongeacht het systeem dat hij gekozen heeft. Dat is logisch, want ieder jaar verkoop je drie man die in jouw spelplan niet voldoen en koop je er drie bij die beter passen. Het volgende jaar zal je elftal dus beter functioneren. Het Barcelona van Cruijff is niet succesvol omdat zijn agressieve spelopvatting in zichzelf beter is, maar omdat hij consequent is in die opvatting en zijn elftal de opdracht steeds beter uitvoert. Hij eist steeds hetzelfde en vervangt degene die niet aan zijn eis voldoet, ook al gaat het om een klasse-speler. Helaas gaan de meeste clubs minder methodisch te werk. Ze kopen wat talent bij elkaar, proberen dat een beetje te disciplineren en gaan dan het veld in. Ze gaan uit van mensen in plaats van posities.”

Floro (40 jaar) heeft zijn theorie aan de praktijk getoetst in een unieke loopbaan die veertien jaar geleden begon in de zesde divisie. Met alle elftallen die hij sindsdien begeleidde is hij binnen een jaar gepromoveerd. Tot hij twee jaar geleden met Albacete, dat hij als semi-amateurclub oppakte in de derde divisie, in de eredivisie kwam. De kern van zijn elftal kende hij overigens al langer, want met die zeven jongens werkte hij een klasse lager bij een andere club. “Ik heb geprobeerd een methode te ontwikkelen om met bescheiden spelersmateriaal, desnoods uit de vierde divisie, toch op het hoogste niveau te spelen. En dan fascineert me vooral de aanval. Natuurlijk werkt het makkelijker met grote talenten. Maar ik zie te veel elftallen met Maradona's die toch maar twee of drie patronen beheersen. Zijn er soms niet meer?”

“Een club als Real Madrid,” doceert hij verder, “heeft eigenlijk geen trainer nodig. Hier spelen de beste en duurste voetballers van het land. Normaal gesproken worden wij ieder jaar kampioen, op basis van individuele klasse. Dat is standaardprocedure, die af en toe doorbroken mag worden door Atletico of Barcelona voor de afwisseling. De trainer is er alleen om ook in Europa de beste worden.

“Mijn systeem daarvoor is simpel: ik wil dat we zoveel mogelijk aan de bal zijn en dus is de opstelling 4-4-2 voor de beste spreiding over het veld. In tegenstelling tot de meeste Spaanse clubs doen we niet aan mandekking, maar houden we ons aan de zône. Verdedigers moeten leren om zich terug te trekken wanneer een tegenstander op het middenveld de bal verovert, al zegt hun instinct dat ze naar die man toe moeten om 'm af te pakken. Het mooie is: er is nauwelijks een aanvaller die niet schrikt, inhoudt en afspeelt wanneer hij die lege ruimte voor zich ziet. Alleen George Best was een uitzondering, die liep dan gewoon dóór. Voor de aanval geldt iets dergelijks. Die hoort in het voetbal via de flanken te verlopen, want als zowel de man als de bal recht op de verdediging afkomt zal één van beide blijven hangen. Maar soms kun je alleen buitenom door eerst terug te spelen, net als in het handbal of het basketbal. "Dat kunnen we niet maken, want het publiek wil dat we in de richting van het doel spelen', klaagden de spelers toen ik dat uitlegde. We hebben het publiek dus moeten opvoeden. Tot mijn immense genoegen wordt er inmidels zelfs geklapt voor terugspeelballen. Afijn, dat is mijn systeem. Simpel, hè? We moeten alleen nog leren om het consequent uit te voeren.”

Floro is in Arnhem geweest om Vitesse te zien spelen en was verrast door het niveau van de tegenstander. “Ze hebben geen echte sterren en spelen 4-3-3, wat in Spanje ouderwets wordt gevonden. Maar ze voeren het goed uit en ze kunnen voetballen. Het is geen primitief trappen en rennen.” Zijn spelers zal hij slechts rudimentair verslag doen van zijn bevindingen, om te voorkomen dat ze zich aanpassen aan de tegenstander. “Ze krijgen in drie minuten wat specifieke aanwijzingen. Ik wil ook niet dat ze naar videobanden kijken. Ik laat iedere week tien minuten zien met opnamen van gelukte en mislukte acties van onszelf. Of de tegenstander nu Milan is of Vitesse, we moeten altijd ons eigen spel blijven spelen. Want als het goed is, beheersen we dat het best.”

Maar hoe goed is Real op het ogenblik? En is de perfectie die Floro nastreeft geen illusie? “Madrid heeft op dit moment veertig procent gerealiseerd van wat ik met het elftal wil,” luidt het besliste antwoord. “Ik zeg dat op grond van een analyse van de laatste wedstrijden, waarin we het percentage geslaagde acties hebben geteld. Het is dus geen ruwe schatting. Dit resultaat kunnen we verbeteren door te blijven oefenen, maar ook door aankopen. Madrid is zo rijk, dat we het op dat punt heel makkelijk hebben. Honderd procent, de totale perfectie, bereik je natuurlijk nooit.”

    • H.M. van den Brink