Overzichtstentoonstelling van Ewald Mataré in Museum Henriëtte Polak; Het koeielijf in driehoeken en trapeziums gevat

Tentoonstelling: Ewald Mataré. Beelden, houtsneden en aquarellen. T/m 10 jan. Museum Henriëtte Polak, Zaadmarkt 88, Zutphen. Di t/m vr 10-17u, za en zo 13.30-17u. Catalogus ƒ 25,-.

"Ik wil geen esthetisch kunstwerk meer - ik maak mij een fetisj', schrijft de Duitse kunstenaar Ewald Mataré in 1947 in zijn dagboek. "Een teken maken, daarop komt het aan.' En Mataré maakt tekens, al zijn het niet de gebruikelijke. Koeien bijvoorbeeld.

Op een overzichtstentoonstelling met beelden, houtsneden en aquarellen van Mataré (1887-1965) in Zutphen loop ik langs "drie koeien in de duinen', een "liggend kalfje' van gebakken steen, een "slapende koe' van cocobolohout, "koeien in de wind', een "staande koe', nog een "staande koe', een "abstractie van een liggende koe', een "wiskunde-koe' en nog veel meer koeien.

De werken zijn afkomstig uit de periode tussen 1920 en 1947. De Duitse expressionist Mataré - lid van de Novembergruppe in Berlijn, entartet verklaard door de nazi's en latere leraar van Beuys - liet zich ook wel inspireren door andere motieven, zoals mensen, vogels, paarden en landschappen. Maar de koe stond hem het meest na, dat blijkt.

Mataré's silhouetten zijn sterk aangezet, zoals we dat gewend zijn van expressionistische kunstenaars die zich in houtsneden uitdrukken. De koeielijven zijn opgebouwd uit driehoeken, vierkanten, trapeziums en rechthoeken. Deze komen terug in zowel de beeldjes (prachtige kleinoden die zich in de palm van je hand aanbevelen), als de aquarellen en houtsneden. Alleen heel sporadisch lijkt een hals zich te mogen buigen en een koeiehoorn krom te zijn. Koeiekuifjes zijn uit den boze.

Het klinkt monotoon - zo'n kunstenaar die zich steeds maar weer hetzelfde model kiest - maar het is het niet. Juist door het repeterende in de voorstellingen wordt de nieuwsgierigheid gewekt. Wat zocht Mataré in koeien? Wat wilde hij met deze anonieme archetypes tot uitdrukking brengen? Voor welke van zijn gedachten waren ze een vehikel?

Samensteller van de tentoonstelling, Guido de Werd, geeft hier maar half antwoord op. De koe was Mataré's meest geliefde thema, schrijft hij in de catalogus, omdat "de koe - alleen of in de kudde - in zichzelf gekeerd is en als zodanig het leven voorstelt.' Het individu dat zich niet door politieke of sociale roerselen uit evenwicht laat brengen, een stocijnse levenswijze. Waarschijnlijk spiegelde de door de nazi's verguisde en versmade Mataré zich aan dit ideaal en probeerde hij het "noli me tangere' via de gelijkmoedigheid en loomheid van een koeielijf tot uitdrukking te brengen.

Maar dit beantwoordt niet de vraag waarom Mataré koeien zo abstract afbeeldde. Mataré zocht naar wetmatigheid en vond deze in de zuiverste van alle wetenschappen, de wiskunde. Daarom deelde hij de flanken, romp en poten van zijn beesten op in geometrische patronen en beeldde hij ze niet naturalistisch af. Soms slaagt Mataré erin een ijle, bijna mystieke sfeer op te roepen, zoals in een houtsnede van een groepje alleenstaande "koeievormen' in de wei die aan de perspectiefloze grottekeningen van de Cro-Magnon-mensen herinneren. Soms lukt het hem ook niet en raakt hij verstrikt in een gejongleer met meetkundige vormen. Decoratief worden de afbeeldingen daarvan, maar niet bezield.

"Je moet de natuur overwinnen om tot kunst te komen,' staat in Mataré's dagboek. Maar hij wilde ook de natuur als leermeesteres behouden. Een paar zeldzame keren vallen deze uitersten samen. Alleen dan ontstaat de verdroomde wiskunde die Mataré op het oog had.