Nederlandse obligatiemarkt sterk bij onrustig EMS

ROTTERDAM, 23 NOV. Nederland en België hebben vorige week hun officiële geldmarkttarieven verlaagd. In een week waarin verschillende munten onder druk stonden, waarin de peseta en de escudo devalueerden en waarin de Zweedse kroon werd losgekoppeld van de ECU, maakten Nederland en België juist gebruik van de ijzersterke positie waar hun munten zich momenteel in bevinden.

Door de verlaging van de Nederlandse beleningsrente van 8,80 naar 8,70 procent ligt dit tarief nu onder de Duitse repo-rate. Dit is een bevestiging van ontwikkelingen van de afgelopen tijd die erop duiden dat Nederland er beter voor staat dan zijn oosterbuur. De verlaging is dan ook een direct gevolg van de zich verzwakkende positie van de Duitse economie en, in het verlengde daarvan, van de mark. Tegenvallende inflatiecijfers en groeivoorspellingen hebben de dollar/mark verhouding gebracht naar een koers van D-mark 1,60. Begin oktober noteerde de dollar nog D-mark 1,40.

Mede als gevolg hiervan heeft de gulden zijn positie ten opzichte van de mark nog verder verbeterd. Het was dan ook vooral de sterke gulden/D-mark koers die aanleiding gaf tot de verlaging van de beleningsrente. Terugkijkend kan de beslissing echter niet geheel los worden gezien van de problemen waar andere EMS-valuta's mee te maken hadden.

Op de achtergrond speelden verder de verslechterde economische vooruitzichten een rol. Nederland mag het beter doen dan Duitsland, in absolute termen is het moeilijk optimistisch te blijven over de economische ontwikkeling in de komende 12 maanden. Vorige week werd bekend dat de werkloosheid voor het eerst in vier jaar was gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. In de maanden augustus, september en oktober waren er in Nederland gemiddeld 307.000 mensen zonder werk. Verder daalden de industriële produktie en de uitvoer en bereikte de index van het consumentenvertrouwen een nieuw dieptepunt.

Het sentiment op de Nederlandse obligatiemarkt blijft positief onder al dit nieuws. Dat is niet zo verwonderlijk. Als de negatieve scenario's bewaarheid worden, zullen de vraag naar kapitaal en de inflatiedruk belangrijk dalen, waardoor de rente niet kan achterblijven. Bovendien blijft de gulden in relatie tot de andere EMS-valuta's sterk en bevindt Nederland zich in rustiger economisch en politiek vaarwater.

Internationale obligatiemarkten

Niet zo zeer de Nederlandse en Belgische renteverlaging waren de belangrijkste bepalende factor op de Europese rentemarkten, maar veel meer ontwikkelingen in Scandinavië. Speculaties tegen de Zweedse kroon deden de Zweedse centrale bank besluiten donderdagochtend de beleningsrente te verhogen van 11,5 naar 20 procent, wat herinneringen opriep aan september toen de rente van 16 naar uiteindelijk 500 procent werd verhoogd. Dit maal had de renteverhoging echter niet het gewenste effekt; de centrale bank kon de koppeling van de Zweedse kroon aan de ECU niet langer in stand houden en moest de kroon vrij laten zweven. De kroon viel binnen een paar uur 9 procent in koers terug. Daarentegen profiteerden de rentes wel van het loskoppelen. De rente op de 11-jaars benchmark daalde donderdag een half procentpunt en vrijdag nog eens zo'n 0,25 procent.

Vrijdag verlegden handelaren de aandacht binnen Scandinavië naar Denemarken en Noorwegen. Speculaties tegen de Deense kroon waren voor de Deense centrale bank aanleiding geldmarktrentes te verhogen van 9,9 naar 15 procent. Desondanks lag de Deense kroon onderin haar bandbreedte van 2,25 procent ten opzichte van de sterkste EMS-valuta's, de Belgische frank en de gulden. Hiermee namen de spanningen binnen het EMS weer krachtiger vormen aan, zeker als men bedenkt dat de Spaanse peseta en de Portugese escudo ook nagenoeg op hun bodem lagen tegen de sterkste valuta's. Vooral de korte rentes in beide landen liepen eind vorige week sterk op, vanwege speculaties tegen de peseta en escudo.

De speculatie tegen de Zuidelijke valuta's was voor de Europese ministers van financiën aanleiding om dit weekend zowel de Spaanse peseta als de Portugese escudo met 6 procent te devalueren. Volgens de betrokken ministers is dit de laatste aanpassing, waarmee alle spanningen uit het EMS zijn verdwenen, valutahandelaren daarentegen gaven in een eerste reactie te kennen dit nog niet het geval zou zijn. Vooral het Ierse punt en de Deense kroon worden door hen nog steeds als verkoopkandidaten gezien, evenals de Noorse kroon, die overigens niet deelneemt aan het EMS, maar wel is gekoppeld aan de ECU.

De valutahandelaren verwachten nog meer onrust, omdat het Ierse punt ten opzichte van het Britse pond relatief duur is. Ierland is namelijk economisch voor een groot deel afhankelijk van het Verenigd Koninkrijk en de lage koers van het Britse pond levert de Ierse export naar het Verenigd Koninkrijk problemen op. Daarnaast rekende een groot deel van de financiële wereld op een monetaire verruiming van de Bundesbank, maar uitlatingen door de Bundesbank dit weekend wijzen niet op een nabije renteverlaging.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank en Robeco Groep.