"Natuur in luwte van de grens onder druk'

Met ingang van 31 december verdwijnen de binnengrenzen in de EG. Wat zijn daarvan de gevolgen voor de 584 kilometer lange Nederlands-Duitse grensstrook? Natuurbeschermers verwachten over de hele linie een achteruitgang van natuur en landschap.

GROESBEEK, 23 NOV. Een kilometer of vier achter Groesbeek, waar Nederlandse akkers tegen het Duitse Reichswald aanleunen, hebben onbekenden eigenmachtig de rijksgrens geopend. Een betonnen paaltje is uit de grond gerukt en met de daaraan verbonden ijzeren slagboom achteloos aan de kant gegooid. Het onverharde pad tussen beide landen, dat officieel nog slechts voor fietsers en voetgangers toegankelijk is, wordt blijkens diepe sporen in de weg nu ook door auto's en tractoren gebruikt.

“Hier hebben de mensen een voorschot op Europa '92 genomen”, zegt Han Derckx, medewerker van het Natuurmuseum in Nijmegen en penningmeester van de vereniging Das en Boom. Zijn opmerking slaat op het verdwijnen van de binnengrenzen in de EG per 31 december 1992, waardoor de economische markt van de Gemeenschap een sterke prikkel moet krijgen. Bij Groesbeek ging het sneller dan bedoeld: “Wat altijd een groene grensovergang is geweest, voor rustige lieden die op hun gemak de streek verkennen, wordt binnen de kortste keren een doorgaande route en dan is het uit met de rust”, voorspelt Derckx. Iets zuidelijker, bij grenspaal 593 blijkt een soortgelijke barrière nog intact. Maar ook deze slagboom zal volgens intergemeentelijke plannen weldra verdwijnen om het grensoverschrijdende autoverkeer in de regio terwille te zijn.

Als het om natuur en landschap gaat, ziet Derckx de toekomst van de Nederlands-Duitse grensstrook somber in - niet alleen hier bij Groesbeek, maar bijna overal tussen het Zuidlimburgse Vaals en de Dollard in het hoge Noorden. “In de luwte van de grens”, zegt hij, “heeft her en der nog wat natuur een goed heenkomen gevonden of zich vanouds gehandhaafd, maar nu komt daar een zware druk op te liggen. Door Europa '92 worden grensstreken, vanouds achterafgebieden, opengelegd. Doodlopende wegen worden doorgetrokken en stille uithoeken gaan verloren. Door de kille wind van de economie dreigt de Nederlands-Duitse grensstreek een streek als iedere andere te worden.”

Hij en zijn collega Hans Hendrickx uit Groesbeek hebben op de valreep van Europa '92 een voettocht langs de grens gemaakt, 584 kilometer lang, van grenspaal tot grenspaal, van het Drielandenpunt tot aan de Dollard. Een uitgebreid verslag daarvan, met veel historisch materiaal en topografische kaarten, verscheen onlangs als boek met als titel "De Groene Grens'. In het Nijmeegse natuurmuseum en het geologische museum Schwanenturm in Kleef zijn op hun initiatief tentoonstellingen ingericht met als thema: Wat zijn de gevolgen van het "nieuwe' Europa voor natuur, milieu en landschap in de grensstreek?

Derckx verwacht in elk geval een toenemende drukte met schadelijke uitwerking op de ecologie: “De laatste jaren is het al steeds makkelijker geworden om aan de andere kant van de grens te wonen, te werken, inkopen te doen en te recreëren en die trend wordt na 31 december nog sterker. Hierdoor èn door de economische ontwikkeling, die juist in de grensstrook nieuwe impulsen krijgt, zullen de verkeerstromen over en weer aanzienlijk groeien met als gevolg dat de verkeersluwte die hier nu nog te vinden is, op den duur verdwijnt.”

Grensregio's zullen volgens Derckx zeker na 1992 eerder samenwerken met dichtbij gelegen gebieden aan gene zijde van de (vroegere) grens dan met regio's in eigen land die verder weg liggen. Zo wil Groningen meer energie steken in de economische banden met Hannover dan met de Nederlandse Randstad. Evenzo verwachten Duitse steden als Goch, Kleef en Emmerik veel heil van de economische en ruimtelijke ontwikkelingen die de Nederlandse overheid in het "stedelijk knooppunt' Nijmegen-Arnhem beoogt. Derckx: “Door Europa '92 liggen Arnhem en Nijmegen voor die plaatsen opeens veel dichterbij dan de stad Krefeld waarop ze zich voordien oriënteerden.”

Ook hier luidt zijn conclusie: “De luwte die zo lang kenmerkend voor de grensstreek is geweest en waarin de natuur nog enigszins kon gedijen, dreigt door de sociaal-economische vervlechting van Duits en Nederlands gebied verloren te gaan. Meer auto's, industrieën, golfterreinen en bungalowparken, het zit er allemaal aan te komen. Het is weliswaar een lang proces, maar de uitkomst voor natuur en milieu laat zich gemakkelijk raden.”

Tegelijk stelt hij vast dat er in landschappelijke zin aan weerszijden van de grens opvallende verschillen bestaan, bijvoorbeeld waar Zuidoost-Drenthe aan Nedersaksen grenst. Aan Drentse kant probeert men het laatste restant ongerept hoogveen met pijn en moeite en tegen hoge kosten in stand te houden, maar aan Duitse kant gaat de ontginning onverminderd door. De Purit-fabriek in Klazienaveen, producent van zuiveringsmiddelen uit actieve kool, mag dan kort geleden gestopt zijn met turfsteken in het Bargerveen, ze betrekt nu meer grondstof uit het aangrenzende Duitse veen.

Derckx: “Door de afgravingen is in dit deel van Duitsland een vogel als de goudplevier zo goed als verdwenen, terwijl Natuurmonumenten in Drenthe druk doende is om met hoge kapitaalsinvesteringen het landschap geschikt te maken voor een terugkomst van de goudplevier.” Andere tegenstrijdigheden die hij signaleert betreffen de jacht. In Nederland is de ganzenjacht op diverse soorten toegestaan, terwijl in Duitsland een verbod van kracht is. Voor dassen geldt precies het omgekeerde: in Nederland is de jacht op die zoogdieren verboden, maar in Duitsland toegestaan. Derckx: “Een gezamenlijk, grensoverschrijdend wildbeheer is dus wel het minste wat we in de grensstreek nodig hebben.”

Toch heeft hij na zijn maandenlange trektochten langs de Nederlandse-Duitse grens ook gunstig nieuws te melden. Een grensriviertje als de Worm in Limburg belooft dankzij enkele menselijke ingrepen iets van zijn oude, natuurlijke glans terug te krijgen. Derckx: “Nu al worden hier zeldzame plantesoorten als dauwnetel en knolsteenbreek gevonden. Ook de visstand lijkt zich te herstellen en onlangs werd aan de Worm weer een ijsvogel gesignaleerd.”