Illegalen? Nee, de criminaliteit, dàt leeft; In oude wijken wordt niet gesproken over "illegalen-probleem'

Het PvdA-voorzittersduo Rottenberg en Vreeman bezoekt op maandagavonden PvdA-afdelingen in den lande. Om te horen wat er leeft. Vanavond staat Leiden op het programma, begin januari Amsterdam. “Illegalen? Welnee. Junks, criminaliteit. Dàt leeft”, zegt de baas van een koffiehuis.

AMSTERDAM, 23 NOV. Hij stond perplex. Dat zjn partij zo'n toon durfde aan te slaan jegens hier verblijvende illegalen. Maar niet alleen de toon waarvan met name PvdA-politici zich de afgelopen weken hebben bediend stoorde hem, ook en vooral het feit dat zij de indruk wekten dat "de mensen in de oude wijken' een probleem hebben. Alsof zij zouden worstelen met "het illegalenvraagstuk'.

“Neem van mij aan dat dat niet zo is. Toegegeven, ik ben een tijdje weggeweest uit Nederland en ik woon pas sinds een halfjaar weer in de Pijp, maar ik kom vaak genoeg op straat en in koffiehuizen om te horen waar mensen het over hebben. Over sport, junks en de onveiligheid op straat. Niks illegalen”, zegt B. van der Ploeg, woonachtig in de Amsterdamse buurt de Pijp.

Ontspannen leunt hij aan de bar van café annex koffiehuis Mazzeltov. Hij komt er graag, het is er rustig, leuke mensen, veel Turks en Marokkaans publiek. “Je verwacht zoiets niet van de PvdA, hè?”, zegt hij nippend aan zijn glaasje jenever. “Gelukkig blijkt nu dat niet de hele partij er achter staat. Ze hebben ook gas terug moeten nemen. Maar toch, ik stond perplex.”

Ook barkeepster Sandra weet niets van een illegalenprobleem. Ze moest wel glimlachen toen ze de rij mensen zag na de vliegramp in de Bijlmermeer die gehoor hadden gegeven aan de oproep zich vooral te melden. “Logisch dat ze probeerden legaal te worden. Een probleem? Ach, je hebt altijd mensen die zeggen dat als zij eruit gaan het allemaal beter wordt. Maar hoezo beter? Willen wij die banen dan? Ik vind het allemaal nogal overtrokken.”

Uren eerder. In koffiehuis De Wester in de Amsterdamse Jordaan zitten een paar buurtbewoners elkaar goedaardig te stangen. “Illegalen?” De baas schudt zijn hoofd terwijl hij koffie bijschenkt. “Junks, mevrouwtje. Junks zijn hier een probleem. Ik heb hier op maandag en zaterdag de hele zaak vol Nederlanders en buitenlanders, er valt nooit een kwaad woord.”

Zijn collega even verderop in de Westerstraat bevestigt dat. Maar Onno heeft de schijn tegen: hij behoort tot de progressieve intellectuelen die zich stoorden aan de flinke uitspraken van het PvdA-voorzittersduo en zijn partijgenoot in het kabinet, staatssecretaris Kosto (justitie). Het kwam de linkse intellectuelen begin deze maand op een schrobbering te staan van PvdA-vice-voorzitter Vreeman: zij zouden zich niet interesseren voor de mensen in de oude wijken.

Juist omdat hij zich wel voor de mensen in de oude wijken interesseert, wordt Onno zo kwaad. Door nu de nadruk te leggen op de illegalen worden de werkelijke problemen ondergesneeuwd. De onveiligheid op straat, de criminaliteit, de junks. “Illegalen raken me niet. Om daar nou zo hoog over op te spelen, begrijp ik niet. Ik vind het jammer dat de PvdA zo bezig is. Ik wil niet wantrouwig overkomen, maar ze zullen wel op kiezers uit zijn”, zegt hij.

Een tijdje geleden besloten hij en zijn vrouw hun woning in Amsterdam te verruilen voor een onderkomen in Duivendrecht. Dat had niets met buitenlanders te maken, legaal of illegaal (“hoe zie je het verschil trouwens?”) maar omdat naast hun woning een post kwam waar voedsel werd uitgedeeld aan problematische verslaafden. Onno: “We hebben een dochtertje van 12, die moet toch rustig op straat kunnen spelen?”

En rustig in de metro kunnen zitten. “Ik ga wel alleen met het openbaar vervoer, ik ben 1 meter 85, dus dat zit wel goed. Maar ik laat mijn vrouw en kind liever niet alleen rijden. Ik snap niet dat de PvdA zich niet veel drukker maakt om de onveiligheid.” Terwijl hij het wisselgeld pakt zegt hij: “We hebben hier geen probleem met buitenlanders. Er zijn er hier ook niet zoveel. Daarvoor moet je in Amsterdam-Noord zijn.”

De pont ligt klaar voor vertrek. De zon schijnt boven het dek. Op de markt op het Mosplein staan bezoekers lang stil bij de kramen waar kerstspullen liggen uitgestald. Jaap doet in textiel, hij staat ruim vier jaar op de markt. Het is hem niet opgevallen dat "de illegalen' het onderwerp van de dag zijn. Of dat ze een "probleem' zouden vormen. “Mensen praten meer in het algemeen over buitenlanders. Dat ze afdingen, dat ze spullen uit de verpakking halen, betasten en vervolgens niet kopen. Dat vinden we niet zo leuk”.

De vertegenwoordiger in speelgoed en glaswerk doet zich in broodjeszaak André, voorheen koffiehuis Mosveld, te goed aan een broodje zalmsalade. Hij zit hier zeker vier keer per week. Nee, ook hij wist niet zo goed waar Rottenberg en de zijnen het over hadden. “Toen ik hem over de illegalen hoorde dacht ik: Dat is overtrokken. Het leeft hier ook niet. Over illegalen hoor je niets. Rottenberg zegt wel dat er een probleem is, maar ik denk dat het reuze meevalt.”