Illegalen

Op dit moment spitst de discussie over buitenlanders zich toe op hen die zich zonder geldige verblijfstitel in ons land bevinden. En wat hebben we een last van deze mensen, ook al is hun aantal volstrekt onbekend. Zij zouden arbeidsplaatsen innemen van mensen wier aanwezigheid wij wèl op prijs stellen, maar die niet willen werken in vochtige kassen of bedompte kledingateliers.

De illegalen als nieuwe zondebok. Hardop zeggen waar je last van hebt, zo drukte PvdA-partijvoorzitter Felix Rottenberg het onlangs voor de VPRO-radio uit. Hij legde daarmee impliciet een verband tussen de aanwezigheid van illegalen en allochtone jeugdbenden die in de grote steden crimineel gedrag vertonen. Toch blijken de cijfers dikwijls een ander beeld te geven. Slechts een half procent van de illegalen zou crimineel gedrag vertonen en ook uitkeringsfraude zou tot één procent beperkt blijven.

In dergelijke discussies leek de PvdA altijd als één van de weinige politieke partijen in staat populisme buiten het debat te houden. Helaas blijken bewindsman Kosto en partijvoorzitter Rottenberg zich in hun uitspraken in weinig te onderscheiden van CDA-fractievoorzitter Brinkman. Hun visie laat zich samenvatten als "illegalen moeten het land uit'.

Daarom mogen we tevreden zijn dat de PvdA-achterban vorige week in 's-Gravenhage zijn prominenten er op wees dat dergelijke uitspraken de electorale belangen weliswaar lijken te dienen, maar dat zij de zuiverheid van het debat beslist niet ten goede komen.