Hoe de "loser' toch winst boekt

Zelf had hij begin jaren tachtig een ministerschap op Ontwikkelingssamenwerking geweigerd. Hij was tenslotte al minister op Economische zaken geweest. Met Jan Pronk de Eerste werkte hij er destijds aan mee het ontwikkelingsbudget naar anderhalf procent van het nationaal inkomen op te stuwen. Pronk verdween later naar de Unctad, de ontwikkelingsorganisatie van de VN, hijzelf naar de CDA-fractie in de Tweede Kamer en later naar Algemene Zaken. Inmiddels is hij tien jaar minister-president en brengt hij met Jan Pronk de Tweede het ontwikkelingsbudget omlaag.

Een dag nadat Pronk in de Kamer breeduit had geëtaleerd een "loser', een Hansje Brinkers, een burgemeester in oorlogstijd te zijn, oordeelde hij dat Pronk te bescheiden, te vriendelijk was geweest. Hijzelf zou zich zo niet hebben opgesteld, zei hij op zijn wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad. Natuurlijk, hij had ook de emotionele woorden van de minister gehoord, maar hij wilde “de schoonheid van het debat” niet bederven door er al te veel over te roepen. Hoewel, politiek had het debat tussen Pronk en de Kamer niets nieuws opgeleverd, merkte hij fijntjes op.

Nee, de minister van ontwikkelingssamenwerking was structureel aangeslagen, rapporteerde de premier. De "loser' had zijn winst op dat moment echter al binnen. Zijn theatrale mea culpa had zijn werk gedaan: zijn collega's durfden hem niet opnieuw het vel over de oren te halen. Voor 1993 moet hij nog z'n portie bijdragen, maar daarna wordt van jaar tot jaar bezien hoeveel de minister van ontwikkelingssamenwerking moet bezuinigen. (CvdM)