Expositie van door kunstenaars gedekte tafels in Gemeentelijk Museum Jan Cunen in Oss; Eindeloos een bordje pap leeg eten zonder te morsen

Tentoonstelling: Meesterlijk Gedekt. Gemeentelijk Museum Jan Cunen, Kolenstraat 65, Oss. T/m 13 dec. Di. t/m vr. 10-17 uur, za. en zo. 14-17 uur. Catalogus ƒ 5,-

De Franse kunstenaar Daniël Spoerri had in de jaren zestig een restaurant in Düsseldorf. Gasten konden na afloop van de maaltijd tegen betaling de vuile vaat aan het tafelblad vast laten plakken en als gesigneerd kunstwerk mee naar huis nemen. Zo sneed het mes aan twee kanten: minder afwas en een hogere omzet.

Een van de opmerkelijkste bijdragen aan "Meesterlijk Gedekt', een tentoonstelling met als uitgangspunt "de gedekte tafel in beeldend en historisch opzicht' die tot twee weken voor Kerst in Villa Johanna ofwel het Gemeentelijk Museum Jan Cunen in Oss te zien is, komt van Edwin Janssen (1961).

Janssens kunst is berekend en sentimenteel van ondertoon. Wat dat laatste punt betreft sluit zijn installatie Monkey Business part 2 meer aan bij schilderijen uit de vaste collectie van het museum, zoals de Breiende vissersvrouw met slapend kind in de duinen van B.J. Blommers of Het strijkstertje van Jozef Israels dan bij de Dadastische toevalskunst van Spoerri.

Monkey Business part 2 is een installatie waarvan een lange tafel bedekt met een smetteloos wit tafelkleed, het middelpunt vormt. De wanden zijn getooid met twee reprodukties van de zeventiende-eeuwse Vlaamse schilder David Teniers de Jonge: Apenfeest en Kermis voor herberg De Halve Maan. Aan ieder hoofdeinde van de tafel is een kinderstoel geschoven waarop een monitor geplaatst is. Op de ene is een voorbeeldig jongetje te zien dat pap eet, op de andere een aangeklede chimpansee, eveneens met een bordje voor zich. Kind en aap eten hun bordje zonder te morsen leeg, keer op keer in een eindeloze herhaling. Op het tafelkleed zijn in verschillende talen teksten afgedrukt over tafelmanieren. Uit De civilitate morum puerilium van Erasmus koos Janssen: "Nec honestum, nec tutum est (Het is noch eerlijck / noch veiligh) vel bibere, vel loqui ore pleno (of te drincken / of te spreecken met een volle mondt.)'

De beide eters lijken alle wijze raad op te volgen. Het geheel maakt een uitermate beschaafde indruk, is goed van idee, helder van constructie en geestig bovendien.

Een andere sterke bijdrage aan Meesterlijk Gedekt is van Klaas Gubbels: een schitterende houten tafel compleet met bijpassende klapstoeltjes zonder zitvlak en servies. Borden, bestek, flessen en glazen lijkt Gubbels te hebben geknipt en gevouwen uit een oude dakgoot. Ook de bekende koffiepot is weer van de partij. Het geheel geeft de illusie van een ruimtelijk schilderij.

Iets vergelijkbaars is aan de hand met de bijdrage van Jeroen Henneman. Een figuurzaagclub moet dagen werk hebben gehad om Hennemans schetsje op papier uit te voeren in plaatmateriaal. In een soort kubo-futuristische stijl is een eetscène te zien, maar dan zonder mensen. Een ketting van wijnglazen bijvoorbeeld slingert zich van de tafel naar een denkbeeldige mond.

Teun Hocks is present met een aardige geënsceneerde foto van een landschap waarin iemand onder een kleed is gekropen om te schuilen voor een naderende onweersbui. Een deel van een picknick-uitrusting staat wankel op zijn rug.

De in Nederland wonende Amerikaanse kunstenares Leslie Browne brengt met het doek "Favorite Foods on Parade' een ode aan de lekkernijen uit haar jeugd waarin de doughnut niet ontbreekt. Theo Witterings Studie over Stilleven met dode zwaan is een hommage aan de Vlaamse schilder Frans Snijders (1579-1657): dode hazen, reebokken en fazanten geschilderd in de stijl van een bioscoopschilder. Met een vergelijkbare schildershand verbeeldde Siert Dallinga het leed van de deserteur die gekleed in een camouflagepak eenzaam in het bos een potje zit te janken. Het schilderij heeft weinig met het thema van de tentoonstelling te maken maar past mooi in de sfeer van het museum en de expositie. In een ander gedeelte van de tentoonstelling komt design aan bod, dat in verband gebracht wordt met aardewerk uit de tijd van de Romeinen, de Middeleeuwen en de eeuwwisseling. Tussen op elkaar gepropte potten en pannen in vitrinekasten is serviesgoed opgesteld van Carel Visser, Borek Sipek en Eric Andriesse. Van Arnold van Geuns en Clemens Rameckers zijn mooie glazen borden te zien, die met Afrikaans aandoende motieven zijn gedecoreerd.

Wat vooral opvalt op deze vrolijke tentoonstelling is dat de hedendaagse meester een geheel andere hand van dekken heeft dan de art directors van de glimmende tijdschriften. Van de heersende eetcultuurmanie is in Oss gelukkig niets te merken.

    • Mark Peeters