Europa speelt Russische roulette met Macedonië

“Met Macedonië wordt Russische roulette gespeeld”, zegt BRANKO CRVENKOVSKI. “Het is een wonder dat het nog rustig is. Ik vraag me af waaraan we dat te danken hebben, ons eigen beleid, of de rijpheid van de mensen hier, die de les van Bosnië hebben geleerd.”

SKOPJE, 23 NOV. Branko Crvenkovski is premier van Macedonië, van huis uit computeringenieur, een lange magere jongeman van dertig, met zwart haar dat hem steeds in de ogen valt en een baardje en levendige ogen en wat vlokken zwart haar op zijn wangen. Hij is Europa's jongste premier. Premier van een land dat niet bestaat - dank zij de Griekse bezwaren tegen de naam, Macedonië. Macedonië, zegt Griekenland, is een Griekse naam, de nieuwe republiek moet zich een andere naam aanmeten, want de naam Macedonië impliceert territoriale aanspraken op Grieks Macedonië. De EG is het hartelijk met de Grieken eens. En dus bestaat Macedonië niet, en wordt het geboycot, door de Grieken. En omdat het niet bestaat, zijn er geen banden met de buitenwereld, geen diplomatieke en geen economische, en is er geen hulp, niet van de Wereldbank, niet van het IMF, niet van de Oost-Europabank.

“Nog is het rustig. Maar het is Russische roulette,” zegt Crvenkovski. “En het vervelende is: we kunnen ons geen proef op de som veroorloven. Macedonië heeft internationale erkenning nodig, en wel nu. Voor ons gaat het om oorlog of vrede. Als we straks oorlog hebben, is het te laat, dan hebben we die internationale erkenning niet meer nodig, dan is het ook te laat voor humanitaire hulp, en te laat voor VN-troepen.”

Macedonië, ingeklemd tussen Joegoslavië, Griekenland, Albanië en Bulgarije, bloedt als gevolg van het ontbreken van erkenning, die Griekse boycot en de VN-sancties tegen Joegoslavië langzaam dood. De Grieken houden de doorvoer van olie vanuit het zuiden tegen, doorvoer vanuit Albanië of Bulgarije is onmogelijk, doorvoer via Servië mag niet meer van de VN. De economie komt kreunend tot stilstand, bedrijven kunnen niet meer produceren en moeten hun poorten sluiten, de verwarming blijft uit, benzine is niet meer te krijgen. De sancties tegen Joegoslavië en de oorlog in het noorden hebben de Macedoniërs beroofd van zeventig procent van hun buitenlandse markt. Het land verpaupert in snel tempo, en die verpaupering drijft de spanning tussen de verschillende etnische groepen hoog op en speelt Macedonische en Albanese extremisten (de Albanezen vormen de grootste minderheid) in de kaart. Op 6 november vielen de eerste doden.

“We weten dat de EG met één stem wil spreken”, zegt Branko Crvenkovski. “We weten van de problemen over "Maastricht'. En we respecteren de solidariteit binnen de EG. Maar voor ons is de prijs heel hoog. We begrijpen het niet: het hele conflict met Griekenland is irrationeel. De Grieken zeggen dat we hen bedreigen. Maar kom hier, kijk rond, kijk naar de kaart: Macedonië is een klein land, met een kleine bevolking, twee miljoen mensen, militair en economisch zijn we achterlijk, zeker in vergelijking met Griekenland, EG-lid, NAVO-lid. Hoe zouden we ooit iemand kunnen bedreigen?”

Macedonië, zegt Crvenkovski, heeft zich steeds correct gedragen, het was de enige republiek die volledig met de EG heeft samengewerkt. Op 15 januari kwam de commissie-Badinter van de EG na onderzoek ter plaatse tot de conclusie dat van alle republieken in ex-Joegoslavië alleen Slovenië en Macedonië voldeden aan de criteria voor internationale erkenning: ze hadden interne democratie, respecteerden de grenzen, respecteerden de rechten van de minderheden. Toen de Grieken toch dwarslagen, veranderde Macedonië alsnog zijn grondwet, om elke twijfel over de toekomstige bedoelingen weg te nemen. Griekenland bleef echter dwarsliggen. Erger: de EG schoof de conclusies van haar eigen commissie-Badinter terzijde en sloot zich bij de Griekse bezwaren aan. Het resultaat, zegt Crvenkovski, is dat twee van onze vier grenzen dichtzitten, de enige grenzen met spoorverbindingen.

Een naamsverandering, zoals de Grieken eisen, komt niet in aanmerking, zegt Crvenkovski. “Het zou betekenen dat we onze waardigheid opgeven. Macedonië is niet alleen de naam van een regio, het is ook de naam van ons volk. Onze hele geschiedenis lang hebben andere volken ons verteld hoe we ons moeten noemen, de Serviërs vonden dat we ons Zuid-Serviërs moeten noemen, volgens de Bulgaren zijn we Bulgaren. Een naamsverandering zou lijnrecht ingaan tegen wat de mensen hier willen, het zou de nationalisten in de kaart spelen, het zou tot geweld leiden.” Dit is een multinationaal gebied, zegt Crvenkovski, “en de relaties tussen de verschillende volken zijn relatief goed, maar ze zijn niet perfect. Wij hebben hier onze eigen Milosevic', onze eigen Karadzic', die van de spanningen profiteren.” Het is vreemd, zegt hij, maar in drie van de vier republieken die uit Joegoslavië zijn voortgekomen, wordt of is oorlog gevoerd, en uitgerekend die drie zijn erkend. In de vierde republiek bleef de vrede intact, en die republiek wordt niet erkend. “Vind je het gek dat de extremisten zeggen: je moet kennelijk eerst oorlog voeren om te worden erkend?” En àls het oorlog wordt, tussen de Macedoniërs en de Albanezen, waarschuwt Crvenkovski, blijft die niet beperkt tot Macedonië, alle buren zullen zich ermee bemoeien. Om Macedonië is begin deze eeuw al twee keer oorlog gevoerd, en in beide gevallen liep die uit op een volledige Balkan-oorlog.

Branko Crvenkovski is bitter over de Grieken. “Griekenland is onze buur. De grens met Griekenland is onze grens met de EG, onze weg naar de integratie met Europa loopt via Griekenland. Maar Athene heeft de kans om deel te nemen aan de veranderingen in Oost-Europa laten lopen. Het heeft zich bij alle veranderingen op de Balkan gedragen als een typische Balkanstaat, niet als een Europees land. Het heeft een bondgenootschap met Servië gesloten. De EG mag zich wel eens realiseren dat de standpunten van Griekenland de standpunten van Milosevic zijn.”

“De Grieken”, zegt hij, “hebben hun nationalistische passies opgezweept, ze doen of hun overleven afhangt van de kwestie-Macedonië, ze hebben heel hun diplomatieke machinerie in werking gezet om onze erkenning te voorkomen, ze hebben er heel hun respectabiliteit voor op het spel gezet. Ze zijn met hun gezicht naar de geschiedenis gaan staan om aan te tonen hoe sterk ze wel waren. Dat is wat ook Servië heeft gedaan, met Kosovo, en kijk wat daaruit is voortgekomen. Voor de Grieken is Macedonië wat Kosovo voor de Serviërs was.”

De oorlog ligt om de hoek, zegt de premier van dit land dat niet bestaat, in zijn ruime kantoor in een ijskoud regeringsbureau, aan een straat in Skopje waar geen auto's meer rijden. “Alle oorlogen beginnen met grote woorden, de ene nationaliteit kritiseert de andere, de een probeert te bewijzen dat hij een betere patriot is dan de ander. Het is een klimaat dat langzaam wordt opgebouwd, tot een vonk voldoende is om alles in brand te zetten, en zo'n vonk is steeds een klein en banaal incident. De oorlog in Kroatië begon met een ruzie over de controle over een nationaal park, die in Bosnië begon toen in Sarajevo een bruiloftsgast werd doodgeschoten.” Dat gevaar dreigt hier ook, en elke dag uitstel van de erkenning vergroot het gevaar. De tijd is aan hun kant, zegt Branko Crvenkovski, aan de kant van de extremisten. De EG mag zich wel eens bedenken hoeveel verantwoordelijkheid ze draagt.

De EG-top in Edinburgh, volgende maand, is de laatste kans voor Macedonië: lukt het daar niet, met de erkenning, dat kon het wel eens heel erg mislopen met Macedonië. En als "Edinburgh' negatief uitvalt? De jonge premier zucht, en veegt zijn zwarte haar uit zijn gezicht. “Er is geen alternatief voor wat we nu doen: proberen de vrede te bewaren, proberen onze mensen te overtuigen dat ons beleid goed is. En dan moet Europa maar in het reine komen met haar verantwoordelijkheid.” Hij lacht: “Misschien is dit de toekomst: in het noorden heb je Servië, in het zuiden Griekenland, in het oosten Bulgarije en in het westen Albanië. In het midden ligt een witte vlek, waardoor mensen en goederen reizen, op weg naar elders.”