Een inval

Even na tweeën in de nacht van 20 op 21 november 1992, ontwaakt uit een droom waarin iets van de trap werd geschopt, gekweld door de last van een te laat genoten kop koffie met kruisbessenvlaai, bevangen door een parelende angst voor de toekomst, kreeg Koos van Zomeren een idee voor een boek dat al zijn boeken overbodig zou maken.

Hij werkte toentertijd aan een reeks stukjes voor de voorpagina van NRC Handelsblad. Hij dacht dat de krant bezig was hem te verzwelgen. Hij kreeg meer en meer behoefte aan een groots afscheidsgebaar naar de wereld van de literatuur.

Om zich enig respijt te verschaffen, tevens om het iets feestelijks mee te geven, besloot hij dit boek pas te laten verschijnen op zijn vijftigste verjaardag, 5 maart 1996.

Zo had hij ruim gelegenheid het eigen werk in zijn geheel te herlezen. Een bedroevend karwei - sommige stukken waren zwak en dan voelde hij dat hij gefaald had, andere sterk en dan voelde hij dat het beste achter hem lag.

De titel stond van meet af aan vast: Verzameld Werk, bij een omvang van maximaal 32 pagina's.

Die inval hield Van Zomeren tot het ochtendgloren uit zijn slaap. Dientengevolge verscheen hij in een staat van verminderd bewustzijn bij de opening van een expositie van Het Brabants Landschap in Tilburg. Deze gemoedsgesteldheid deed zijn optreden doorgaans geen kwaad.