"Dit is toch waar je van droomt, zo'n sfeer, zo'n stadion'; Roy scoort en wie in Italië scoort wordt heilig verklaard; "Voorlopig moet ik ervoor zorgen dat ik eigen spel terugvind'

FOGGIA, 23 NOV. Op het plein hebben zich de jonge en oude mannen van de stad aan de rand van de mezzogiorno verzameld. Gekoesterd door een herfstzon praten ze op deze zondagmorgen over de dingen van alledag, vooral voetbal. Sommigen dragen een krant onder hun arm, waarin de sportpagina zichtbaar het laatst is gelezen. Rondom een kiosk waar de totocalcio hoogtij viert, discussiëren ze over de wedstrijd van vandaag. Over Foggia-Lazio. Over Beppe Signori, de topscorer van Foggia die deze zomer aan Lazio is verkocht. Over Pasquale Casillo, de voorzitter die zijn club heeft verraden. Over Bryan Roy? Eigenlijk nauwelijks. Roy, is hij goed, vragen ze. Maar hij scoort toch nooit?

Een paar honderd meter verder verdringen zich meisjes en kinderen met hun vader en moeder voor de deur van het mooiste hotel van Foggia. Telkens wanneer een jonge man door zijn kostuum als voetballer wordt herkend, stijgt een smekend gejuich op. Paul Gascoigne, de Engelsman bij Lazio, meldt zich bij de deur. Hij zwaait, schreeuwt en zoent. Roy wordt herkend en krijgt een ovatie. Maar liever willen ze Signori, eindelijk terug in Foggia, waar hij drie jaar scoorde, waar hij hoort.

Een paar uur later is het feest begonnen. Het stadion Pino Zaccheria is met zowat 20.000 voetbalgekken voor het eerst dit seizoen bijna vol. Ze zingen zoals ze altijd zingen in de stadions van Italië. Signori meldt zich voordat de andere spelers het veld betreden voor de tribune van de tifosi van Foggia. Een orkaan van lawaai daalt op de nummer elf neer. Wat zal de nieuwe elf van Foggia daar wel niet tegenover moeten stellen, is de gedachte die bij je opkomt.

Bryan Roy, meedogenloos afgeschreven door het grote Ajax, staat voor een moeilijke middag. Hij weet zich gesteund door zijn vriendin en een handjevol familieleden die de lange reis naar Apulië hebben ondernomen. Dat nog wel. Dan verschijnt hij temidden van de andere spelers op het veld, nota bene met nummer zeven. Hij zou als (zwervende) rechterspits spelen. Op dezelfde tribune waar zojuist Signori werd toegejuicht, steken nu van boven naar onder de duizenden tifosi vierkante, rode, witte en blauwe kartonnetjes omhoog. De tribune verandert als het ware in twee kolossale vlakken in de Nederlandse driekleur. Daar tussenin een zee van oranje kartonnetjes. Middenin die oranjezee een karikatuur van Roy en een echte eenzame Nederlandse vlag aan een stok.

Zoiets, besef je dan, zoiets maak je niet mee in De Meer. Kijk Roy, dat is nou Italië. Ze hadden nog gevraagd of hij een fantasista is. Nou ja, hij kan veel met een bal. Maar bij Ajax moet het anders, vinden ze. En daar staat hij nou, rechterspits, de zijlijn niet aan de linker, maar aan de rechterkant. Wat moet dat in hemelsnaam worden? Bij de eerste bal die in zijn richting wordt gespeeld, glijdt Roy uit. Bij de eerste actie die hij wil maken, wordt hij onderuit geschopt. Bij de tweede weer. Ook dat is voetbal in Italië.

Foggia speelt in het wildeweg. Aanvallend, dat wel, maar van systemen, dan wel ingestudeerde combinaties is nauwelijks sprake. Geeft niet, zeggen ze daar, als het maar spectaculair is. Bij Lazio onderscheidt zich Gascoigne als een kiene spelverdeler en Aron Winter als een intelligente werker. Het spel gaat nog aan Roy voorbij. Maar bij een enkele actie begint het publiek zich al te roeren. Hij krijgt applaus. Als na 20 minuten de Rus Kolivanov een strafschop versiert en Caini hem benut, is Lo Zaccheria in hoger sferen. Tien minuten later verschijnt Roy in de spits. Kolivanov zet de bal voor en de ex-Ajacied scoort, met het hoofd nog wel. En wie in Italië scoort wordt heilig verklaard.

Het antwoord van Signori (topscorer na Van Basten) laat niet lang op zich wachten. In de eerste minuut van de tweede helft schiet hij op de lat. Roy schudt de spanning uit zijn lijf. Hij speelt een Lazio-verdediger de bal tussen zijn benen door, maar wordt prompt neergelegd. Bellissima Roy. Hij brengt achteloos met een hakje Biagioni in stelling. Het publiek slaat zich op de knieën van bewondering. Alle ballen op Roy, zoiets roepen ze. Maar Signori is er ook nog en scoort na een kopbal van Riedle 2-1. En Gascoigne soleert vervolgens langs vier verdedigers, maar komt kracht tekort om te scoren. Winter komt alleen voor het doel, maar moet te snel schieten en ziet zijn inzet fortuinlijk gestopt. En als een kwartier voor het einde Di Biaggio van de opvallend strenge scheidsrechter Cinciripini de rode kaart krijgt, is het wachten op de gelijkmaker.

Foggia houdt stand met tien man. Wie kan zingen, zingt mee. Roy laat zien wat hij kan. Zij begrijpen hem niet altijd. Hij hen niet. Hij verdedigt mee, pakt Winter de bal af, geeft met gebaren aanwijzingen. Kapbeweginkje, een lobje, een lange breedtepass, een solo langs drie spelers om met rechts de bal over de kruising te jagen. Zij juichen. Foggia wint en Roy holt naar de tribune achter het doel. Een geluidsgolf van dezelfde orde als die voor de wedstrijd over Signori werd uitgestort, wordt zijn deel. Hij huppelt met de handen omhoog, de tifosi juichen op de maat van Roy's sprongetjes mee. Kippevel in Foggia. Dat is nou de Serie A.

In de catacomben van het stadion hangt een bord. Roy wordt met een ploeggenoot en twee Lazio-spelers opgeroepen voor de dopingcontrole. In het Italiaanse voetbal wordt niets aan het toeval overgelaten. De Italiaanse journalisten zijn de kluts kwijt. Roy scoorde toch nooit? En nu nog wel met zijn hoofd. Gascoigne is teleurgesteld. Hij spreekt zijn bewondering uit voor Roy. “I knew already he is a terrible fine player. The Italians will love him.”

Aron Winter heeft verloren. Maar hij is blij voor Roy, voor zijn vriend. Toen hij zaterdagavond in hetzelfde hotel aan kwam waar Roy tijdelijk logeert, waren zij gelukkig geweest. Zij hadden lang met elkaar gesproken. “Ik ben blij dat hij weer kan voetballen”, zegt Winter als hij de Italiaanse journalisten van zich af heeft geschud. “Toen Bryan moeilijkheden kreeg bij Ajax heb ik hem gebeld. Ik vond het niet terecht dat hij niet mocht voetballen. Ik vond dat ik hem moest steunen.”

Winter vertelt dat hij Roy heeft willen adviseren wanneer zich Italiaanse clubs zouden melden. Dat hij goed moest overwegen welke club hij zou kiezen. “Een topclub is natuurlijk het mooiste, maar wel het moeilijkst. In Italië is bij welke club dan ook elke wedstrijd een finale. Een club als Foggia is een redelijk goede club om te beginnen. Een tussenstap. Daar kun je wat laten zien. Hij heeft goed gespeeld. Het publiek reageerde goed op hem. Dat is belangrijk voor een voetballer. Italië is zo anders dan Nederland. De mentaliteit van de spelers, van het publiek, van de journalisten. Voetballen in Italië is een ervaring die je niet alleen als voetballer maar ook als mens goed kan gebruiken.”

Winter is opvallend ontspannen, professioneel. Wanneer hij wordt geconfronteerd met een interview waarin hij gezegd zou hebben dat voorzitter Casillo van Foggia volgend jaar AS Roma koopt en dan Roy meeneemt, roept hij er de manager van Lazio bij. “Zij hebben me gezegd dat als het zo zou zijn wat ik er dan van vond. Nou, dat zou leuk zijn. Samen in Rome wonen. Dat is alles.” De manager beaamt de verklaring. De betrokken journalist van La Gazzetta dello Sport wordt ter verantwoording geroepen. “Kijk”, zegt Winter, “dat heb ik ook tegen Bryan gezegd. Pas op voor de journalisten. Praat alleen over voetbal. Zeg niets over je privéleven en geef geen commentaar op vragen over racisme.”

Pasquale Casillo, de 44-jarige voorzitter en eigenaar van Foggia Calcio, is een rijk man. Hij heeft een vermogen vergaard door graantransacties met de voormalige Sovjet-Unie. “De verhalen zijn niet waar dat ik volgend jaar Roma ga kopen en Roy dan meeneem,” zegt hij later die dag. “Waarom ik Roy heb gekocht? Ik heb hem gezien in de nationale ploeg. Ik was erg onder de indruk van hem. Zo'n speler past bij Foggia.”

Casillo is niet naar de wedstrijd geweest. Zoals hij in deze competitie nog geen enkele wedstrijd van zijn club heeft bezocht. “De Tifosi zijn kwaad op me omdat ik Signori, Baiano, Sjalimov, Rambaudi (en nog vijf spelers, red.) heb verkocht. Zij liepen met het hoofd in de wolken. En Zeman, onze trainer wil alleen spelers die zich voor elkaar opofferen. Maar de Tifosi geloven me niet. Er zijn drie journalisten die elke keer hetzelfde schrijven, die ruien de Tifosi op. Dan is het het beste dat ik niet kom. Nu hebben we Roy en als wij blijven winnen zijn ze het vergeten. Dan kom ik terug.”

Casillo heeft dit seizoen de prijzen verhoogd en als eerste club in de Serie A sinds de Tweede Wereldoorlog de seizoenkaarten afgeschaft. De resultaten van het elftal waren slecht en de toeschouwers bleven weg. Foggia, vorig jaar nog een aanvalslustige debutant, zakte naar de staart van de ranglijst. Gisteren was het stadion bijna vol. Omdat Signori even terug was en omdat de Nederlandse international Roy debuteerde. Casillo kan weer even vooruit. Hij lijkt tevreden.

Bryan Roy ook. Het is maar Foggia. “Voordat je er naar toe gaat, denk je wel even na. Maar zij hebben me gezegd dat het voetbal me wel ligt. Zij spelen met drie spitsen. Maar voorlopig moet ik ervoor zorgen dat ik mijn eigen spel terug vind. Vanuit mijn hart spelen. Vanaf de eerste training heeft Zeman, de trainer, een hele lieve man, laten zien wat hij met me wilde. Ik speelde al op rechts op de training. De bedoeling is dat ik nog meer vrijheid krijg. Ik moet zorgen dat de aanvallen goed gaan lopen.”

Hij geniet stilletjes van het eerste succes. Zo uitgelaten als in het stadion is hij voorzichtigheidshalve niet meer. Maar toch: “Dit is toch waar je van droomt. Zo'n sfeer, zo'n Engels stadion. Het is een hele andere wereld. Zij leven hier voor het voetbal. Minder nuchter, meer naar het hart. Misschien is het niveau minder dan Ajax, het is harder en de scheidsrechters zijn strenger, maar het is wel levendiger.”

    • Guus van Holland