De wederopstanding van het wonderkind Becker

FRANKFURT, 23 NOV. Op straat werd hij staande gehouden, kreeg hij te horen dat hij te dik was, te langzaam en te oud. Duitsland had afgelopen zomer zijn wonderkind verstoten en de stem des volks kent nu eenmaal geen nuances. Sinds hij gisteren in de Frankfurter Festhalle voor 9000 hartstochtelijke tennisfans het ATP wereldkampioenschap veroverde door een drie sets overwinning op 's werelds nummer één Jim Courier geldt Boris Becker weer als het tennisfenomeen, wordt hij verafgood en is vergeten dat hij nog niet zo lang geleden door iedereen was afgeschreven.

Hij heeft in zijn achtjarige prof loopbaan zijn portie wel gehad van uitersten in bewondering en verguizing. Primaire reacties die hij nu eenmaal niet kan bijsturen. Hij laat ze doorgaans maar gewoon over zich heenkomen. Zoals gisteren de uitzinnigheid op zijn 25ste verjaardag. Bovendien vindt hij dat het publiek deze keer gelijk heeft. Zijn spel was hemels in het slotweekeinde en zijn terugkeer is een feit met toernooizeges in Bazel, Parijs en voor eigen huis. “Ik voel me de nummer één van de wereld. Ik kan niet beter spelen dan ik nu heb gedaan. Nooit eerder in mijn carrière heb ik beter gespeeld.” Dat hij toch niet bovenaan de wereldranglijst staat, maar slechts op een zevende plaats, vindt zijn oorzaak in de inzinking van dit jaar. Volgend seizoen zal het anders zijn, al is hij niet geobsedeerd door het getal. “De best mogelijke Boris Becker” laten spelen is zijn doel.

Niemand zal precies weten wat er mis ging met Becker en hoe het weer goed kwam. Was het een mentale crisis, was het verzadiging, had zijn relativerende vermogen hem zo te pakken dat hij sport niet eens meer de belangrijkste bijzaak van het leven vond hij of was het gewoonweg luiheid? Voor het eerst sinds 1987 haalde hij dit jaar geen finale in een Grand-Slamtoernooi, zakte hij af tot een tiende plaats op de wereldranglijst en won hij tussen eind februari (Rotterdam) en eind september (Bazel) geen enkel toernooi. Gisteren gaf hij toe er onder geleden te hebben: vroegtijdig uitgeschakeld op Roland Garros, slechts kwartfinalist op Wimbledon. Zijn Wimbledon. En dan natuurlijk nog daarvoor die 6-1, 6-1 nederlaag tegen zijn landgenoot Michael Stich in Hamburg. Dat was pijnlijk geweest, zeer pijnlijk. “Heb je enig idee wat het betekent om zo van de nummer twee van je land te verliezen? Toen nam ik ook de beslissing dat ik de volgende keer dat ik speelde ik weer fit moest zijn, gretig.”

Becker heeft, zo wordt er wel gezegd, in dit jaar geleerd dat niets voor niets komt. Dat je niet ongestraft een loopje kunt nemen met beroepsernst. Met de Oostenrijkse trainer Günther Bresnik heeft hij de weg terug gevonden. Of dat blijvend is moet worden afgewacht. Richard Krajicek zei deze week op een vraag van een Duitse televisieverslaggever over de nieuwe combinatie Becker-Bresnik: “Nu heeft het duidelijk effect. Dat is vaak zo, als je net nieuw bij iemand bent. Dan is alles nog fris. Maar of het werkelijk iets verandert kun je pas over een paar maanden vaststelen.”

Opmerkelijk is wel dat Becker weer over hele lange termijnen praat. Gisteren verklaarde hij tegenover Welt am Sonntag zich te kunnen voorstellen dat hij tot zijn 33ste of 34ste doorgaat met tennissen. “Mijn ontwikkeling is nooit gelopen zoals men het verwachtte. Veel dingen kwamen te vroeg, vele dingen zijn überhaupt nog niet gekomen.”

Becker heeft een gevoelige natuur. Hij kan het slecht verdragen dat zijn omgeving gebukt gaat onder de publiciteitsgolf rond hem. Dat boulevardbladen een jaar lang een reporter "op hem' posteren, die de hele dag door zijn gangen nagaat. En tegen sluitingstijd van de krant de oogst doorbelt: van het cd-tje dat hij die dag heeft gekocht tot het restaurant dat hij bezocht en wat hij er heeft gegeten. Of dat hij heeft besloten te gaan trouwen met zijn vriendin, dat deze week als dè onthulling werd gebracht. Een onjuist bericht. Dagelijks leven met die druk is bijna ondoenlijk. Hij heeft het bestaan van een toptennisser wel eens een "hondeleven' genoemd: elk jaar telt voor zeven. Als hij tot zijn 34ste blijft spelen heeft hij nog 63 jaar voor de boeg. En hij ziet er nu al niet als een 25-jarige uit.

Conditioneel is Becker weer helemaal in orde. Hij zal met zijn 85 kilo nooit een lichtvoetige speler worden, maar desondanks beweegt hij snel en duikt hij weer als vroeger naar de ballen. Dat hij in de derde set van de finale tegen Jim Courier duidelijk vermoeidheidsverschijnselen vertoonde is geen indicatie dat hij een fysieke achterstand heeft. Zijn indrukwekkendste partij speelde hij namelijk een dag eerder, tegen Goran Ivanisevic. Een ontmoeting in een sfeerrijke ambiance, die zo fantastisch was en spannend eindigde dat Becker alle creativiteit en longinhoud moest aanspreken om te winnen. Hij leek bij vlagen verdoofd van concentratie op de baan te staan, moet ballen hebben geslagen waarvan hij pas na het zien van de videobeelden zal geloven dat hij het was die dat deed. Een atleet in al zijn grootsheid wilde zijn landgenoten laten zien dat ze hem ten onrechte verlaten hadden. Al was het publiek door zijn eerdere succes in Parijs natuurlijk al weer erg op zijn hand.

Er was even getwijfeld begin deze week toen hij begon met een nederlaag tegen titelverdediger Pete Sampras. “Maar de krachtsverhoudingen zijn deze week heel klein geweest”, zei hij. Daarna was hij groots in de halve eindstrijd gekomen door overwinningen op Petr Korda en Stefan Edberg. Tegen het opslaggeweld van Ivanisevic had hij zich staande gehouden: 6-4, 4-6 en 6-7. In de hele week verloor de Kroaat maar één keer zijn servicegame. En vervolgens de tiebreak.

Boordevol vertrouwen trad Becker in de finale aan tegen Jim Courier, die de dag tevoren omdat met name zijn eerste opslag sterk verbeterd was verrassend Sampras in twee sets (6-7, 6-7) had verslagen. De nummer één van de wereld wist toen al dat zijn positie op de wereldranglijst niet meer in gevaar kon komen en hij binnenkort waarschijnlijk door de ITF, de wereldbond, tot wereldkampioen zal worden uitgeroepen. Van Becker heeft hij nog nooit gewonnen en ook nu lukte het niet. De eerste twee sets (6-4, 6-3) haalde de Duitser gemakkelijk binnen, naarmate de partij vorderde ging de vermoeidheid van de dag tevoren meespelen. Op 5-5 dreigde Courier zijn opslagbeurt te breken, maar Becker verijdelde het, wetend dat een verlenging van de ontmoeting in zijn nadeel zou kunnen werden. Hij vermeed ook nog eens de risicovolle tiebreak door de servicegame van Courier te breken. “Mijn grootste probleem”, zei Courier, “is dat ik het laatste punt tegen hem niet kan winnen.”