De kunst van het mogelijke is niet lelijk

Vorige week waren er weer televisiecamera's in de Eerste Kamer, maar er hing weinig politieke spanning in de sigarelucht. De algemene politieke beschouwingen aldaar zijn nog echt algemeen; zij vormden voor premier Lubbers een zichtbare ontspanning tijdens moeilijke bezuinigingsonderhandelingen. “Politiek is de kunst van het mogelijke”, hield hij de Eerste Kamer voor. “En die kunst moet als kunst worden beoefend. Dit is iets moois en niet iets lelijks.”

Lubbers betreurde dat het woord "compromis' zo'n negatieve klank heeft in Nederland. “In de Spaanse taal wordt het woord "compromiso' gebruikt voor een mooi resultaat. Mensen zijn het oneens, er zijn tegenstrijdige belangen, je komt tot een synthese en iedereen kijkt heel gelukkig.”

Lubbers werd in de ijle lucht van de senaat zo zeer staatsman dat hij niet alleen het compromis prees, maar ook, in één moeite door, Groen Links complimenteerde: “Het kan geen kwaad dat de heer De Boer ons inpepert dat op bepaalde punten tekort wordt geschoten. Soms denk ik zelfs: hij heeft gelijk.” Maar ja, in het uiteindelijk compromis worden de Groen-Links-opvattingen overvleugeld door “andere effecten”.

De fractievoorzitter van Groen Links, De Boer, reageerde zuinig op de lof. Hij gaf Lubbers een minder vrijblijvend motto in overweging: politiek is de kunst om het noodzakelijke mogelijk te maken. Lubbers aanvaardde het dankbaar, “maar ik schrijf er wel in het klein achter: althans zo goed mogelijk. Dan is de cirkel weer gesloten.”(HS)